PHILIPPE HIRSHHORN

Bijna overgevoelig, zo klonk op 7 juni 1967 het sublieme vioolspel van de Letlandse violist Philippe Hirshhorn, die op dat moment 21 jaar oud was. Hij gaf een recital van ouderwetse allure in het Palais des Beaux Arts in Brussel, waarvan een live opname werd gemaakt die nu voor het eerst is uitgebracht door het Belgische label Cyprès. Hirshhorn had net de eerste prijs gewonnen van het Brusselse Koningin Elisabeth Concours 1967, waar Gidon Kremer als derde eindigde. Zo succesvol als Kremer zich zou ontwikkelen, zo moeizaam verliep de carrière van Hirshhorn, die in 1996, pas 50 jaar oud, overleed aan een hersentumor. In kleine kring stond Hirshhorn bekend als een van de meest exquise virtuozen van de naoorlogse generatie, een violist voor fijnproevers met een mysterieuze uitstraling. De vanaf 1973 in België gevestigde Hirshhorn trad relatief weinig op en legde zich vooral toe op zijn lespraktijk in Brussel en Utrecht. Van plaatopnames wilde hij niets weten, omdat voor hem alleen het állerhoogste goed genoeg was. Dankzij Cyprès zijn er nu toch twee Hirshhorn-documenten: in 1998 verscheen een dubbel-cd met de concerten van Beethoven, Berg en Paganini (de spectaculaire versie uit 1967, die ooit op lp verscheen, en al snel een collectors item werd), en onlangs het Brusselse recital met werken van Bach, Bartók, Geminiani, Hindemith, Milhaud, Ravel en Saint-Saëns. Wat Hirshhorn hierin laat horen, is dat hij potentieel alles in huis had om zich te kunnen meten met violisten als Kogan of Milstein. Zijn Bach is ontroerend warm en diepzinnig, Bartoks Solosonate klinkt stormachtig virtuoos en intens, de Sonate in c, op. 4 van Geminiani is een en al nostalgische zangerigheid, van Hindemiths Sonate in E, nr. 1 op. 11 wordt de formaliteit op betoverende wijze doorbroken, en in de Etude en forme de Valse van Saint-Saëns en Ravels Tzigane leeft de briljante violist zich uit als een romanticus pur sang. Maar of de zo op perfectie gerichte Hirshhorn zelf blij met deze live-opname zou zijn blijft twijfelachtig, want héél soms is er wel eens een minieme hapering of een net niet helemaal zuivere noot.

Philippe Hirshhorn. CYP9606