Help de Serviërs de winter door

De leiders van de veelsoortige Servische oppositie zijn van plan een grote demonstratie te houden, op 19 augustus; een soort `mars op Belgrado' die de weg moet vrijmaken voor een interim-bewind. Het is eerder geprobeerd, in december 1996. Toen wisten we in het Westen nog niet hoe belangrijk de Servische oppositie voor de vrede in Europa is.

Oorlogen zijn in het algemeen pas afgelopen als aan de kant van de verliezers de oude machten zijn vervangen, zo radicaal dat voor de eerstkomende generaties de vrede verzekerd is. Die wijsheid gaat in de Balkan niet op. In de eerste weken van de bombardementen waren er gematigde beschouwers die vreesden dat de NAVO weleens de luchtmacht van het Kosovaarse bevrijdingsleger UÇK zou kunnen zijn. Dat gevaar was volgens de oorlogsleiding denkbeeldig. Intussen is het UÇK voorspoedig bezig zijn macht te consolideren. Het was ook wel een blijk van hemels optimisme te geloven dat een leger van guerrillastrijders op de Balkan vrijwillig de wapens zou inleveren. De NAVO heeft niet of nog niet voldoende troepen om het voormalig verzet ertoe te dwingen. (En men stelt het zich voor: de fameuze grondtroepen van de NAVO, voor het eerst vechtend, maar dan tegen Kosovaren. Dat is wel het laatste wat men zou willen.)

Uit de gelederen van het UÇK komt dus de nieuwe politieke leiding voort (zoals iedere voormalige illegaliteit haar aanspraken laat gelden; in Nederland is in 1945 hetzelfde geprobeerd). Michel Maas, correspondent van de Volkskrant in Priština, beschrijft dat er ook een politie en een geheime dienst in oprichting zijn. Die laatste vooral. De voormalige onderdrukten hebben hun eigen opvatting van gerechtigheid. Dertig executies per week worden door het hoofd van de VN-vredesmissie, Bernard Kouchner, in dit stadium niet abnormaal gevonden. Wat is normaal, wat abnormaal als er nu al omstreeks 11.000 vermoorde Kosovaren in massagraven zijn gevonden? Dit alles is niet de bedoeling geweest van de humanitaire oorlog; het hoort wel tot de onvermijdelijke gevolgen.

Op hun wereldconferentie van drie uur, vorige week in Sarajevo, hebben de rijke landen van het Westen de Balkan zeer veel geld in het vooruitzicht gesteld om over langere termijn een `soort Marshall Plan' te financieren. Na Dayton is er ook zo'n plan voor Bosnië opgesteld. Daarmee houdt de bevolking van het in ruime mate verwoeste gebied het hoofd boven water. Maar een zelfstandig bestaande politieke en economische maatschappij is er na vier jaar nog niet mee hersteld. Er is een redelijke kans dat een zich consoliderend UÇK nieuwe complicaties zal veroorzaken. Het eerste doel is een vrij Kosovo, en dan op langere termijn het Groter-Albanië. Het ontstaan van deze staat zou de Serviërs – die van Miloševic, de oppositie en de orthodoxe kerk – niet onberoerd laten, om het bescheiden te zeggen. Alleen al om de Servische oppositie tegen de gemeenschappelijke vijand te helpen, is er iets voor te zeggen het UÇK aan het verstand te brengen dat het nu niet de tijd is om een onafhankelijk Kosovo voor te bereiden en uit wraakmoorden te gaan.

Wat als Miloševic niet, eindelijk, vrijwillig het veld ruimt, en de 19de overleeft? En hoe zal hij het aanpakken? Zal hij het proberen met een of ander compromis, met vage toezeggingen, beloften, die van kracht blijven tot de demonstranten weer thuis zijn en die alleen dienen om het verzet uit te putten? Er is hem voldoende tijd gelaten om zo'n verweer te organiseren. En hij heeft, zoals iedere klassieke tiran, zijn getrouwen die bij zijn ondergang alles te verliezen hebben. Het gebruik van geweld tegen de ongewapende betoging is dus niet uitgesloten. Misschien krijgen de betogers steun van verbitterde eenheden van het leger en daarmee is de aanzet tot een Servische burgeroorlog gegeven. Het is geen voorspelling; het is het onder ogen zien van een mogelijkheid.

Vechten in de straten van Belgrado is het slechtste scenario. In dat geval komt de vraag aan de orde: wat gaat de NAVO doen. Bombarderen? Waar, wie? Het Westen heeft zijn oorlogsmisdadiger nummer één nog niet kunnen arresteren. Moet het dan toekijken terwijl de oppositie in Belgrado dit probeert en misschien al doende zelf ten onder gaat? Of, andere optie, moet de NAVO haar humanitaire oorlog tot het bittere einde voeren en daadwerkelijk, dat wil zeggen met de wapens op de grond, de zijde van de oppositie kiezen?

Het Servische volk in zijn geheel is al zo zwaar getroffen dat het volgens conservatieve schattingen voor de komende tientallen jaren, onder welk regime dan ook, armlastig zal zijn (nog afgezien van de schade die de NAVO-bombardementen de volksgezondheid hebben berokkend). Als Miloševic de 19de augustus overleeft, blijft het volk uitgesloten van het Stabilisatiepact voor de Balkan. Dat is in Sarajevo afgesproken. Wat dan? Een actie `Help de Serviërs de winter door'? Misschien, als dat van de NAVO mag.

De verwijdering van Miloševic is een Europees, een politiek, een Westers en een humanitair belang. Dat is met twee maanden bombarderen bewezen. Het doel is nog niet bereikt. Kunnen we nu de slotfase aan de Serviërs overlaten, aan de oppositie die aan alle etnische zuivering part noch deel heeft? Is het, alweer humanitair gesproken, rechtvaardig een volk collectief te straffen voor wat zijn leiding en een politieke bovenlaag met misdadige handlangers heeft aangericht? Zou het niet een idee zijn – omdat Miloševic immers een Europees probleem is – nog eens uit alle macht de oppositie in Belgrado te steunen, bijvoorbeeld door de meest massale Europese demonstratie die het werelddeel ooit heeft gezien? Niet op 19 augustus, maar op de 18de, onder leiding van vredesapostelen als Mient Jan Faber, anti-kernbomdemonstrant Tony Blair, Vietnam-weigeraar Bill Clinton, de links-socialist Joschka Fischer? Dan weet de oppositie in Belgrado in ieder geval dat ze niet alleen is, terwijl ze de laatste kastanje uit het vuur haalt. En mislukt het, dan kunnen nog altijd de grondtroepen erin.