Schrikbewind `acht van Foca' loopt af

Snel gaat het niet, maar met de aanhouding van de van oorlogsmisdaden verdachte Radomir Kovac zijn nog maar vijf van de `acht van Foca' op vrije voeten.

Gewoontegetrouw volgen in Foca `spontane', gewelddadige betogingen na de aanhouding van een van haar notabelen. Want Foca, een `gesloten, duistere plaats' in Oost-Bosnië, is nog altijd in de greep van de oorlogsmisdadigers van weleer.

Foca werd een begrip in de Bosnische oorlog. Net als in het naburige Višegrad gingen de Bosnische Serviërs, gesteund door Servische en Montenegrijnse vrijwilligers, hier bijzonder bruut tekeer in de bloedige lente van 1992. Op enkele honderden grijsaards na werden alle moslims (51,6 procent van de bevolking) vermoord, mishandeld, beroofd of gedeporteerd. Veertien moskeeën werden met de grond gelijk gemaakt, waaronder de Aladza moskee uit 1550 en de Ustikolina moskee uit 1448.

Maar Foca maakte vooral naam als een enorm verkrachtingskamp, waar Servische strijders zich konden verpozen met moslimvrouwen. Honderden vrouwen en meisjes, sommigen niet ouder dan twaalf jaar, werden samengedreven in de Partizan Sporthal onder het oog van de burgers. Daar, en in hotels en huizen in en rond de stad, werden ze in elkaar geslagen, verminkt en verkracht, sommigen meer dan hondermaal, sommigen door groepen van vijftien of twintig soldaten.

In de dagvaarding tegen de `acht van Foca' is voor het eerst verkrachting als oorlogsmisdaad aangemerkt. Verkrachting is in artikel 5 van het statuut van het Joegoslavië-tribunaal opgenomen als een vorm van marteling en vernedering. Een bewaarder van het moslimkamp Celebici kreeg eerder voor de verkrachting van twee Servische vrouwen 15 jaar gevangenisstraf, een Bosnisch-Kroatische paramilitair 10 jaar. Gebeurt verkrachting massaal en systematisch, zoals in Foca, dan kan het zelfs als vorm van genocide worden aangemerkt. Dat heeft de aanklager bij de `acht van Foca' echter niet geprobeerd.

Radomir Kovac, alias `Klanfa' (38), was ondercommandant van de militaire politie in de lente van 1992. Tussen oktober en december liet hij volgens de getuigen enkele vrouwen tussen zijn huis, een hotelkamer en ander huizen rouleren. Kovac en zijn soldatenvrienden verkrachtten de vrouwen dagelijks, lieten ze naakt op tafel dansen en dwongen ze te koken en schoon te maken. Toen hij in februari 1993 op ze was uitgekeken, verkocht hij twee vrouwen voor 500 mark per stuk aan Montenegrijnse soldaten. Andere vrouwen gingen voor 200 mark van de hand. Kovac werd maandagochtend uit zijn huis gehaald door Franse SFOR-troepen.

Van de `acht van Foca' meldde zich vorig jaar Dragoljub Kunarac (37) vrijwillig bij SFOR. Hij bekende schuld aan de verkrachting van drie meisjes. In januari werd een meer prominente serieverkrachter, politiechef Dragan Gagovic, doodgeschoten toen hij inreed op Franse SFOR-militairen. Onlangs werd een andere inwoner van Foca opgepakt, de commandant van het mannenkamp KP Dom. Hij wordt niet van verkrachting beticht.

Daarmee geven de Fransen opnieuw aan dat nu oook in hun sector een eind komt aan het tolereren van gewezen oorlogsmisdadigers. Human Rights Watch publiceerde vorig jaar een rapport over Foca, dat nu door de inwoners Srbinje wordt genoemd, omdat de naam Foca wat te Turks klinkt. Uit dat rapport bleek dat de oorlogsmisdadigers de stad nog steeds in een ijzeren greep hadden. Ze bezochten dezelfde kroegen als SFOR-soldaten of waren daar zelfs eigenaars van. Ze terroriseerden mede-bewoners en leden van internationale organisaties en wisten soms het hulpgeld dat naar Foca ging in eigen zak te steken. Onbekenden bliezen in 1997 drie buitenlandse auto's op, een bende voormalige oorlogsmisdadigers stak een lid van de internationale politiemacht IPTF ,,voor de lol'' een handgranaat onder de oksel en sloeg een Italiaan in elkaar. De Franse SFOR-troepen traden hier niet tegen op om de vrede te bewaren.

Een documentaire van CBS eind 1997, waar met een verborgen camera werd getoond hoe de oorlogsmisdadigers in een kroeg de spot dreven met Franse soldaten, alsmede harde kritiek van hoofdaanklager Louise Arbour, hebben Parijs begin dit jaar doen besluiten ernst te maken met de uitvoering van het Dayton-akkoord in de Franse sector. Op de dood van Gagovic is januari van dit jaar volgde enkele dagen van nauwkeurig georkestreerd geweld – twee buitenlanders werden gestenigd. Maar dat heeft de Fransen kennelijk niet afgeschrikt, al leidde de luchtoorlog in Kosovo tot een pauze in de opsporing van oorlogsmisdadigers. Met de aanhouding van Kovac pakken de Fransen de draad weer op.

De architecten van de gruwelen van Foca zijn nog vrij. Tegen hen is geen aanklacht ingediend, al heeft het tribunaal mogelijk wel een geheime dagvaarding tegen hen uitgeschreven. Het betreft de leiders van de Krizni Štab van Foca, het crisiscomité dat de etnische zuiveringen organiseerde. Één van hen, Velibor Ostojic, bracht het tot minister van Informatie, vice-premier van de Servische Republiek en zelfs tot voorzitter van de parlementscommissie voor de mensenrechten. `Vojo' Maksimovic is parlementariër. En Petko Cancar, ex-burgemeester van Foca, werd vorig jaar minister van Justitie in de zogenaamd gematigde regering van Milorad Dodik.