Winnaars van de Wende baden in weelde

Het Oosten van Duitsland torst nog de lasten van het DDR-verleden. Maar tien jaar na de val van de Muur kent de Wende er ook winnaars. Eerste deel van een serie over de nieuwe ondernemers in het oosten van de Bondsrepubliek.

Voor geslaagde Oost-Duitsers is Bad Saarow een toevluchtsoord. Toen de DDR nog bestond, bevond zich in Bad Saarow, ten zuidoosten van Berlijn, een zomerkamp voor Jonge Pioniers, de jongerenbeweging van de communistische partij. DDR-leider Erich Honecker had er een villa. In de bossen langs de Scharmützelsee dreef het leger, de Nationale Volksarmee, een kliniek.

Tegenwoordig zeilen de zoons van succesvolle Oost-Duitse ondernemers op de Scharmützelsee. Blonde dochters rijden paard in het Alwin Schockemöhle Pferdesport Zentrum, een onderdeel van de exclusieve Sporting Club Berlin. Op de enige grasbanen in de wijde omtrek wordt voor Wimbledon getraind. Elk jaar vindt hier de German Open plaats op twee, achttien holes tellende golfbanen.

Overdadige weelde, midden in de armlastige deelstaat Brandenburg. Waar nu de vrije-markteconomie functioneert, bevonden zich tien jaar geleden nog de akkers van een collectieve Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft (LPG).

De Sporting Club is een van de `bloeiende landschappen' die bondskanselier Kohl zijn Oost-Duitse landgenoten in 1990 in het vooruitzicht stelde. Hier ontmoeten de nieuwe rijken elkaar. Ongedwongen gaan Ossies en Wessies er met elkaar om. Ondernemers, advocaten, bedrijfsadviseurs. Zij zijn de winnaars van de Wende die in 1989 een einde maakte aan de DDR. Inschrijfgeld: 25.000 mark per persoon, 45.000 voor het gezin. De helft van de driehonderd leden komt uit het Oosten.

Uiteraad wordt in Bad Saarow aan `netwerken' gedaan. In dat opzicht heeft het Oosten zich ruimschoots aan het Westen aangepast - al speelden de communistische bonzen elkaar vroeger vanzelfsprekend ook de bal toe. ,,Je hoeft geen miljonair te zijn om lid te worden'', zegt Rolf Urben, de Zwitserse bedrijfsleider. Sinds 1991 investeerde de Oostenrijkse eigenaar (Bauholding) 350 miljoen mark in het resort aan de Scharmützelsee.

De luxe van Bad Saarow is uitzonderlijk. Nog steeds heeft de Bondsrepubliek de sterkste economie van Europa. Maar de groei hapert, ook in het Oosten dat na de val van de Muur aanvankelijk hoge groeicijfers vertoonde. Met een voor dit jaar verwachte groei van amper 2 procent blijft het kwakkelen, al gaat het herstel in het Westen met 1,5 procent nog langzamer. Pas volgend jaar wordt voor de gehele Bondsrepubliek een groei van boven de 2,5 procent verwacht.

Er is meer. In het Oosten is de officiële werkloosheid met ruim 17 procent nog altijd twee keer zo hoog als in het Westen. Duitsland mag de tweede exportnatie ter wereld zijn, het Oosten draagt slechts 2 procent bij aan het totale export.

Desondanks hebben de eerste geslaagde Oost-Duitse ondernemingen voet aan de grond gekregen. In het Duits heten zij Existenzgründer: jonge ondernemers, starters die op eigen kracht overeind gebleven zijn. Op de banen van Bad Saarow doen zij zaken. Na de kaalslag die sinds 1989 bijna vier miljoen van de tien miljoen werknemers trof, de eerste Gründerwelle die tot 1993 duurde, de recessie van '93/'94 en een tweede reeks bedrijfsstarts, is een periode van consolidatie ingetreden. Er is een heuse middenstandscultuur ontstaan: eindelijk begint het Oosten op het Westen te lijken.

De meeste nieuwe Oost-Duitse bedrijven zijn als kasplantjes. Maar sommige zijn doorgeschoten, en een enkele onderneming is reeds aan de aandelenbeurs in Frankfurt genoteerd, zoals Sachsenring (de vroegere Trabant-

fabrieken uit het Saksische Zwickau), of het softwarebedrijf Intershop uit Jena in Thüringen. Juist zij zijn de motor van het herstel, de lichtbakens die perspectief bieden aan zestien miljoen Oost-Duitsers.

Het is geen voorbijgaande trend. De structuur van de Duitse economie verandert, meldde het Institut für Mittelstandsforschung in Bonn. Daarbij geeft het Oosten de toon aan.

Bijna 84 procent van de Oost-Duitse werknemers werkt tegenwoordig in het midden- en kleinbedrijf; in het Westen is dat 76 procent. Terwijl vroeger bijna de helft van alle DDR-werknemers in de industrie werkte, is dat nu 14 procent, en in West-Duitsland altijd nog 26 procent.