Surinamers hosselen zich door crisis

Suriname ligt vanaf vandaag plat, zo willen de vakbonden. Maar de regering heeft weer enige financiële armslag. En het volk heeft het druk met overleven.

Warenhuis Kirpalanis in Paramaribo zag een gat in de markt. Het gemiddelde salaris gaat tegenwoordig op aan eten en busritten. Oorzaak is de halvering van de waarde van de Surinaamse gulden binnen zes maanden.

Geef de klanten een kredietkaart, zo redeneerde Kirpalanis, waardoor ze eindeloos kunnen profiteren van het assortiment: van schoolboeken en schooluniformen tot televisietoestellen en pannen. De Surinaamse Bank betaalt het warenhuis en handelt de lening af met de klant. ,,Zij weten het beste hoe je geld terugvordert van wanbetalers'', zo verklaart floormanager S. Panday de samenwerking.

Terwijl de Surinaamse samenleving zucht en steunt onder de gevolgen van de inflatie, worden burgers en een enkel bedrijf, zoals Kirpalanis, uiterst creatief. Ze moeten wel. Na de geïmporteerde goederen zijn afgelopen maandag ook lokale producten, zoals melk en de krant, vijftig procent duurder geworden. Ook die producten moeten immers vervoerd worden, en de regering heeft de accijnzen op benzine verhoogd. Daardoor is een liter brandstof plotseling 25 procent duurder.

De bevolking heeft er genoeg van. Naar verwachting staken vandaag duizenden ambtenaren; gisteren en maandag staakten 3.500 werknemers in de particuliere sector, zoals het bankpersoneel. Toen president J. Wijdenbosch (NDP) aantrad in 1996 moesten de Surinamers 241 gulden inleveren voor een Nederlandse gulden, vandaag is dat 650. Bijna alles wordt geïmporteerd.

De stakers eisen dat de regering de brandstofprijzen verlaagt, de inflatie beteugelt, haar schulden bij ziekenhuizen en artsen aflost en geen verboden oplegt, zoals het demonstratieverbod van vorige week. Vakbondsleider Fred Derby is optimistisch over de opkomst, ondanks het feit dat Wijdenbosch niet is afgetreden na de massale demonstraties in mei. In opzwepende toespraken heeft hij de afgelopen dagen herhaald dat er ,,misschien chaos moet zijn voordat er orde komt''. Voor het eerst steunt ook de politiebond de acties.

De regering-Wijdenbosch lijkt volkomen geïsoleerd. Behalve haar economisch wanbeleid – ze heeft veel meer geld uitgegeven aan prestige-objecten dan ze zich kan permitteren – communiceert de regering amper met de bevolking. Het volk schreeuwt om uitleg over prijsstijgingen, uitgaven en staatsschuld, zegt fiscaal jurist R. Vrede. ,,Maar Wijdenbosch houdt zich schuil.''

Elk positief geluid wordt inmiddels met hoon ontvangen. Zo eiste de regering vaag het succes op van de lichte stijging van de Surinaamse gulden de afgelopen maand. Maar de oorzaak heeft niets te maken met beleid, schampert de directeur van het onafhankelijk marktonderzoeksbureau Idos, J. Krisnadath. ,,Doordat Surinaams-Nederlandse toeristen nu hier verblijven, is er een overschot aan harde valuta op de zwarte markt. Bovendien kopen de handelaren weinig in het buitenland omdat de koopkracht is gedaald. De vraag naar harde valuta op de zwarte markt is dus tijdelijk afgenomen'', aldus Krisnadath.

Ook heeft de regering de druk op de begroting tijdelijk verminderd met een lening voor de afbetaling van twee nieuwe bruggen, die zeer zwaar drukten op de begroting. Surinaamse export-inkomsten dienen als onderpand, zodat straks weer minder deviezen beschikbaar zijn. Maar de lening geeft de regering-Wijdenbosch tijdelijk enige financiële armslag, die kan worden benut om de actiebereidheid te ondergraven.

Ondertussen bloeien de hosselpraktijken – bijverdiensten in de informele sector – als nooit tevoren. Ambtenaren rijden taxi, taxichauffeurs leiden toeristen rond, schoonmaaksters verkopen 's avonds fruit. M. Blokland bijvoorbeeld, een creoolse moeder van twee tieners, verkoopt sinds kort tweedehands kleding in haar vrije tijd. Zij werkt veertig uur per week in een hotel en verdient daar iets meer dan het gemiddelde: 200.000 gulden per maand (zo'n 300 Nederlandse gulden). `s Avonds en in het weekeinde koopt zij tweedehands kleren in, die zij op het hek voor haar erf hangt en verkoopt tegen lagere prijzen dan in de winkel. Haar klanten zijn vooral collega's die zij heimelijk informeert over haar nieuwste koopwaar omdat het hotel zulke nevenbaantjes afkeurt.

De economische malaise is omgekeerd aan die van vijftien jaar geleden tijdens en na het militaire bewind. Toen waren de winkels leeg omdat het verboden was geïmporteerde produkten te verkopen tegen een hoge koers, terwijl dollars op de zwarte markt wel duur waren. Handelaren kochten dus niets in. Nu liggen de winkels vol, maar heeft de bevolking geen koopkracht.

Alles is heel onoverzichtelijk geworden, verzucht een ambtenaar bij Staatsbosbeheer, M. Miskin. Zijn vrouw moet al vijf maanden de was met de hand doen, omdat een onderdeel van hun geïmporteerde wasmachine niet te krijgen is. Dat is nog een luxeprobleem, erkent hij, want veel mensen weten niet eens of zij schriften kunnen kopen voor hun kinderen na de zomervakantie. ,,Je moet zo snel mogelijk van je Surinaamse geld af, want het kan zo weer devalueren. De meeste mensen moeten het dus meteen omzetten in eten dat niet bederft.''

Fiscaal jurist Vrede was zes jaar geleden betrokken bij de hervorming van het belastingstelsel, dat intensief is begeleid door Nederlandse belastingexperts. Dertig procent van de belastingplichtigen betaalde tot die tijd belasting, dat werd tachtig procent. Het was te succesvol, vermoedt Vrede, want Wijdenbosch heeft de Nederlanders vrij snel na zijn aantreden het land uitgezet. Toch is Vrede optimistisch over de toekomst van Suriname op de lange termijn. ,,Wijdenbosch en Bouterse, ze zijn slechts passanten in een systeem. En dat systeem moet en zal veranderen, omdat Suriname zich afsluit van de buitenwereld. In andere voorheen corrupte Latijns-Amerikaanse landen hebben ze ook ingezien dat onafhankelijke ambtenaren en instanties noodzakelijk zijn. De Rekenkamer, de rechterlijke macht en de belastingdienst. Hopelijk krijgt dit land ooit geen politiek benoemde ambtenaren, maar onafhankelijke.''

    • Frederieke Weeda