`Desinformatie van ambtenaren Zuid-Holland'

Hoge ambtenaren hebben dit voorjaar de accountant van Zuid-Holland meegedeeld dat de provincie geen risico's liep bij het bankieren.

Dit stellen accountants van Arthur Anderson die in opdracht van Gedeputeerde Staten vooronderzoek hebben gedaan naar de bankiersaffaire. Hun bevindingen zijn overgedragen aan de commissie-Van Dijk, die in oktober definitief rapporteert over oorzaken en verantwoordelijkheden in de bankiersaffaire.

Volgens het rapport van het accountantsbureau Arthur Anderson, gisteren naar buiten gebracht door de Haagsche Courant, heeft zowel toenmalig hoofd Financiën C. Bloemendaal als provinciaal treasurer K. Baarspul dit voorjaar tegenover accountant Ernst & Young ten onrechte de suggestie gewekt dat in het provinciale leningenpakket geen risico's waren opgenomen. Tot dat pakket behoorden op dat moment leningen aan Ceteco van 47,5 miljoen gulden. Omdat het handelshuis in problemen verkeerde, had de provincie Ceteco uitstel van terugbetaling verleend. Ceteco verkeert sinds vier weken in surseance van betaling. Op het provinciehuis wordt de conclusie van Arthur Anderson overigens heftig bestreden. Accountants van Ernst & Young zouden er alle begrip voor hebben gehad dat de ambtenaren geen melding maakten van de niet terugbetaalde Ceteco-leningen, omdat de reorganisatievoorstellen van de Ceteco-directie zo vertrouwenwekkend waren dat talrijke banken nadere financiering aan het bedrijf verstrekten. Op dat moment was het daarom verdedigbaar de Ceteco-leningen niet als risico te beschouwen, aldus valt te horen op het Provinciehuis. Binnen het ambtelijk apparaat groeit het onbehagen over de aanhoudende vrijgave door het college van Gedeputeerde Staten van deelrapporten en `onvoldragen' onderzoeken waarin individuele ambtenaren worden geblameerd.

Hierachter wordt een strategie vermoed om commissaris van de koningin J. Leemhuis, die voor alle provinciale leningen tekende, uit de wind te houden door ambtenaren de schuld van de Ceteco-affaire in de schoenen te schuiven. Gisteren is ook een rapport uit 1997 vrijgegeven waarin een Interne Controlegroep van de provincie vaststelt dat Zuid-Holland verwaarloosbare risico's liep bij toen uitstaande leningen bij grote ondernemingen als KBB en KLM.

Met name KBB verkeerde destijds in grote problemen. De controlegroep concludeerde niettemin dat ,,het risico van on-inbaarheid van het uitgezette geld minimaal'' was.