Ambassade in Jakarta geblokkeerd

De toegang tot de Nederlandse ambassade in Jakarta wordt sinds gisteren geblokkeerd door negen demonstranten uit Atjeh in Noord-Sumatra. Ze eisen dat Nederland de soevereiniteit van Atjeh erkent en het onafhankelijkheidsstreven van veel Atjehers onder de aandacht brengt bij de Verenigde Naties.

De Nederlandse zaakgelastigde, dr. B. Berendsen, sprak gisteren met twee demonstranten. Hij zei hun dat hun verzoek wordt overgebracht aan de regering. ,,Maar we kunnen niet ingaan op eisen die op deze manier worden afgedwongen,'` aldus Berendsen.

Volgens de demonstranten was Atjeh tot 1873 een soevereine staat, totdat Nederland het de oorlog verklaarde. De Atjeh-oorlogen duurden tot begin deze eeuw waarna het sultanaat een onderdeel werd van Nederlands Indië. De groep eist dat Nederland de oorlogsverklaring herroept en erkent dat Atjeh geen wettig onderdeel uitmaakt van het huidige Indonesië.

In Atjeh is sinds jaren een afscheidingsbeweging actief, de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM). In hun pogingen die beweging neer te slaan heeft het Indonesische leger zich sinds 1989 volgens mensenrechtengroepen op grote schaal schuldig gemaakt aan schendingen van de mensenrechten. Sinds mei zijn bij acties van het leger meer dan 200 doden gevallen. Rond 140.000 burgers zijn op de vlucht geslagen. Sinds gisteren ligt het openbare leven in Atjeh stil nadat de afscheidingsbeweging een algemene staking had afgekondigd. Vandaag dreigde ze met het opblazen van de grote gasraffinage-installaties bij Lhokseumawe, als het leger niet wordt teruggetrokken uit de provincie. Een woordvoerder van de beweging waarschuwde voor toenemend geweld: ,,We spelen geen spelletjes.'`