De maakbare samenleving van Singapore

Nederland kan veel leren van stadstaat Singapore. Door hun beperkte omvang lenen beide landen zich goed voor de rol van testlaboratorium voor nieuwe trends. Voormalig raadsadviseur Jos Kieboom speurt voor Nederland naar interessante ontwikkelingen. `De maakbaarheid van de samenleving is hier heel groot'

Lunchtijd op Orchard Road. Hordes mensen struinen in de klamme tropenhitte over de brede winkelboulevard in het centrum van Singapore op zoek naar een versnapering. De keuze is groot en de westerse toerist zal zich thuis voelen met in een straal van honderd meter café's van Déli France, Starbucks en Spinelli's naast de overmijdelijke Burger King en McDonalds.

Eten behoort tot de populairste hobby's van een Singaporees. In deze stadstaat vraagt men elkaar zelden `Hoe gaat het met je?', maar altijd `Hoe was je lunch?' en `Waar heb je gegeten?'. Jos Kieboom weet er inmiddels alles van. De 60-jarige Nederlander, voormalig raadsadviseur van de premiers Van Agt, Lubbers en Kok, wandelt vrijwel dagelijks tussen de menigte door als hij zijn kantoor binnengaat of verlaat. Als directeur van de Netherlands Foreign Investment Agency en tegelijkertijd Technisch-Wetenschappelijk Attaché van de Nederlandse ambassade huist hij aan de rand van Orchard Road.

Kiebooms keuze voor een broodje en een kop koffie valt deze middag op een Singaporees café, de Coffee Club Xpress. Een typische keuze voor de diplomaat, want dit café symboliseert een interessante nieuwe ontwikkeling in Singapore. Een voorbeeld van het Nieuwe Ondernemen in Azië, en dat is iets wat hij nauwgezet in de gaten houdt. ,,Dit is Singapore's antwoord op de veramerikanisering van de samenleving hier'', vertelt Kieboom. ,,Als Singapore niets zou doen, verdwijnen heel veel lokale bedrijven of wordt een steeds groter deel van de lokale middenstand hier overgenomen door buitenlandse winkelketens. Ze slaan hier nu heel vernuftig terug met de succesformule van de Amerikanen: franchising.''

De Chinese handelsgeest van de bevolking (ruim driekwart van de 3,6 miljoen Singaporezen is etnisch Chinees) staat borg voor succes bij het kopiëren van westerse succesformules. De Singaporese overheid geeft via een speciaal instituut, de PSB (Productivity and Standards Board), zelfs cursussen aan kleine en middelgrote lokale bedrijven in franchising en branding, de marketing van een merknaam. Singapore mikt er op tussen nu en 2005, honderd zogeheten home grown franchises op te zetten. De Coffee Club Xpress, een trendy, design-achtig café, is een van de eerste nieuwe Singaporese merknamen die uit die strategie voortkomen. ,,Ze zullen hier in Singapore eerst een eigen naam moeten opbouwen'', zegt Kieboom. ,,Want de klant moet straks weten waar Coffee Club Xpress voor staat. Als dat goed gaat, kun je over een paar jaar ook in Kuala Lumpur of Bangkok koffie drinken en een broodje eten bij deze keten.''

Kieboom is gefascineerd door de werkwijze van de Singaporezen. ,,Dit is maar één voorbeeld van hun succesvolle manier van denken en doen. Ze zetten trends voor de hele regio.'' En ook Nederland kan volgens hem veel lering trekken uit de aanpak van de Singaporezen. Wijzer worden van Singapore is een van de redenen waarom Kieboom is neergestreken in de eilandrepubliek. Zijn Singaporese `lessen' publiceert hij in gespecialiseerde bladen als `TechNieuws' of `De Ingenieur', net als andere technische attaché's in andere delen van de wereld, zoals Silicon Vally, dat doen. ,,Mijn belangrijkste klanten zijn de individuele Nederlandse bedrijven die op zoek zijn naar nieuwe ontwikkelingen of soms ook naar Aziatische partners. Ik werk hier af en toe ook aan `matchmakings' met Nederlandse universiteiten of met researchinstellingen als TNO'', legt hij uit.

Jos Kieboom verruilde drie jaar geleden Den Haag voor Singapore en zette hier een nieuw kantoor op voor het Commissariaat voor de Buitenlandse Investeringen in Nederland (CEBIN), dat onder het ministerie van Economische Zaken valt. Voor het CEBIN, dat onder meer kantoren heeft in Noord-Amerika, en in Azië is vertegenwoordigd in Japan, Taiwan, Hongkong en Zuid-Korea, was Zuidoost-Azië destijds een witte vlek op de kaart. De toen nog indrukwekkend groeiende tijger-economieën leken een ideale industriële markt voor EZ, die vanuit Singapore actiever en efficiënter benaderd konden worden dan tot dan toe vanuit Japan was gedaan. Het ging er om Aziatische bedrijven en goederenstromen naar Nederland te lokken, en zo via directe investeringen vanuit het Verre Oosten nieuwe werkgelegenheid te creëren in Nederland.

Het leek het belangrijkste en meest tijdrovende deel van Kiebooms dubbele baan in Singapore te worden. Maar een jaar na zijn aantreden brak de Aziatische crisis los, en werd investeren in het buitenland even het laatste waar bedrijven uit de regio aan dachten. Daardoor kwam meer nadruk te liggen op zijn andere functie, die van technisch-wetenschappelijk attaché.

,,Ik bekijk hoe de Singaporese regering hier bepaalde zaken aanpakt, welk beleid ze maken.'' Het ver ontwikkelde Singapore is om veel redenen een ideale lokatie voor Kieboom. Het land is toegankelijk, het is het financiële en economische hart van Zuidoost-Azië en het land zet als gezegd vaak de trend voor de rest van de regio. Bovendien spreken alle Singaporezen goed Engels. ,,De maakbaarheid van de samenleving is heel groot. Men pakt hier dingen aan die we in Nederland niet zo snel zouden doen. Dat is voor mij, en voor Nederland, dat net als Singapore een klein land is, heel interessant en leerzaam om te zien.''

Neem de economische politiek. Singapore was in de jaren tachtig het eerste land in de regio dat inzag dat het te duur werd om te concurreren op goedkope arbeid in de regio. Door de explosieve groei die het land had doorgemaakt, waren de lonen veel hoger komen te liggen dan in buurlanden als Maleisië en Indonesië. Om zich toch blijvend te onderscheiden naar buitenlandse investeerders besloot de regering dat Singapore zich moest concentreren op kapitaalintensieve, hoogwaardige industriële productie: automatisering en robotisering werden sleutelbegrippen in het Singaporese economische beleid.

,,Nu zit het land alweer in een volgende veranderingsfase. Singapore moet nu overstappen naar een kenniseconomie. De kennis van de werknemers moet omhoog, vindt de regering. Singapore stopt daarom nu bijvoorbeeld twee miljard in het onderwijs om in 2002 één computer per twee studenten en scholieren te hebben'', vertelt Kieboom. ,,Er zitten hier in de regering maar liefst vijf mensen voor onderwijs. Ze beschouwen onderwijs hier in de toekomst als een industrie en niet, zoals wij in Nederland, als een kostenpost.''

Onderwijs als bedrijfstak. Onderwijs als profit centre. In Singapore wordt er hard aan gewerkt. ,,Onderwijs moet hier één van de belangrijkste exportproducten worden. De nationale economie zal in de toekomst veel directer worden aangestuurd door de wetenschap. Dat duurt nog een jaar of vijf, zes, maar dan zal dit land tot de topcentra voor internationaal onderwijs behoren.''

Hoe doet Singapore dat? Eigenlijk net als bij het franchisen, vertelt Kieboom. Singapore is nu druk bezig tien van de meest gerenommeerde universiteiten in de wereld hierheen te halen. Inmiddels hebben zes instituten zich al gevestigd in het land, waaronder INSEAD en het Massachusetts Institute of Technology. Singapore faciliteert de instituten, maar de buitenlanders brengen ook eigen geld mee. Zo investeert INSEAD 60 miljoen dollar in zijn nieuwe universiteit die, inclusief campus, volgend najaar klaar zal zijn.

,,Met die universiteiten komt, via de docenten, professoren en onderzoekers, ontzettend veel kennis naar Singapore. Zo ontstaat hier een fantastische pool van kennis uit de wetenschapshoek.'' Dat is reuze aantrekkelijk, zegt Kieboom, voor internationale bedrijven die actief zijn in sectoren als informatie-technologie, biotechnologie en medische wetenschap. ,,Die bedrijven kunnen hier straks heel direct mensen selecteren en weghalen nadat ze de beste opleidingen hebben volbracht.

Nog een voorbeeld. Kieboom: ,,Singapore zag sneller dan andere landen – waaronder Nederland – dat de nieuwste generatie chipfabrieken niet neergezet wordt in landen die de hoogste investeringspremie bieden, maar in landen die tien tot vijftien topingenieurs kunnen leveren om zo'n fabriek te runnen. Singapore beschikt over deze ingenieurs. Op dit moment is de twaalfde chipfabriek hier in aanbouw, terwijl Nederland nog steeds hengelt naar de tweede.''

Er zitten aardige neveneffecten aan deze strategie vast. Singapore verwacht dat door onderzoek en ontwikkeling nieuwe producten ontstaan die nieuwe impulsen geven aan de kenniseconomie. ,,Singapore wil die producten van hieruit dan gaan exporteren naar de regio. Dat past perfect in hun beeld van onderwijs als bedrijfstak.'' Het zal overigens van de Singaporese bevolking wel wat aanpassing vereisen. Singaporezen hebben zich jarenlang kunnen onderscheiden door kennis te reproduceren. ,,Rijtjes stampen, formules uit je hoofd leren, dat kunnen ze als de besten. Internationale wiskundetesten worden steevast het best gemaakt door Singaporese scholieren. Maar studeren met de boeken dicht, daar zijn de meesten minder bedreven in.'' Reden waarom de regering sinds kort hamert op meer creativiteit in het onderwijs. En ook om dat te bereiken is een hele strategie uitgedacht.

Het is deze aanpak van de Singaporese politici die het land tot een soort laboratorium maken. Klein en dus makkelijk controleerbaar. Dat gaf de eilandrepubliek ook de kans sneller dan andere landen in de regio de economische crisis te bezweren. ,,Singapore is een anticyclisch beleid gaan voeren'', vertelt Kieboom. ,,Veel overheidsinvesteringen zijn naar voren gehaald om zo een impuls aan de eigen economie te geven.'' Dat kon de regering makkelijk doen omdat het land geen staatsschuld heeft en een hele hoge buitenlandse reserve. (Ter vergelijking: Nederland betaalt jaarlijks 45 miljard gulden aan rente op de staatsschuld).

Singapore heeft de Azië-crisis ook aangegrepen om het eigen financiële systeem op te poetsen en het toezicht in de bankwereld – hoofdoorzaak voor het ontstaan van de economische misère in de regio – verder te verscherpen. Deze zomer blijkt hoe snel Singapore hersteld is van de crisis. De verwachtingen voor economische groei zijn inmiddels weer bijgesteld naar twee tot vier procent voor dit jaar. Daarmee loopt het land vooruit op ontwikkelingen in de regio. En kan Kieboom met enig optimisme zijn werk voor de Netherlands Foreign Investment Agency weer wat intensiveren.

,,Men is hier natuurlijk geschrokken van de crisis en het zal nog even duren voordat alles weer op het oude niveau terug is. Daarom kijken landen als Singapore naar nieuwe zakelijke mogelijkheden buiten Azië, en Europa staat hoog op de lijst.'' Kieboom concentreert zich op de Aziatische bedrijven die zich voor distributiedoeleinden in West-Europa willen vestigen. ,,Van iedere vier Aziatische bedrijven die een regionaal distributiehoofdkantoor willen opzetten in Europa, gaan er nu drie naar Nederland.''

Via symposia in Maleisië, de Filippijnen, Thailand, India en Singapore informeert Kieboom geïnteresseerde bedrijven over de mogelijkheden die Nederland biedt. Hij heeft, zo blijkt, in Singapore dat zoveel trends zet, zelf ook een trend gezet. Want sinds hij Nederland `verkoopt' als knooppunt voor Aziatische bedrijven die in Europa actief willen zijn, hebben andere Europese landen in Singapore soortgelijke kantoren opgezet. ,,De Ieren, de Britten en de Fransen zitten hier nu ook. Al die landen hebben net als Nederland in eigen land te maken met bedrijven die steeds meer investeringen in het buitenland doen. Als tegenwicht voor weghollende werkgelegenheid lokken ze nu buitenlandse investeerders terug.''

En allemaal, zo is zijn stellige overtuiging, kunnen ze veel leren van de manier waarop Singapore beleid maakt en uitvoert. ,,Singapore is mondiaal bekeken het meest succesvol in het aantrekken van buitenlandse investeringen, als je dat omrekent per hoofd van de bevolking'', zegt kieboom. Om er trots aan toe te voegen: ,,Nederland staat tweede op die ranglijst. En dat is de reden dat er hier in Singapore ook steeds meer belangstelling ontstaat voor de Nederlandse aanpak.''