Joegoslavië-tribunaal moet snel reorganiseren

Het Joegoslavië-tribunaal dreigt verlamd te raken, waardoor een voorspoedige rechtsgang in gevaar komt, meent Alain Franco.

Terwijl het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag onlangs van zich deed spreken door president Miloševic van misdaden tegen de mensheid te beschuldigen, bevindt het zich opnieuw op een kruispunt van wegen. Het tribunaal, in 1993 door de VN opgericht, loopt weliswaar niet het gevaar van het toneel te verdwijnen of in onbruik te raken, zoals men in het begin van zijn bestaan vreesde. Het kwaad dat het tribunaal bedreigt is veel verraderlijker: het dreigt verstopt te raken.

Rechter Claude Jorda, vanaf het eerste uur verbonden aan het Joegoslavië-tribunaal, heeft onlangs in het Franse dagblad Libération gezegd wat veel functionarissen van het tribunaal al fluisterden: ,,Door de trage gang van zaken rond de procedures en de niet zo hoge of ondergeschikte rang van de gearresteerden, dreigt het tribunaal verlamd te raken [...] Het staat opnieuw op een keerpunt van zijn bestaan.''

Terwijl het tribunaal ten opzichte van het grote publiek één front vormt, is het in het geheel niet vrij van interne meningsverschillen, die voornamelijk gebaseerd zijn op twee punten: de gerechtelijke strategie van de procureur en de beste manier om de processen te organiseren.

De procureur heeft het voortouw van het tribunaal in handen en vult de drie Kamers en de enige Kamer van Beroep met dossiers. De eerste procureur, Richard Goldstone, nam zijn verplichting zeer serieus om de verantwoordelijken voor etnische zuiveringen op te sporen. Hij was echter voorstander van een langzame werkwijze om de aaneenschakeling van verantwoordelijkheden na te trekken. Dit leidde tot de eerste diepgaande discussie binnen het tribunaal. Het debat was in feite het gevolg van de Angelsaksische juridische achtergrond van de procureur, die een begin van de rechtsgang gestaafd door bewijzen eist, teneinde een formele beschuldiging te kunnen formuleren. Deze werkwijze werd al snel bekritiseerd, waarbij degenen die hiertegen waren uit de cultuur van het Romeins recht stammen. Hierbij kan iets ten laste worden gelegd zodra zulks ook maar enigszins door `ernstige en overeenstemmende aanwijzingen' kan worden gerechtvaardigd. Bovendien waren de aanhangers van deze benadering overtuigd van de noodzaak dat de bedenkers van de etnische zuiveringen snel aangepakt moesten worden. Na afloop van drie weken van besloten discussies, heeft Goldstone zich in april 1995 bij de argumenten van het andere kamp aangesloten.

Het resultaat: vanaf juli van dat jaar heeft de procureur zijn eerste tenlastelegging – die van volkerenmoord – bekendgemaakt tegen Radovan Karadzic en Ratko Mladic voor hun rol tijdens het beleg van Sarajevo. Vijf maanden later volgde de tenlastelegging uit hoofde van ,,de volkenmoord die volgde op de verovering van Srebrenica'': een rap opgesteld dossier, want de afslachting van de meer dan tienduizend moslims had zich medio juli afgespeeld!

De opvolger van Richard Goldstone, Louise Arbour, zag al snel de noodzaak in om de werkwijze geheel om te gooien, die, zoals zij terecht betoogde, ,,niet langer aan de behoeften van dit moment voldeed''. Aldus ontketende zij een tweede revolutie door geheime formele beschuldigingen te doen teneinde de arrestaties te vergemakkelijken. Vervolgens heeft Arbour de inspanningen van haar ambtenaren op het vervolgen van de militaire hiërarchie en de verantwoordelijke politici geconcentreerd, alsmede op ,,iedereen die persoonlijk aansprakelijk is voor buitengewoon gewelddadige handelingen''. Tegelijkertijd heeft zij 14 formele beschuldigingen ingetrokken,,rekening houdend met de middelen van het tribunaal''. Kortom, om verstoppingen in de rechtspraak te doorbreken.

Om dezelfde reden heeft Arbour getracht de processen te hergroeperen. Maar omdat de procureur geen greep heeft op het arrestatiebeleid ten opzichte van de verdachten, op het rechtsgebied van SFOR noch op de lidstaten van de VN, is deze wens grotendeels niet uit de verf gekomen. Dit blijkt uit het verloop van drie processen rond de etnische zuiveringen in de Lašva-vallei in Bosnië. Het proces van generaal Blaskic duurt nu al twee jaar, dat van Dario Kordic en Mario Cerkez is pas in april begonnen.

De 14 rechters van het tribunaal hebben op hun beurt niet stilgezeten. Zo werd het Reglement voor procedures en bewijsvoering – het kompas waarop het tribunaal vaart – veertien maal gewijzigd. Gedurende de eerste jaren dat het tribunaal werkzaam was, groepeerden de magistraten zich in twee kampen: zij die uit het Angelsaksisch recht stamden en zij van de Latijnse school. ,,Dat verschil bestaat niet langer. Al vergaderend zagen de rechters de gerechtelijke realiteit in. Zij constateren hoe log de gerechtelijke machine loopt, en sluiten zich steeds meer bij de gedachte aan dat de procedures versneld dienen te worden'', zoals een vooraanstaand toeschouwer samenvat. Een logge machine?

Oordeel zelf: tot op heden heeft het tribunaal slechts acht vonnissen uitgesproken, waaronder één vrijspraak. Het Blaskic-proces is net afgelopen, maar kent geen uitspraak. Het hof van beroep heeft zich net uitgesproken in de zaak van de eerste veroordeelde, Duško Tadic –veroordeeld eind 1996. Nu herbergt de gevangenis 31 gedetineerden. Als men de formele beschuldiging tegen Miloševic en vier van zijn naaste medewerkers meerekent, zijn er 69 personen officieel in staat van beschuldiging gesteld, waar het aantal geheime beschuldigingen nog bijkomt.

In de wandelgangen van het tribunaal maakt men deze grap, waarachter een verontrustende gedachte schuilt: ,,De beste manier om ons werk te verlammen is door ons een grote groep beschuldigden tegelijk te sturen''.

Het gaat er de rechters om de middelen te vinden om de processen te versnellen zonder daardoor de rechten van de partijen in gevaar te brengen. De magistraten treden tijdens de zittingen nu eerder op dan vroeger door de partijen tot grotere snelheid aan te sporen. In bepaalde gevallen dienen zij een eis in om in een dossier bepaalde getuigenverklaringen op te nemen, waarvan in een eerder proces al kennis is genomen of accepteren zij een dergelijke eis. Maar dit is nog lang geen stelregel. Bijvoorbeeld, teneinde de jurisdictie van het tribunaal te bevestigen, dient in een proces het internationale karakter van het conflict in het voormalige Joegoslavië vastgesteld te worden. Dit is al ettelijke keren gedaan tijdens de eerste behandeling door het tribunaal. Gelukkig is dit nu ook in hoger beroep vastgesteld. ,,Dit soort problemen heeft te maken met het korte bestaan van dit instituut'', erkent Christian Chartier, woordvoerder van het tribunaal.

Vandaag de dag weet iedereen dat het verschrikkelijke machtsmisbruik gepleegd in Kosovo de werklast van het tribunaal zal doen ontploffen. Om een verlamming van de werkzaamheden te voorkomen, gaat het bureau van de procureur zich nog meer richten op de verantwoordelijken voor de etnische zuiveringen en laat het lot van de `kleine visjes' over aan de zorg van de nationale rechtbanken. Als deze gerechtelijke apparaten dan ook maar naar behoren werken. Internationale juristen zijn al bezig met de herstructurering. De reorganisatie verloopt echter langzaam, terwijl de slachtoffers naar gerechtigheid snakken.

Het Joegoslavië-tribunaal dient dus blijk van inventiviteit te geven, en wel snel. Zijn president, Gabrielle McDonald, en zijn procureur, Louise Arbour zijn helaas beiden demissionair. Gezien hun vertrek kan geen van beiden vandaag initiatieven nemen die dwingend zijn. Zij dienen in ieder geval zeer snel te worden vervangen door twee juristen met buitengewone kwaliteiten en met de vaste overtuiging de rechtbank vooruit te helpen door hun ambt aan te pakken met duidelijke ideeën inzake de herzieningen die moeten worden doorgevoerd. Dit zijn de voorwaarden om ervoor te zorgen dat het tribunaal geen slachtoffer wordt van zijn eigen succes.

Alain Franco is correspondent in Nederland van het Franse dagblad Le Monde.