Nieuwe uitbraak van mazelen neemt snel toe

De uitbraak van mazelen, waarmee Nederland wordt geconfronteerd, zal de komende maanden in omvang toenemen. Meer dan honderd kinderen zijn inmiddels ziek, terwijl anders circa twintig kinderen per jaar de mazelen krijgen. Volgens J. van Steenbergen van het Landelijk Coördinatiepunt Infectieziekten (LCI) in Den Haag zal de komende tijd ,,een veelvoud'' van het huidige aantal kinderen ziek worden. ,,Het virus verspreidt zich snel en eenvoudig.'' De laatste grote uitbraak van mazelen was in 1988. Toen werden er 1.600 zieken gemeld.

Het eerste geval van mazelen werd in april gemeld in de Bollenstreek. Later volgde onder andere een school in Dordrecht. Een grote besmettingshaard is de reformatorische streekbasisschool Eben Haëzer in Rhenen. Daar zijn vanaf medio juni tot op heden 160 kinderen ziek geworden. Niet zeker, maar wel aannemelijk is te veronderstellen dat bijna alle kinderen de mazelen hebben, zegt F.van Leth van de GGD Zuidoost-Utrecht in Zeist, waartoe Rhenen behoort. In vijftien gevallen zijn de ouders naar een huisarts gegaan. Op de school is zeven procent van de kinderen ingeënt. Landelijk is dat percentage bijna honderd.

Mazelen is een besmettelijke virusziekte die vroeger tot de gewone, maar enigszins riskante kinderziekten behoorde. Een rode, grofgevlekte huid die na een paar dagen koorts en malaise ontstaat, is het belangrijkste kenmerk. De meeste kinderen herstelden zonder problemen, maar een beruchte complicatie bij 1 op de 200 de kinderen was encefalitis (hersenweefselontsteking). Deze ziekte had een sterftekans van 20 procent, terwijl 40 procent van de getroffenen er blijvende hersenschade aan overhield. Sinds 1976 krijgen ouders vaccinatie van hun peuters aangeboden. Het mazelenvaccin is gecombineerd met vaccins tegen de bof en rode hond in het BMR-vaccin. Een beperkt aantal ouders weigert aan vaccinatie mee te werken, meestal op principiële gronden. Behalve sommige groepen christenen zijn ook veel antroposofen tegen inenting. Gevaccineerde kinderen worden niet of nauwelijks ziek.