Mujahedeen

Carolien Roelants en Michael Stein hebben in drie artikelen allerlei beschuldigingen en leugens over de Mujahedeen Khalq en het Iraanse verzet geuit (NRC Handelsblad, 3, 16 en 17 juli). Daarbij hebben zij agenten van het Iraanse ministerie van Inlichtingen aan het woord gelaten of simpelweg geen bron genoemd.

Wij beschouwen deze artikelen en de beschuldigingen, verdraaiingen en vervalsingen als een ongekende gebeurtenis in de geschiedenis van de Europese journalistiek. Daarbij wordt inbreuk gemaakt op de onpartijdigheid van de media.

Ik zal niet reageren op de claims van de bekende agenten van het Iraanse ministerie van Inlichtingen. Iedereen is bekend met de oude trucs van het regime tegen de Mujahedeen.

Dit soort moddergooien zorgt ervoor dat Iraniërs de mullahs nog meer gaan haten. In het kort wil ik een aantal andere zaken aan de orde stellen.

1. In de artikelen van Roelants en Stein wordt geprobeerd de lezers wijs te maken dat de Mujahedeen Khalq personen die de strijd niet willen voortzetten, gevangenzetten en hen tegen hun wil vasthouden. Er wordt tegelijkertijd gezegd dat ,,honderden Mujahedeen Khalq de A-status kregen''.

En ,,honderden'' Mujahedeen Khalq zijn ,,vanuit Irak toegelaten''. En: ,,De Mujahedeen Khalq betaalt hun reis en verzorgt hun paspoort en visa's.'' Roelants en Stein zeggen dat er mensen zijn die de hardheid van de strijd niet konden doorstaan en naar Nederland zijn gekomen.

Hoe is het mogelijk dat er zoveel tegenstrijdigheden in een artikel worden verwerkt? Wat is de motivatie achter deze tegenstrijdigheden over een populaire verzetsbeweging waarvan tot nu toe 120.000 leden en sympathisanten zijn gedood.

2. Er wordt beweerd dat ,,de Mujahedeen uit Irak gemakkelijk een verblijfsstatus krijgen'', en ,,de vluchtelingenmedewerkers durven dit niet openlijk te zeggen uit angst voor repercussies.'' Deze valse uitspraak wordt alleen gebruikt om het heilige recht op asiel te ondermijnen.

Het mullahregime is tegen elk soort asiel. Helaas blijken er restricties te bestaan op de asielzoekers die Iran worden uitgezet. Terwijl de Europese autoriteiten van mening zijn dat ze wel recht op asiel hebben.

Sommige Nederlandse instanties hebben ook hiervoor geen respect. Het in twijfel trekken van de asielstatus van de Mujahedeen Khalq is een complot, bedoeld om de omstandigheden te manipuleren.

3. In het artikel wordt geschreven: ,,de Mujahedeenleider heeft alle dissidenten ter dood veroordeeld en beloofd de vonnissen na de bevrijding van Iran te voltrekken.'' Dit is een valse en misselijke bewering.

Men moet zich afvragen waarom de Mujahedeen Khalq het uitvoeren van dit fictieve bevel hebben uitgesteld als deze dissidenten een bedreiging zijn voor Mujahedeen Khalq? En als deze individuen geen bedreiging zijn, waarom is er dan zo'n bevel? In tegenstelling tot de journalistieke traditie verzuimen Roelants en Stein hun bron te identificeren.

Misschien is de enige bron voor deze beschuldiging het ministerie van Inlichtingen. Ik daag de schrijvers uit om met informatie hierover te komen. Waar en wanneer heeft de leider van de Mujahedeen Khalq zo'n `bevel' of iets dergelijks uitgevaardigd.

4. In het artikel wordt beweerd dat de Mujahedeen Khalq hun critici intimideren. Er wordt geen betrouwbare en bevestigde bron genoemd.

De vraag is waarom de Mujahedeen Khalq deze dissidenten – die nu voor het Iraanse ministerie van Inlichtingen werken en blijkbaar een betrouwbare bron voor de krant zijn – dan naar Europa hebben gebracht?

5. In het artikel `De strijders van het volk' (NRC Handelsblad, 3 juli) is beweerd dat ,,tot die overtuiging [dat de Mujahedeen Khalq terroristen zijn] was vrijwel de gehele Iraanse bevolking al eerder gekomen.''

Het is niet duidelijk wie de schrijvers de bevoegdheid heeft gegeven om een uitspraak te doen namens de meerderheid van de Iraanse bevolking. Evenmin is duidelijk waarom dagelijks nieuwe groepen Iraniërs vanuit Iran en het buitenland zich bij deze `terroristische organisatie' aansluiten en waarom anderen al hun bezittingen aan hen geven?

Als de schrijvers de moeite hadden genomen om op 18 juni j.l. even naar Keulen te gaan, dan hadden ze kunnen zien dat zo'n 15.000 `terroristen' daar hadden gedemonstreerd om de Mujahedeen Khalq en het Iraanse verzet te steunen.

Laat ik de auteurs geruststellen. Het is de Iraanse bevolking die beslist hoe zij hun verzet tegen de mullahs moet vormgeven. Dit ondanks het advies van de auteurs. Zij laten een agente van het regime – wier reis- en verblijfkosten door het Iraanse ministerie vanuit Zweden werden betaald – verklaren: ,,Khatami was gekozen door bijna de gehele Iraanse bevolking en hij is nog steeds hun favoriet.'' Deze naakte steun voor het regime toont het politieke doel van alle beschuldigingen aan het adres van de Mujahedeen Khalq aan.

6. In een ander artikel wordt Mitra Yousefi als een ex-lid van de Mujahedeen Khalq dat sinds 1992 in Zweden woont, voorgesteld. En `haar man', van wie ze op bevel van Massoud Radjavi moest scheiden, bevindt zich in Irak. ,,Hij is nog steeds in hun handen, ik mag hem niet ontmoeten... Ik heb ze gesmeekt om hem alleen maar te zien.'' Dit is niet waar.

De ex-man van mevrouw Yousefi is de heer Hassan Nayeb Agha, een voormalige voetbal-ster en bekend lid van het verzet. Hij heeft sinds 1992 zijn meeste tijd in Europa doorgebracht. Tijdens de wereldkampioenschappen voetbal van afgelopen zomer in Frankrijk heeft hij aan diverse persconferenties in Parijs, Bonn, Lyon en andere Europese steden deelgenomen. Mitra Yousefi is trouwens nooit lid van de Mujahedeen Khalq geweest.

7. Helaas zullen deze artikelen een excuus zijn in handen van de mullahs van de geheime politie. In een artikel wordt gezegd ,,de misdadigers die wij nu hebben, zijn onschuldige baby's vergeleken met de Mujahedeen Khalq''. De boodschap is erg duidelijk: het vrijpleiten van diegenen die de executie van 120.000 mensen, de steniging en de verkrachting van jonge meisjes op hun geweten hebben. Het beschrijven van deze misdadigers als `onschuldige baby's' is niets anders dan openlijke steun aan het regime. Een regime dat 44 keer door de Verenigde Naties is veroordeeld.

Terwijl de propaganda van het regime probeert de zaken anders voor te stellen, wordt de oproep van de Mujahedeen Khalq voor democratie en onafhankelijkheid op internationaal niveau goed gehoord. De meerderheid van de leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, de parlementen in Engeland, Italië, België en Luxemburg alsmede leden van het Franse parlement en andere Europese parlementen steunen de Mujahedeen Khalq. Zij beschouwen de Mujahedeen Khalq als een legitieme oppositiebeweging binnen Iran.

8. Bij het vrijpleiten van de mullahs en hun misdaden zijn de schrijvers zelfs overgegaan tot geschiedvervalsing. Er wordt geclaimd dat de Mujahedeen Khalq veel Iraniërs bij grote bomaanslagen hebben gedood en dat ,,het regime reageerde op hun aanslagen met een terreurcampagne.''

Iedereen – zelfs degenen die kritiek op de Mujahedeen Khalq hebben – weet dat ze tot het uiterste waren gegaan in hun vreedzame oppositie. Zelfs nadat het regime 50 van hun aanhangers had gedood, er honderden gewond waren geraakt en er 3.000 waren gearresteerd, gevangengezet en gemarteld, riepen zij de autoriteiten om het onrecht tegen te gaan.

Het is bekend dat het verzet tegen het regime begon nadat een demonstratie van een half miljoen mensen werd neergeslagen. In 1981 gaf Khomeiny daar zelf het bevel voor.

9. Naast de bovengenoemde valse beschuldigingen aan het adres van de Mujahedeen Khalq zijn er twee feiten die niet kunnen worden ontkend. De mullahs zijn zeer gehaat wegens hun misdaden tegen de mensheid, niet alleen door de Iraniërs, maar ook door de internationale gemeenschap.

Degenen die een politiek van toenadering tot dit regime prediken, kunnen niet direct de mullahs ophemelen. Ze proberen de stem van de democratische oppositie te smoren om hun toenadering tot de moordenaars van het Iraanse volk te rechtvaardigen.

Het tweede feit is de economische en politieke crisis waarmee het regime geconfronteerd wordt. Uitgebreide ontevredenheid is heel algemeen.

Het verzet heeft het regime de laatste tijd grote slagen toegebracht. De tijd is gekomen om het regime ten val te brengen.

Het is niet verrassend dat het Iraanse ministerie van Inlichtingen zijn activiteiten tegen de democratische oppositie uitbreidt. Zij die politieke en economische banden met Iran hebben, helpen hen.