Hele goed

Het heet nu integrerend Zomercarnaval. Maar het is gelukkig nog gewoon het Caraïbische carnaval van Rotterdam. Bij een tropische temperatuur, onder een blikkerende middagzon die de stad weer zo onnavolgbaar doet kantelen in het tegenlicht, is het voor honderdduizenden een ontspannen dag. Met simpele humor die daarom niet minder leuk is. Een erg dikke, blotige dame in de optocht die de mannen in het publiek kushandjes toewerpt, steelt de show, een spoor van hilariteit door de dikke hagen toeschouwers trekkend. Bandjes die uur na uur spelen op de wagens krijgen bijval, in de zon en op het hete asfalt oververhit rakende dansers worden op de Coolsingel ingehaald als marathonlopers.

De houterige motoriek van de enkele blanke deelnemers, die zo zichtbaar hun best doen tussen Surinamers, Antillianen, Kaapverdianen en Bolivianen die het allemaal zoveel makkelijker afgaat, wordt ruimhartig geaccepteerd. En natuurlijk krijgen de agenten, die een dansje meemaken, enthousiast gejoel te horen. Het is even wachten op de statistieken over steekpartijen, die ook een beetje bij het feest horen, maar het is mooi. Voor een dag lijkt er in de multiculturele stad geen vuiltje aan de lucht.

Even kijk je bezorgd op, want een verbeten ogende jongen in Feyenoord shirt staat te bellen met een mobieltje. Maar hij trommelt niemand op – hij belt zijn moeder, zegt dat het wel leuk is en dat zij ook wel kan komen kijken.

Na de laatste wagen sluit het publiek aan, en maakt zijn eigen muziek. Op de simpele cadans van klappen en fluiten op de eerste twee tellen van een vierkwartsmaat, en niet meer dan dat, swingt men verder. Geen elektronische versterking die vrachtwagens doet beven, maar: klap, klap, niets, niets. Klap, klap, niets,niets. De accenten van timbalen en koebellen, die de hele dag te horen waren, vullen zich vanzelf in, in de zorgeloze gedachten van mensen die even merken dat mensenmassa's ook leuk kunnen zijn.

Voor je gaat een Surinaamse man per ongeluk op de hand staan van een Pakistaan, die er even met zijn biertje bij was gaan zitten, op de stoeprand naast het gedrang. De schade aan de vingers valt mee. De Surinamer, na het tonen van zijn bezorgdheid: `Rotterdam is goed hè?'

`Hele goed.' Twee duimen tegen elkaar opgestoken, met de afgewende gezichten die daar als onderstreping bijhoren.