Dansende geraamtes

Dat beperking vaak juist tot meer creativiteit stimuleert, is te zien aan de videoclips van het Engelse duo Chemical Brothers. Dat zijn twee jongens die dance-muziek maken met computers en synthesizers; geweldige, enerverende geluiden. Maar ze zien er nogal sloom uit, en het drukken op toetsenborden en draaien aan knoppen is knap saai om te zien. Ricky Martin of Britney Spears kun je gewoon voor een camera zetten en de clip is al zo goed als af, maar bij de Chemical Brothers moet je iets anders verzinnen.

Tot nu toe lukt dat heel goed. Zo maakte de Amerikaan Spike Jonze in 1997 bij het nummer Elektrobank een filmpje waarin een gymnaste voor een jury een aantal sprongen doet. Het ritme van het nummer was volkomen anders dan dat van de sprongen, wat een verrassend effect gaf. Het filmpje suggereerde bovendien nog een interessante kloof tussen het meisje en het competitieve turnwereldje: ze leek er boven te staan, ook al deed ze er aan mee.

De twee nieuwste clips van de Chemical Brothers hebben opnieuw een meisje als hoofdpersoon. De clip van Hey Boy, Hey Girl (gemaakt door Dom & Nick) gaat over iemand die, na een bezoek in haar jeugd aan een natuurhistorisch museum, iedereen alleen maar als geraamte kan zien. Alsof ze van mensen alleen hun magere essentie kan zien. Een copulerend stel op de wc in de disco: een stel botten dat langs elkaar wrijft. Een dansende menigte: een dansvloer vol druk swingende geraamten. De jongen die haar aan de bar aanspreekt: nietszeggende botten. De discjockey: een doodshoofd met een koptelefoon. Aan het eind komen de Chemical Brothers nog eventjes in beeld: twee slome geraamten op straat.

De door Michel Gondry geregisseerde clip bij Let Forever Be, de nieuwe single van het duo, gaat weer over een bijzonder meisje. Ze is danseres, maar louter in haar fantasie. Haar dagdroom begint als ze 's ochtends om half negen de wekker uitdoet: als ze er met haar arm naartoe reikt, is dat het gracieuze begin van een stijlvolle, sensuele choreografie. Als ze opstaat en zich uitrekt voor het raam van haar kleine kamer in een armoedige straat, begint daarmee opnieuw een reeks fraaie danspassen in een andere, glimmende wereld.

Het mooie aan de clip is het schrijnende onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. De dagelijkse sleur-beelden hebben het rommelige van amateuropnamen; de glamourfantasie-beelden zijn professioneel en mooi belicht. De clip oogt tamelijk nonchalant, maar de overgangen tussen werkelijkheid en dagdroom zijn razendknap gemonteerd. Die techniek, waarbij een deel van het beeld gelijk blijft en de rest verandert zodat de figuur waar het om gaat soepel van de ene in de andere wereld vloeit, werd ook gebruikt in de clip bij Miami van Will Smith.

Fraai in de Chemical Brothers-clip is ook dat het meisje vaak in veelvoud te zien is: acht keer achter elkaar bijvoorbeeld. Het lijkt eerst of het gewoon een beeldeffect is, waarbij hetzelfde beeldje oneindig in de verte gedupliceerd wordt, maar in feite bewegen ze allemaal anders, net wat later met de armen of uitbundiger met de voeten zwaaiend. De clip is heel precies gefilmd en gemonteerd, maar komt toch heel los en levendig over – zoals ook de muziek van de Chemical Brothers technologisch geavanceerd is maar de primitieve kracht van wilde rock & roll heeft.