Rood puntje

Toen Lord Crowdey jong was heette hij anders en reed hij in een vooroorlogse cabriolet over de Nationale Weg van Toulon naar Toulouse, waarlangs ik stond met een vooroorlogse vinger in de lucht. Hij remde en hij reed zelfs een stukje naar achteren om mij te vragen waarom ik daar stond met mijn vinger in de lucht. Ik zei dat ik wilde weten waar de wind vandaan kwam en dat ik daarom die vinger eerst in mijn mond had gestoken en nu in de lucht, om aldus uit de zijde waar de vinger het eerst koud werd, af te kunnen leiden uit welke wind de wind woei, maar dat, nu hij dit vingerteken als een liftverzoekgebaar had opgevat, ik er geen bezwaar tegen had om op zijn achterbank verder te rijden.

John, zoals hij toen genoemd werd en nu waarschijnlijk nog, zei hierop dat hij via Toulouse, Turijn, Triest, Tirana en Thessaloniki naar Athene reed, waar hij over een week hoopte te arriveren. Zo begon een avontuurlijke reis waar ik uit schaamte en discretie steeds over gezwegen heb, maar waarvan ik nu een saillant detail niet mag verzwijgen ter geruststelling van het Mauritshuis.

Op de achterbank van de open sportwagen mocht ik niet zitten, want daar lag een metalen cilinder, die in elk van onze pleisterplaatsen onder het bed werd gelegd. Toen we in Hotel Angleterre in Athene waren aangekomen, maakte John de rol open en schoof er een opgerold schilderij uit. Het was een vaardig geschilderd mannenportret, dat we met de wasknijpertjes van ons waslijntje aan de roe van het gordijn hingen. ,,Een of andere gek heeft daaronder de handtekening van Rembrand nagemaakt'', merkte ik op. ,,Misschien is het wel een Rembrandt'', zei John, ,,dat gaan we in deze stad te weten komen van Dr. Karl Neumann die te oud is om naar Schotland te komen, zodat mijn vader mij heeft gevraagd hem hier in Athene ons erfstuk te laten zien.''

John telefoneerde naar

Neumann, maar kreeg slechts personeel aan de telefoon dat ons klassiek Grieks niet verstond. Dus namen we een taxi en belden, ik met de metalen cilinder onder de arm, aan bij Dr. Neumann in een buitenwijk van de Griekse hoofdstad. Daar maakte een notaris ons in het Frans duidelijk dat Neumann de vorige dag was overleden. Op de gang zagen we een bekoorlijk zeventiende-eeuws Hollands schilderijtje van een meisje met een zeepbel. ,,Bewaakt u dat maar goed'', zei John tegen de notaris.

De reis was dus voor niks geweest. Jammer was dat bij het ophangen van het schilderij de wind het doek tegen een schemerlamp sloeg, waar een ijzerdraadje een putje in de linkeronderhoek van het schilderij maakte. Heel toevallig was dat diezelfde avond, terwijl we een portie moussaka aten, een spettertje tomatenketchup — het kan ook echte tomaat zijn geweest, dat herinner ik mij niet precies meer — in dat beschadiginkje vloog. De volgende dag brak de Tweede Wereldoorlog uit en moesten we als de donder naar onze ouderlijke huizen.

Tijd en discretie deden mij dit alles bijna vergeten, tot ik in de krant het schilderij zag dat het Mauritshuis als een echte Rembrandt heeft gekocht van Lord Crowdey. Als ze het morgenochtend goed bekijken moeten ze niet schrikken van een rood puntje onderlinks. Dat is tomaat van zestig jaar geleden, en eenvoudig te verwijderen.