Geen groter verschil dan tussen Rattle en Muti

Hoe streng en compromisloos Gerard Mortier volgens de Oostenrijkers ook is, de artistiek leider van de Salzburger Festspiele laat de uitersten zich manifesteren in Mozarts geboortestad. Geen groter verschil dan tussen de dirigenten Sir Simon Rattle en Riccardo Muti, die hier deze week beiden concerten dirigeerden. De enige overeenkomst was dat ze beide plaatsvonden in kleine zalen. Simon Rattle dirigeerde het Orchestra of the Age of Enlightenment in het Kleines Festspielhaus, Riccardo Muti leidde de Wiener Philharmoniker in het Mozarteum, het rond 1910 gebouwde conservatorium van Salzburg.

Rattle, zojuist gekozen tot de toekomstige chef van de Berliner Philharmoniker, en Muti, al dertien jaar de chef van de Scala in Milaan, zijn op het podium volstrekt tegenovergestelde persoonlijkheden. Rattle is een gewone jongen die opgeklommen is tot een dirigent die tussen de musici staat. Muti staat vóór het orkest, alsof hij daar van bovenaf is neergedaald. Rattle is een enthousiasmerende muziekliefhebber. Muti lijkt het een gunst te vinden dat hij zich en public laat zien.

Rattle is een even vroeg-wijze als vroeg-grijze vrolijke krullenbol. Muti heeft een kille, demonische blik en een diepzwarte perfecte haardos, en of die inderdaad wel goed zit is het enige waarover hij zich zorgen maakt. Daarover is een geloofwaardige quasi-anekdote. Muti loopt al een week zonder water door de woestijn, zinkt op de knieën en smeekt God met de handen omhoog om water. Dan valt in elke hand een druppel water, waarmee de dankbare Muti zijn haar weer gladstrijkt. Overigens hebben Rattle en Muti even grote ego's en ambities, anders hadden ze het nooit gebracht tot hun status van `grote dirigent'.

Simon Rattle dirigeerde een Haydn-concert, waarbij de alom gevierde Italiaanse mezzo-sopraan Cecilia Bartoli drie nummers zong: de cantate Berenice, che fai en twee aria's. Het optreden van Bartoli was imponerend. Geen enkele zangeres heeft zo'n breed scala van expressiviteit tot haar beschikking. Geen andere zangeres maakt er zó gedetailleerd dramatisch gebruik van.

Per frase, vaak zelfs per woord, wisselde Bartoli in Berenice van stemming, het was alsof er een complete opera in die ene heftige scène was geperst. In de aria Non parmi uit het oratorium Il ritorno di Tobia klonken alle mogelijke gradaties tussen lieflijkheid en extase. En in Al tuo seno fortunato uit de opera L'anima del filosofo knalden de vervaarlijke coloraturen eruit. Na afloop was ze verbaasd dat het zó goed was gegaan.

Wat Rattle met het Orchestra of the Age of Enlightenment liet horen in twee Parijse symfonieën (Hob 88 en 86) was minder opzienbarend. Het Londense `authentieke' orkest kan het wat betreft inzet, speelcultuur en klankkwaliteit niet halen bij het Amsterdam Baroque Orchestra en het Orkest van de Achttiende Eeuw. Deze Haydns klonken nogal vlak, minder bijzonder dan Haydns Nicolai-Messe die ik zondag hoorde tijdens de hoogmis in de Dom van Salzburg, waar ooit vader en zoon Mozart werkten voor aartsbisschop Colloredo.

Riccardo Muti dirigeerde de Wiener in Schuberts Vijfde symfonie en Brahms' Serenade nr 1. Schubert klonk spontaan en direct, maar soms ook wat grof en ongedetailleerd. Men moet zich ondertussen niet ergeren aan de praalzucht van Muti, die muzikaal soms volkomen ongeïnteresseerd lijkt en meer belangstelling toont voor het neo-rococo-plafond dan voor de Wiener musici, die zelf wel kunnen spelen. Hun Brahms was zondermeer fraai en vervoerend, al klonk het eerste deel veel te fors in deze relatief kleine ruimte. Een ideale concertzaal voor het symfonische repertoire heeft Salzburg niet. Het Grosses Festspielhaus is vooral een cinemascopezaal voor opera, het Kleines Festspielhaus is een provinciaalse pijpenla-bioscoop. De wereld-festivalstad verdient beter.