Twee scholen

Catherine M. Hooker is twaalf jaar. Zij zit afwisselend op Nederlandse en Amerikaanse scholen.

Dit schooljaar was voor mij het verhaal van twee scholen. De eerste helft zat ik in de sixth grade in Bloomington. Dat ligt in de staat Indiana, ongeveer zes uur rijden ten zuiden van Chicago. De tweede helft zat ik in groep acht in Voorschoten. Thuis spreek ik Nederlands met mijn moeder en Engels met mijn vader, dus had ik geen problemen toen ik van de ene school naar de andere verhuisde.

Dit was de vierde keer dat ik op een Nederlandse school zat, maar de andere drie keren was het alleen voor twee maanden in de zomer. Amerikaanse scholen hebben lange zomervakanties – van begin juni tot eind augustus – dus als mijn Amerikaanse school al uit was, was de Nederlandse school nog aan de gang en verhuisde ik gewoon van de ene naar de andere. Mijn moeder vindt dat de Amerikaanse grote vakantie veel te lang duurt. Ik niet. Ik zou me eigenlijk genept moeten voelen, omdat een deel van mijn Amerikaanse vakantie afgepikt werd, maar ik heb tijdens die zomers veel vriendinnetjes gemaakt in Voorschoten.

Toen ik in Nederland op school kwam, kon ik net meedoen met de CITO-toets en zien hoe iedereen moest beslissen of ze naar het VWO, de Havo of Mavo zouden gaan. Ik ben blij dat ik die keuze niet hoefde te maken. Zo'n indeling heb je niet in Amerika. Naar welke high school je gaat, hangt daar af van waar je woont en niet van een toets.

Er zijn nog veel meer verschillen tussen mijn Nederlandse en mijn Amerikaanse school. In Voorschoten zat ik met 25 kinderen in de klas, in Amerika waren dat er maar 20. In Nederland gaan de meeste kinderen tussen de middag naar huis, in Amerika lunchen ze op school. Ik ga liever naar huis, dan kun je dingen ophalen die je 's ochtends vergeten was, en het eten op mijn Amerikaanse school is trouwens behoorlijk vies.

Verder leest de juf in Nederland alle cijfers hardop voor, ook de slechte cijfers. Dat vind ik helemaal niet leuk. Je moet alleen de goede cijfers voorlezen, als beloning. In Amerika worden de cijfers niet voorgelezen. Ze staan alleen op je proefwerk, dat je veel sneller terugkrijgt dan in Nederland.

Je wordt in Nederland ook gebombardeerd met opdrachten om verslagen te maken. Ik voelde me net een verslaggever. We moesten bijvoorbeeld elke week een werkstuk maken over dingen die in het nieuws waren: we keken naar het school-tv-journaal en vergeleken dat met wat er in de krant stond. In Amerika heb je geen school-tv en hoef je alleen maar twee grote werkstukken per jaar te maken. In plaats van verslagen hebben we in Amerika allerlei werkbladen met vragen over wat er in de leerboeken behandeld is.

In Voorschoten mocht ik mijn mondelinge boekbespreking in het Engels doen. Hoewel dit het tweede jaar was dat de klas Engels had, begreep niemand echt wat ik zei. Hun Engels is niet zo goed, ook al kijken ze de hele tijd naar Amerikaanse tv-programma's met Nederlandse ondertitels.

Mijn Amerikaanse school heeft zijn eigen bibliotheek, maar in Nederland moesten we naar de stadsbieb lopen, drie straten verderop. In Amerika zouden mijn ouders daarvoor al drie weken van tevoren een briefje met toestemming ondertekend moeten hebben. In Nederland gíngen we gewoon. Met handenarbeid moesten we een keer met een figuurzaag werken. In Amerika zou je weer schriftelijke toestemming moeten hebben om zoiets gevaarlijks als een zaag te mogen gebruiken. In Nederland gingen we gewoon zagen.

Zowel in Amerika als in Nederland speelde ik volleybal. In Nederland gaat het er ontspannen aan toe, veel minder fanatiek, en het is fun. In Amerika moeten we al onze ringen, oorbellen en armbanden afdoen omdat je iemand zou kunnen verwonden. Mijn Nederlandse team bestond uit jongens en meisjes, maar in Amerika speelden we alleen met meisjes.

Het lijkt wel of je op een Nederlandse school meer spelletjes doet, maar áls je werkt, dan werk je ook hard. In Amerika wissel je een tijdje spelen af met een tijdje werken. Dat is moeilijker, omdat je, als je eenmaal aan het spelen bent, niet wilt ophouden. In Amerika verliezen we na het spelen een hoop tijd voordat iedereen weer gekalmeerd is. In Nederland hoefden we bijna nooit van spelen over te schakelen naar werken, omdat de meeste leuke dingen aan het eind van de ochtend of de middag gebeurden.

Ik vind de ene school niet echt beter dan de andere. De school in Nederland is fijn omdat je veel minder huiswerk hebt, omdat je geen toestemming nodig hebt om leuke dingen te doen onder schooltijd en omdat je tussen de middag naar huis gaat. Maar de school in Amerika is ook fijn: er zijn kleinere klassen en meer computers, zodat je kunt internetten. Mijn vader zegt dat ik de diplomatie in moet gaan als ik groot ben.