Chemie verliest besmette naam

Met de overname van Union Carbide door Dow Chemical verdwijnt een zeer besmette naam. Union Carbide, voor altijd verbonden met de ramp in het Indiase Bhopal, wordt geschiedenis.

Op 2 december 1984 ontplofte een fabriek van Union Carbide in Bhopal. Giftige cyanidegassen ontsnapten en kostten aan duizenden omwonenden het leven. De schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van twee- tot zesduizend en wellicht nog eens vijftigduizend mensen werden op een of andere manier vergiftigd. De calamiteit staat te boek als de grootste industriële ramp in de geschiedenis en wordt door sommigen een tweede Hirosjima genoemd.

Union Carbide ontstond in 1917 na een samengaan van enkele kleinere bedrijven. Decennialang was het een gigant, maar `Bhopal' betekende een keerpunt. De reputatie was verwoest en sindsdien volgden nog tal van tegenslagen.

Nadat de directie de Amerikanen verzekerde dat een ramp als in India nóóit in het eigen land kon voorkomen, had acht maanden later een ontploffing plaats in een Union-Carbidefabriek in West-Virginia. Honderdvijftig mensen lieten zich ter observatie opnemen in het ziekenhuis.

In 1985 had Union Carbide te maken met een vijandig overnamebod. Het bedrijf, dat in 1984 ongeveer honderdduizend man in dienst had en een omzet boekte van 10 miljard dollar, verweerde zich door onderdelen af te stoten en massaal eigen aandelen terug te kopen. Union Carbide bleef onafhankelijk, maar had zich voor 3,3 miljard dollar in de schulden gestoken.

In 1989, vijf jaar na Bhopal, kwam het concern tot overeenstemming met de Indiase regering over schadebetalingen van in totaal 470 miljoen dollar.

Zoals gezegd, Union Carbide heeft zich nooit meer kunnen herstellen van Bhopal en de afgeweerde overname. De schulden bleven het bedrijf een blok aan het been. Op dit moment heeft het bedrijf 12.000 werknemers, en een omzet die vorig jaar nog slechts 5,6 miljard dollar bedroeg. De schuldenlast beloopt 2,3 miljard dollar.