VN: etnische zuivering in Zuid-Servië

Vanuit het zuiden van Servië zijn de afgelopen weken zeker 4500 Albanezen naar Kosovo gevlucht wegens een campagne van intimidatie en geweld jegens de Albanese minderheid in het gebied.

Dat hebben woordvoerders van de VN-hulporganisatie UNHCR gisteren in Priština gemeld. De Servische politietroepen en paramilitairen en de Joegoslavische legereenheden die twee maanden geleden Kosovo ontruimden, zijn volgens de UNHCR aan de Servische kant van de grens met Kosovo begonnen met een `etnische zuivering' onder de Albanese minderheid in het gebied. Vooral in de steden Preševo, Bujanovac en Medvedja zouden ze de Albanezen verdrijven met dreigementen, mishandeling, plundering en gedwongen uitzetting. Volgens de vluchtelingen zijn herhaaldelijk Albanese vrouwen in aanwezigheid van familieleden verkracht om de dreigementen kracht bij te zetten. Auto's worden volgens de vluchtelingen in beslag genomen bij controleposten langs de wegen, militairen worden in woningen ondergebracht waarna de bewoners worden weggepest en telefoons worden zonder verklaring afgesloten. Veel Albanezen in het zuiden van Servië zouden hun huizen willen verkopen om naar Kosovo te gaan.

De UNHCR heeft geen mogelijkheid zelf ter plaatse te controleren of sprake is van een etnische zuivering onder de Albanezen. De Servische autoriteiten hebben dat tegengesproken, maar volgens de UNHCR zijn de verhalen van de vluchtelingen door hun aantal en hun gelijkluidendheid geloofwaardig.

Het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië heeft gisteren verbaasd gereageerd op een uitlating van Bernard Kouchner, de chef van de VN-missie in Kosovo, als zouden er in de massagraven die tot nu toe in Kosovo zijn ontdekt elfduizend lichamen van door de Serviërs vermoorde Albanezen liggen. Kouchner zei dat gisteren in een vraaggesprek met het persbureau Reuters. Hij zei zich te baseren op cijfers van het VN-tribunaal.

Het tribunaal zegt echter zulke cijfers niet te hebben verstrekt en zelfs niet te bezitten. Een openbare aanklager van het tribunaal, Graham Blewitt, zei in een reactie gisteren dat het tribunaal nog lang niet zover is. Eerst, zei hij, moet worden vastgesteld hoeveel mensen in Kosovo worden vermist, vervolgens moet worden vastgesteld wie van deze vermisten dood is, en tenslotte moet worden bepaald hoe de slachtoffers zijn omgekomen: door natuurlijke oorzaken, door oorlogshandelingen of door een misdrijf. ,,Dat is een werk dat nog maanden in beslag neemt'', aldus Blewitt. ,,Het enige dat we kunnen zeggen is dat het aantal slachtoffers van oorlogsmisdaden waarschijnlijk eerder in de duizenden dan in de honderden zal lopen.''

In Priština hebben Albanese hoogleraren en studenten gisteren de universiteit weer in bezit genomen, waar ze in het begin van de jaren negentig uit werden gezet. De veiligheidssituatie in de provincie blijft intussen ernstig. Gisteren werd een 90-jarige Servische vrouw vermoord in haar huis in de hoofdstad Priština aangetroffen. In Prizren werden twee Serviërs vermoord, in Vitina één, zo meldde een Servisch persbureau. (Reuters, AFP)