De voetbalmanager heeft kicksen aangehad

Geen club kan nog zonder manager in het Nederlandse betaald voetbal. Over welke capaciteiten moet hij beschikken en wat zijn de mogelijkheden voor ex-spelers als manager? Frank Arnesen, Danny Blind en Hans van Breukelen over leiding geven met emotie.

De geslaagde zakenman die denkt dat hij zijn succesformule uit het bedrijfsleven ook even op het betaald voetbal kan projecteren zal negen van de tien keer bedrogen uitkomen. Vergisten zelfs de grootste multinationals zich niet in de emoties die Sport7 losmaakte? Clubs als PEC Zwolle en AZ'67 werden in het verleden ver teruggeworpen door een rijke sponsor met sportieve ambities.

Elke directeur van een club wordt geconfronteerd met specifieke aspecten van het betaald voetbal, dat met geen enkel andere bedrijfstak is te vergelijken. ,,Ik heb mensen uit het bedrijfsleven veel miskleunen zien maken'', zegt Ton van Rhoon, kerndocent van de leergang management betaald voetbal die de KNVB verzorgt. ,,Er bestaat zelfs een verschil met de amusementsindustrie. Daar is ook heel veel emotie en speelt toeval eveneens een grote rol. Maar een voorstelling kun je sturen, een voetbalwedstrijd niet.''

Als geen ander kan Hans van Breukelen een vergelijking trekken tussen het leiden van een bedrijf en een voetbalclub. De voormalige doelman van onder meer PSV en het Nederlands elftal was eerst tweede directeur bij een spijkerbroekenfirma alvorens hij aantrad als technisch directeur van FC Utrecht. ,,Er zijn veel raakvlakken. Maar de publiciteit rond het voetbal zorgt voor heel veel extra druk en spanning. Je leeft continu in een glazen huis. Als je in het bedrijfsleven een conflict hebt met een werknemer blijft het meestal binnen kleine groep. In de voetbalwereld ligt het de volgende dag op straat.''

De eisen die aan een managementfunctie in het voetbalmetier worden gesteld, nemen toe. Stijgende begrotingen door meer inkomsten uit commercie, recettes en tv-rechten werken een groter spanningsveld in de hand. ,,Ondertussen is er een schreeuwend behoefte aan professioneel kader in het betaald voetbal'', constateert docent Van Rhoon. ,,Deze bedrijfstak wordt deels nog bestuurd overeenkomstig het model van Thorbecke. Elke club drijft op vrijwilligers, een bestuur en een voorzitter die zijn hobby uitleeft. Daar moet je als manager mee om weten te gaan. Het is een specifiek vak. Daarom kun je niet even een algemene commerciële opleiding volgen. De rode draad die door het werk van een voetbalmanager loopt is: op korte termijn succes oogsten, voor de lange termijn visie uitstralen. Dit alles op basis van emotie. Het moet in je hart zitten. De beleving in het stadion speelt een rol. De manier waarop je het publiek ontvangt en bij je product weet te betrekken eveneens. Dat maakt het allemaal zo bere-moeilijk.''

In de leergang van de voetbalbond komen actuele ontwikkelingen aan bod, zoals beursgang, stadionbouw, merchandising, sponsoring, media-ontwikkelingen en publieksbeleid. De cursus is volgens Van Rhoon, in het dagelijks leven directeur van het communicatie- en adviesbedrijf Quintrix, uniek in de wereld. ,,Ondanks heb ik in Japan managers uit de J-League inleidend geschoold'', vertelt hij trots. ,,Die zaten met open mond te luisteren.''

Verschillende Betaald Voetbal Organisaties (BVO's) durfden het aan om ex-voetballers aan te stellen als manager. Zoals PSV (Frank Arnesen), Feyenoord (Sjaak Troost), RKC (Marcel Brands), Willem II (Martin van Geel), FC Utrecht (Hans van Breukelen), Helmond Sport (Adri van Kraay), FC Groningen (Henk Veldmate) en sinds kort Ajax (Danny Blind). Op de laatstgenoemde na, volgden zij allen de leergang van de KNVB. Van Rhoon: ,,Het is een pre als je vanuit de voetbalwereld doorgroeit. Je moet het krachtenspel kennen. Maar een goede ex-voetballer is nog geen goede manager. Je moet het vermogen hebben in beleidslijnen te kunnen denken. Je moet iets van de wereld van het topvoetbal hebben meegekregen om te kunnen begrijpen wat er gebeurt. Ik kom zelf uit een voetbalnest. Mijn vader was 43 jaar secretaris bij FC Wageningen. De transfers werden bij ons aan de keukentafel afgesloten.''

Martin van Geel, ex-voetballer van Willem II en Feyenoord, kreeg na zijn actieve loopbaan een managersfunctie bij Willem II. Hij begon als commercieel manager. Nu staat er `Directeur voetbalzaken' op zijn kaartje. Voor een ex-speler was hij redelijk geschoold toen hij achter een bureau plaats nam. Hij volgde cursussen journalistiek en pr alsmede een opleiding voor boekhouder. De leergang van de KNVB beschouwde hij als nuttig. ,,Doordat je gegevens uitwisselt met andere cursisten kun je ook in de keuken kijken van concurrerende clubs. In mijn leergang zaten Frank Arnesen van PSV, Leo Beenhakker, toen technisch directeur bij Vitesse, en John van Dijk van Roda JC. Voor lang niet alle problemen in ons vak bestaat een panklare oplossing. Dit is een functie waarin je steeds bijleert. Je moet steeds weer inspelen op nieuwe situaties. Zoals een paar jaar geleden het Bosman-arrest.''

Ook Frank Arnesen, directeur voetbalzaken van PSV, ondervindt dat hij elke dag nog met nieuwe zaken wordt geconfronteerd. In de eerste maanden als manager werd de voormalige speler van Ajax en Valencia alleen op pad gestuurd om in Zuid-Amerika spelers te contracteren. Dat leverde een paar teleurstellingen op. ,,Ik bood de Braziliaan Ze Elias een jeugdcontract aan van zestig, zeventigduizend gulden. Daar begon hij niet aan. Later werd mij duidelijk dat het een fantastisch talent was, een type Van Hanegem. Ik sprak mijn talen en had een paar trainerscursussen gevolgd. Maar er komt voor dit vak toch meer kijken.''

Van Geel heeft ondervonden dat er door de buitenwacht een groot onderscheid wordt gemaakt tussen een voetballer en iemand die een beleidsmatige functie uitoefent. ,,Mijn ervaring was dat pers en publiek je als speler positief benaderen. Als manager word je door hen op een bestuurlijke hoop gegooid en negatief kritisch gevolgd. Daar heb ik het in begin wel moeilijk mee gehad. Je wordt beoordeeld op resultaten. Die kunnen tegenvallen, maar het beleid kan goed zijn.''

Het is opmerkelijk dat managers van clubs als Ajax, Heerenveen, FC Twente, AZ en Sparta de KNVB-academie nog niet hebben bezocht. Van Rhoon wil niet zover gaan door te stellen dat de leergang een must is voor alle managers. ,,Nee, het leven leert. Wie ben ik om te beweren dat Ajax en Heerenveen geen professionele clubs zijn. Maar ik vind dat mensen die hun vak serieus nemen zich wel constant moeten laten bijscholen.''

Danny Blind heeft momenteel geen tijd voor de leergang in Zeist. ,,Maar zo'n cursus kan natuurlijk nooit kwaad. Ik ga eerst proberen mijn diploma Oefenmeester I te halen.'' In de paar maanden dat hij nu werkzaam is als directeur spelersbeleid van Ajax heeft Blind nog niet gemerkt dat hij veel kennis mist om deze functie uit te oefenen. ,,Je leert snel wat de beste werkmethode is. In het spel rondom transfers ben ik voor de leeuwen gegooid. En misschien was dat ook wel het beste. Mijn verdere werkzaamheden bestaan dit seizoen voor zestig à zeventig procent uit bekijken van wedstrijden en het volgen van voetballers. Iedereen weet ik dat ik wel de juiste weg weet te vinden als ik met spelers moet praten die eventueel dienen te worden aangetrokken of verkocht moeten worden.''

Een groep van voormalige cursisten van de leergang, bestaande uit Van Breukelen (FC Utrecht), Van Dijk (Roda JC), Fossen (PSV) en Van der Kraan (FC Den Bosch) heeft het initiatief genomen om een netwerk voor managers in het betaald voetbal op te zetten. Ze willen studiebijeenkomsten organiseren en ervaringen uitwisselen. Van Breukelen: ,,We gaan thema's als betaal-tv, de Eredivisie NV of de invloed van makelaars aanpakken. Er is genoeg te bespreken. De ontwikkelingen in het betaald voetbal zijn gigantisch.''