Iedereen ruziet in stad der vrede

Het nieuwe millennium zorgt overal ter wereld voor problemen. Meestal hebben die te maken met computers die op hol slaan. In Bethlehem zijn het de mensen die op hol slaan.

Langs het Mangerplein in Bethlehem staan tegenwoordig stenen paaltjes, zodat er geen auto's of toeristenbussen meer kunnen parkeren. Op veel paaltjes zijn halfronde lampen geschroefd, die het plein en de belendende Geboortekerk, een bedevaartsoord voor christenen, 's nachts in een romantische oranje gloed zetten.

Voor de buitenstaander is dit puur vooruitgang: vroeger werd het Mangerplein ontheiligd door ronkende bussen en scheldende chauffeurs. In het kader van de Bethlehem-2000-viering, die eind dit jaar begint en zal duren tot Pasen 2001, wordt ook dit deel van de stad in oude luister hersteld.

Maar de moslims in Bethlehem zijn niet tevreden: die voelen zich gediscrimineerd omdat maar één van de twee paaltjes voor de deur van hun moskee een lamp heeft, terwijl de paaltjes voor de kerk elk van een lamp zijn voorzien. Voor de kerk aan de overkant zijn de lampen óók een affront, omdat ze zouden lijken op de Koepel van de Rots, het beroemde moslimheiligdom in Jeruzalem.

De buitenlandse donor die de lampen installeerde, probeert wanhopig uit te leggen dat het Deense designlampen zijn zonder enige religieuze connotatie, lampen die á 1.200 dollar per stuk geheel volgens ontwerp asymmetrisch over het plein zijn verdeeld.

Het nieuwe millennium zorgt overal ter wereld voor problemen. In veel steden hebben die problemen te maken met computers die op hol slaan. In Bethlehem zijn het de mensen die op hol slaan. Iedereen heeft zijn eigen ideeën over hoe Jezus' tweeduizendste geboortejaar – waarin ruim twee miljoen pelgrims en toeristen worden verwacht, tweemaal zoveel als doorgaans – moet worden gevierd.

Palestijnse instanties die betrokken zijn bij de organisatie vechten met elkaar en met zakenlui, straatventers, priesters en buitenlandse donoren over wie wat moet doen en hoe. De inzet is meestal geld of macht. De uitkomst: gekwetste ego's, roddelcampagnes en uitstel voor het project `Bethlehem-2000' zelf, dat bedoeld was om de verwaarloosde stad een facelift te geven en het conflictueuze imago van Palestina wereldwijd bij te schaven. ,,Het probleem van Bethlehem'', zucht een ingewijde, ,,is dat iedereen het nationale Palestijnse belang aan de kant schuift om 10.000 dollar of extra prestige in de wacht te slepen.''

Die houding is historisch gegroeid. De laatste `autoriteit' die zich enigszins om de stad bekommerde, was het Britse Mandaat begin deze eeuw. Jordanië keek tussen 1948 en 1967 nauwelijks naar Bethlehem om. Onder Israelisch gezag, van 1967 tot 1995, was van onderhoud of ontwikkeling helemaal geen sprake. Het laatste masterplan dateert van 1960 en is nooit uitgevoerd. Het Palestijnse Gezag (PA) erfde vier jaar geleden een stadje vol zandwegen, huisvuil, illegale bouwsels en inwoners die niet meer gewend waren om welk bestuur dan ook serieus te nemen.

Net als in andere autonome steden voert de PA een moeizame strijd met het stadsbestuur, dat zijn macht niet zonder slag of stoot opgeeft. Rechtbanken functioneren niet, wasta (achterdeurtjes en connecties) is hét middel om iets gedaan te krijgen. ,,Het duurt nog honderd jaar voor we hier burgerlijke gehoorzaamheid hebben gevestigd'', zegt burgemeester Hanna Nasser, die zowel bij de burgers als bij de PA miljoenen shekels aan achterstallige rekeningen heeft uitstaan.

In dat licht, zegt hij, is het al heel wat dat de souk (markt) uit 1927 geheel is gerenoveerd, dat veel straten die naar het centrum kronkelen opnieuw zijn geplaveid, en dat het Mangerplein in plaats van vol bussen nu vol boompjes, houten banken en de vermaledijde Deense lampen staat.

Sinds de werkzaamheden voor Bethlehem-2000 vorig jaar begonnen (te laat, zegt iedereen), hebben de inwoners vooral last en ongemak. De stad is één bouwput vol kranen, omleggingen en stof. Illegale straatverkopers wilden niet verhuizen, restaurants dienden schadeclaims in, aannemers dumpten zand op een stuk grond van een van de vele kerken. Sommige priesters wilden geen zaken doen met de vrouwen die voor Arafats nieuwe ministerie Bethlehem-2000 werken. Christelijke notabelen voorkwamen dat een moslim een hoge post kreeg in dat nieuwe ministerie. De burgemeester werd aangeklaagd door 31 lokale zakenlieden omdat hij de bouw en exploitatie van een busstation buiten het centrum aan een met de PA geaffilieerd bedrijf gunde. Buitenlandse donoren, die vrijwel alles financieren, klagen dat het particuliere elektriciteitsbedrijf, waar de burgemeester onder-directeur van is, hun tweemaal zoveel voor stroom laat betalen als gewone burgers.

Ze klagen ook dat iedereen zich met alles bemoeit. Zo probeerde het ministerie van Toerisme de bouw van een vredescentrum annex museum aan het Mangerplein te stoppen – een project dat Zweden met de gemeente uitvoert. ,,Ze dreigden zelfs om de banden van de bulldozers kapot te schieten'', herinnert projectleider Michel Nasser zich, die op straat om de tien meter wordt aangesproken door iemand die een klacht heeft over een ander. Bij afwezigheid van een sterk centraal gezag is het nog een wonder dat er zoveel zichtbare vooruitgang is in de stad, zo meent hij. ,,Wij lossen alles op de Palestijnse manier op: veel koffiedrinken en compromissen bedenken die de eer van alle partijen redden. Maar ja, dat kost veel tijd.''

Door het oponthoud rond de infrastructuur kon het ministerie Bethlehem-2000 moeilijk evenementen plannen. Nu het daar in grote haast mee bezig is – toeristen moeten immers worden vermaakt – doemt het volgende probleem op: de financiering. Palestijnen investeren nauwelijks in het project. De gemeente kan van het karige jaarbudget van 3 miljoen dollar niets missen, de PA komt niet over de brug. ,,Grote donoren als Zweden, Japan, Spanje, Duitsland en Italië wilden wel straten opknappen en rioleringen aanleggen'', zegt Mariam Shahin, woordvoerder van het ministerie. ,,Maar ze willen geen concerten sponsoren. Dat is niet duurzaam.''

Minder spectaculaire dingen staan wel vast. Zo heeft de openingsceremonie op 28 november plaats met de intocht van een pelgrimstocht van Nazareth naar Bethlehem, langs kleine Palestijnse dorpen, de route van Jozef en Maria. In december verrichten kerkleiders de officiële opening en komen er religieuze festivals met koren en Byzantijnse en Sufimuziek.

Omdat de moslims dan hun heilige vastenmaand Ramadan vieren, wordt er die dagen geen alcohol geschonken. Veel christenen zijn daar kwaad over, maar aangezien zij nog maar eenderde van de bevolking uitmaken (in 1948 was dat nog 95 procent; de meeste christenen uit Bethlehem wonen nu in Latijns Amerika), moeten zij bakzeil halen. In het jaar 2000 zelf hoopt Arafat, die zelf in Bethlehem een paleis en een helikopterveld laat bouwen, alle nog levende winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede (zoals hijzelf) naar Bethlehem te halen én de MENA-conferentie te ontvangen – de bijna-jaarlijkse economische `vredes'-conferentie die voortvloeide uit het Oslo-akkoord. Waar dat moet gebeuren, is niet duidelijk: de eerste paal voor het geplande Conferentiecentrum is nog steeds niet geslagen.

Zelfs of de paus komt, in maart 2000, is onzeker. Deze maand verkenden medewerkers van het Vaticaan hotels in Bethlehem. Ze lichtten zelfs tot veler chagrijn de doopceel van de bewoners van Star Street, het oude straatje dat de paus zal bewandelen op weg naar de Geboortekerk. Er broeiden al vetes over wie de rekening moest betalen voor hem en zijn lijvige gevolg: normaal doet de kerk in het ontvangende land dat, maar aangezien er vrijwel geen katholieken in Bethlehem zijn – Palestijnse christenen zijn meestal Grieks-orthodox – en de PA ook niet wil betalen, zou het Vaticaan moeten bijspringen.

Volgens sommige touroperators in de stad kan de Heilige Vader beter wegblijven. ,,Als de paus komt'', zegt Ghassan Andoni van Alternative Tourism Group, ,,komen er meer toeristen. We hebben geen plaats om ze onder te brengen.'' Er zijn 900 bedden in Bethlehem, volgend jaar misschien 1.500. Tot nog toe was de stad 's avonds uitgestorven. De meeste toeristen logeren nu in Israel en brengen met een Israelische gids hooguit twee uur in Bethlehem door: de kerk, het plein, en weer weg. Deze gidsen, zo bleek laatst, houden in de bus introducties over Bethlehem waarin de woorden `terrorisme' en `geweld' vaak voorkomen. Ze sturen de toeristen naar bepaalde souvenirwinkels waarvan ze, ongeacht het bedrag van de aankopen, soms 400 dollar commissie vragen.

Van de drie miljard dollar die toeristen jaarlijks in het Beloofde Land spenderen, verdient Israel 2,7 miljard en de Palestijnen (meest in Bethlehem) de resterende 300.000 dollar. ,,Ik heb liever dat wij die toeristen langer vasthouden, iets van de Palestijnse cultuur laten zien en dus meer verdienen per toerist, dan dat we méér toeristen krijgen op de oude hap-snapmanier. Dat is beter voor ons imago'', zegt Andoni. Hij probeert nu, buiten Israelische touroperators om, buitenlanders naar Bethlehem te halen en bij mensen thuis onder te brengen.

,,Ondanks het gekonkel en de intriges is er dus toch iets van een nieuw elan in Bethlehem'', constateert Michel Nasser, de projectleider van het plein en het vredescentrum. Hij heeft alles al meegemaakt, inclusief laatst een vechtpartij tussen de minister van Toerisme en diens directeur-generaal. Nu gaat hij opgewekt een nieuw probleem oplossen. De Geboortekerk heeft door de renovaties op het plein een nieuwe elektriciteitsaansluiting gekregen – en per ongeluk ook één rekening voor de Armeense, Grieks-orthodoxe en katholieke kerken die al vele jaren in hetzelfde gebouw huizen zonder ooit iets samen te doen. UNESCO trok onlangs een genereus renovatieaanbod voor het gebouw in, hoewel het dak bijna inzakt en scheuren in de muren ontstaan, omdat de drie het niet eens kunnen worden over reparaties op elkaars terrein. Dat die kerken nog niet eens één stroomrekening hoofdelijk kunnen omslaan, is een aardige indicator van wat voor krachttoer het moet zijn geweest om ook maar íets gedaan te krijgen in Bethlehem, `de Stad van de Vrede' – en al helemaal voor de verjaardag van Jezus.