Kunsthandelaar pakt `nep-advocaat' aan

Mr. Gillard d'Arcy, is dat nu een echte advocaat of een oplichter? Zelf noemt hij zich `bedrijfsjurist', en probeert een `bende' hem zwart te maken.

Waar hij verblijft is onbekend. Zijn ruime kantoor aan het Westeinde met vier faxen en acht computers is op last van de deurwaarder gesloten. Maar zijn tegenstanders hadden het al voorspeld. Mr. Gustaaf Joan Gillard d'Arcy drinkt altijd omstreeks half zeven koffie in café Meuwese aan het Rokin. En inderdaad komt hij rond die tijd op zijn fiets aangereden. In een luchtig gestreept overhemd en met zijn aktentas achter op de bagagedrager. Even zegt hij niet te willen praten, om vervolgens lang uit te wijden. ,,Ik een nep-advocaat? Allemaal praatjes van de bende die mij van mijn bezittingen wil beroven. Ik ben bedrijfsjurist.''

Het zijn moeilijke tijden voor de Amsterdamse jurist Gillard d'Arcy. De deken van de Orde van Advocaten heeft een onderzoek naar hem ingesteld, omdat twee klachten zijn binnengekomen over het feit dat hij zich ten onrechte als advocaat zou uitgeven. En in een langlopend juridisch conflict krijgt hij steeds vaker ongelijk.

Ongrijpbaar, ondoorgrondelijk. Maar hij is ook slim en charmant. Elke vraag draait hij om of kaatst hij terug. Of hij wel afgestudeerd is? ,,Een impertinente vraag.'' Of zijn naam niet gewoon Gillard is zonder het deftige d'Arcy? ,,Irrelevante vraag.'' Overal heeft hij een verklaring voor. ,,Sorry hoor, ik ben wat langdradig. Maar ik hou nu eenmaal van uitleggen.'' Zijn tegenstanders omschrijven hem als een meesteroplichter. ,,Een soort Heer Olivier, maar dan nog beschaafder'', zegt voormalig kunsthandelaar E.H. van der Leeuw.

Jarenlang werkte Gillard d'Arcy, die de Belgische nationaliteit bezit en officieel woonachtig is in Londen, in zijn kantoor `Stuart Hill Hartley' aan het Westeinde in Amsterdam. Veel cliënten en advocaten dachten dat dit een kantoor met gerenommeerde advocaten was. Zelfs de Raad van State en de Amsterdamse rechtbank gingen daarvan uit, zo blijkt uit aanmaningen voor openstaande rekeningen. Zijn brieven werden ondertekend door secretaresse mevrouw Van Harten. ,,Met de hartelijke groeten van mevrouw Van Harten'', stond er dan onder. Gillard d'Arcy: ,,Mevrouw Van Harten heeft wel degelijk bij mij gewerkt. Misschien dat haar naam daarna nog een half jaartje of zo onder de brieven is blijven staan.''

Hij had vooral kunsthandelaren uit de Nieuwe Spiegelstraat tot zijn klanten. Al in 1986 had een handelaar twijfels over hem en schakelde het onderzoeksbureau Van der Graaf in. Het bureau rapporteerde dat de betrokkene ,,vroeger altijd Gustaaf Joannes Gillard heette, zonder titel en achtervoegsel.'' In de jaren zeventig voegde hij d'Arcy er aan toe. Hij was ooit journalist, zette met weinig succes uitzendbureaus op, in 1983 noemt hij zich bedrijfsadviseur. Hanteer ,,een voorzichtige gedragslijn'', zo adviseert het onderzoeksbureau in 1986.

Bijna twee jaar heeft Gillard d'Arcy nu een conflict met Van der Leeuw, oud-kunsthandelaar uit Utrecht. Gillard d'Arcy was sinds 1980 bestuurder van enkele stichtingen, onder meer van de Stichting Stadsherstel en Stedenschoon. Als doel heeft deze stichting het beheren, opknappen en verhuren van monumentale panden. Zo'n stichting is aantrekkelijk, want bij de aankoop hoeft geen zes procent overdrachtsbelasting te worden betaald en een stichting krijgt hogere subsidies dan particulieren.

Van der Leeuw ligt in 1995 in scheiding. Gillard d'Arcy schakelt hij in als advocaat, want Van der Leeuw denkt dat hij dat is. Gillard d'Arcy raadt hem aan de stichting van hem over te nemen, om geld voor zijn vrouw weg te houden. Van der Leeuw, zo zal hij later voor de rechter verklaren, betaalt hem onderhands 480.000 gulden dat hij ,,over heeft'' uit de kunsthandel. Een kwitantie van de overdracht van de stichting is er niet. Een stichting verkopen is wettelijk onmogelijk. Gillard d'Arcy zal later ontkennen dat Van der Leeuw iets heeft betaald.

Van der Leeuw wordt voorzitter van de stichting en hij gaat er vanuit dat hij eigenaar is van de twee panden die de stichting heeft: Westeinde 6 en Weteringstraat 39. De panden zijn dan ongeveer negen ton waard. Van der Leeuw: ,,Gillard wilde de stichting niet meer op zijn naam hebben. Ik had volledig vertrouwen in Gillard. Hij was mijn advocaat. Als je die al niet kunt vertrouwen? Misschien ben ik naief.'' Gillard d'Arcy bleef de administratie doen. Van der Leeuw had er verder nauwelijks bemoeienis mee. De medebestuurders van de stichting zijn twee kennissen van Gillard d'Arcy.

Van der Leeuw begint pas nattigheid te voelen als hij op zijn privé-adres een brief krijgt van ABN Amro dat er een schuld is van twee ton. Gillard d'Arcy blijkt in opties te hebben gehandeld en heeft daarbij weinig geluk gehad. Van der Leeuw krijgt sterk de indruk dat ook bestuursbesluiten zijn vervalst. Dan onderneemt hij actie, roept hulp in van H. van Woudenberg, die zichzelf omschrijft als ,,troubleshooter'', en van advocaat P. Twaalfhoven van het kantoor Hulkenberg Van der Veen. ,,Zo'n man als Gillard had ik nog nooit meegemaakt'', zegt Twaalfhoven. ,,Altijd onbereikbaar. Brieven beantwoordt hij niet. Komt nooit op rechtszittingen.'' Voor de rechtshandelingen schakelt hij steeds andere advocaten in.

Gillard d'Arcy blijkt aan de stichting nooit te hebben betaald voor de huur van Westeinde 6. Hij zegt dat dat niet hoeft, omdat hijzelf het economisch eigendom bezit, en de stichting het juridische eigendom. De rechter denkt er anders over. In juni wordt hij veroordeeld tot het betalen van 471.000 gulden. Gillard d'Arcy betaalt niet. Als ontruiming van zijn kantoor dichtbij is, spant hij nog een kort geding aan. Maar hij verliest. De deurwaarder heeft ruim een week geleden het pand leeggehaald. Een verzetsprocedure verloor hij gisteren. Ook de Amsterdamse kantonrechter volgde het pleidooi van het economische eigendom niet.

De stichting heeft volgens Van der Leeuw en Twaalfhoven bijna een miljoen gulden verloren. Een jaar geleden deed Van der Leeuw al aangifte van oplichting en fraude, maar vervolging kwam er niet. ,,Het is een civiele zaak'', zegt een politiewoordvoerder. Twaalfhoven: ,,Dat zeggen politie en justitie altijd als ze er niets van snappen.''

Gillard d'Arcy blijft uiterlijk onbewogen onder de hele kwestie. Uiteindelijk zal hij winnen. De ,,bende'' die hem wil pakken heeft volgens hem alle registers opengetrokken. Ze zijn zelfs in zijn verleden gaan graven. Een knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad begin jaren tachtig waarin staat hij tot twaalf weken cel is veroordeeld wegens wapenbezit? Gillard d'Arcy: ,,Dat is onzin. Ik lag toen in de clinch met krakers, één van hen was de dochter van een journalist.'' Nooit heeft hij langer vastgezeten dan één etmaal, zegt hij. Iedereen heeft wel eens in zijn studententijd iets fout gedaan. ,,Toch?''