`Verpleeghuizen voor doodzieken onwenselijk'

Aparte verpleeghuizen die zijn gespecialiseerd in de behandeling van terminale patiënten zijn onwenselijk. Die hulp moet in de gewone verpleeghuiszorg worden geboden. Verpleeghuizen kunnen daarvoor wel aparte afdelingen opzetten.

Minister Borst (Volksgezondheid) antwoordt dit op vragen uit de Tweede Kamer. Zij blijft voorstander van integratie van de vijf `hospices', particuliere instellingen voor hulp aan lieden in de laatste levensfase, in de reguliere gezondheidszorg. Dan ook is, aldus Borst, de financiering en dus continuïteit verzekerd. Een aantal fracties in de Kamer wilde steun voor uitbreiding van het aantal `hospices', maar Borst herhaalt daar niet voor te voelen.

Een groeiend aantal verpleeghuizen creëert aparte afdelingen voor palliatieve hulp. Daarbij ligt de nadruk op pijnbestrijding en stervensbegeleiding en wordt ook aandacht besteed aan de opvang van nabestaanden. Op dit moment zijn daar ruim dertig (van de in totaal 220) verpleeghuizen mee doende, zo blijkt uit de antwoorden van Borst.

Overigens heeft volgens Borst maar een klein deel van de terminale patiënten extra - vaak dure - hulp nodig. Voor de opvang van deze patiënten hebben de verpleeghuizen geen extra geld nodig. Ze kunnen die hulp uit hun gewone budget financieren. De verpleeghuizen hebben ook niet om extra geld gevraagd, zo antwoordt Borst de Kamer.

Door de zorgverzekeraars verantwoordelijk te maken voor voldoende zorg, waartoe ze regionaal contracten sluiten met de leveranciers ervan, zullen verpleeghuizen bovendien niet langer deze dure patiënten kunnen weigeren als hun dit budgettair beter uit zou komen, zo verwacht Borst. Volgens Kamerleden gebeurt dit nu wel, maar de Nederlandse vereniging van verpleeghuiszorg zegt dat daar geen sprake van is. Voor de ontwikkeling en verbetering van de palliatieve zorg heeft de minister voor een periode van vijf jaar in totaal 35 miljoen gulden uitgetrokken.

Met dit geld worden onder meer zes kenniscentra (in Amsterdam, Groningen, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht) gefinancierd die onder meer consulententeams het land in moeten sturen. Voor de integratie van de bestaande hospicezorg in de gewone gezondheidszorg is tot 2001 ruim een miljoen gulden per jaar beschikbaar.