Chopin in Parijs

Hotel de Koperen Ketel in Kootwijk was altijd een CDA-broeinest, waar je op het ene terras Dries en op het andere Joseph kon zien borrelen. Verbaasd was ik dan ook om daar gisterochtend vroeg in het ontbijtzaaltje niemand minder dan Hans van Mierlo te ontmoeten, die mij toeroept: ,,Dus hier zit je! De Franse ambassade probeert je al de hele week te bereiken. Het IJsselmeer omfietsen? Dan neem je toch een gsm mee. Je moet direct Den Haag bellen.''

Ik bestel een spiegeleitje en een telefoon. Het blijkt dat die middag om vier uur de Poolse ambassadeur in Parijs het beeld van Chopin in de Luxembourg-tuin gaat onthullen. Met dat beeld heb ik een merkwaardige band. Voor de oorlog stond er een monument voor de Pools-Franse componist aan de westkant van het park. In de oorlog verdween de bronzen kop, niemand wist waarheen. De zandstenen zuil waar de kop op stond, werd opgeborgen in de kelders van het senaatsgebouw. Ongeveer een jaar geleden zag ik op de binnenplaats van een ateliercomplex in Montmartre een kop die me aan Chopin deed denken. De rest is geschiedenis, die vanmiddag zijn climax beleeft. Of ik maar wou komen. Ze zouden de taxi van Kootwijk bellen, dan kon ik om tien uur op Schiphol zijn.

,,Ik wil niet vliegen. Ik heb me juist zo verheugd op de afdaling over het kiezelpad van Kootwijk naar de Rijn''. ,,Dat kiezelpad is er morgen ook nog. U neemt om tien over tien op Schiphol de Thalys, dan bent u om twee uur in het station van het Noorden''.

Het hotel vindt het goed dat ik de kamer nog een nacht huur. Ik zet er mijn fiets in. De taxichauffeur uit Kootwijk heeft amusante anekdoten over CDA-figuren als Van Agt en Luns, maar ik mag ze niet opschrijven. Om tien uur ben ik op Schiphol en om twee uur in Parijs, waar ik op mijn gemak over de boulevards naar het park wandel. De boekhandel van PUF op de hoek bij de Sorbonne gaat verdorie ook al sluiten. Voor de etalage staat Stefanski. ,,Ga je mee naar Chopin?''. ,,OK, maar dan bel ik Christof en Marie en Zelazowa of ze ook komen''.

Zo arriveer ik aan het hoofd van een kleine Poolse delegatie bij de in lakens verpakte Chopin-zuil. De ambassadeur houdt een mooi praatje, trekt aan een touw en we zien hoe mijn zwarte kop wel heel erg klein prijkt op een dikke vuilwitte zuil, waar zich vaag een vrouwenfiguur langs strengelt. Tafels met champagne en kleine fornuisjes. Een pianist speelt op een vleugel in het grasveldje stukken van de Franse Pool die 150 jaar geleden stierf.

Op de terugwandeling zie ik dat mevrouw George Sand al een duivenaureool heeft gekregen. Ze zit helemaal aan de andere kant van het park als Chopin en bovendien met haar rug naar Gustave Flaubert die een bank onder zich heeft waar een zwerver zijn sokken droogt. Ruim voor zeven uur ben ik op het Noordstation, om elf uur hervind ik mijn taxi op Schiphol en om middernacht slaap ik in Kootwijk naast mijn fiets. Morgen de heerlijke afdaling.