VAN MEESTERKNECHT TOT DIRIGENT

Bij Ferrari doet Formule I-coureur Eddie Irvine zijn geblesseerde teamgenoot Michael Schumacher vergeten. De Noord-Ier nam gisteren in Hockenheim de leiding in de stand om de wereldtitel over van Mika Hakkinen. ,,Het overkomt hem.''

Eddie Irvine was tien jaar oud toen hij met zijn ouders meeging naar een Formule I-race. Van Newtownards bij Belfast trok het gezin naar Brands Hatch in Kent om daar de Grote Prijs van Groot-Brittannië bij te wonen. Een week lang verbleef het gezin Irvine – vader Edmund, moeder Kathleen, dochter Sonia en zoon Eddie – op een nabijgelegen camping. Gewapend met een pen en een programmaboekje ging Eddie op het circuit op handtekeningenjacht en aan het einde van dat raceweekend in juli 1976 was hij in het bezit van de krabbels van de coureurs James Hunt, zijn landgenoot John Watson, Mario Andretti, Jochen Mass, Stirling Moss en die van de laatste coureur die wereldkampioen werd in een Ferrari, de Zuid-Afrikaan Jody Scheckter.

Drieëntwintig jaar later is niet Michael Schumacher, maar Eddie Irvine de coureur op wie Ferrari alle hoop heeft gevestigd om Scheckter op te volgen als wereldkampioen in Italiaanse dienst. Vier jaar geleden trok de Italiaanse renstal tweevoudig wereldkampioen Schumacher aan met als doel de wereldtitel in de Formule I weer binnen te halen. Als diens adjudant werd in 1996 Irvine bij aangesteld. Ferrari nam hem over van de Ierse renstal van Eddie Jordan. Irvine schikte zich in zijn rol van meesterknecht.

De verhoudingen tussen de twee Ferraristi weerspiegelen zich in de salariëring. Schumacher geniet een jaarsalaris van bijna 80 miljoen gulden, Irvine toucheert tien miljoen. Speculeren op de beurs levert een extraatje op. Probeer Irvine niks wijs te maken over de yen en de Nikkei-index. Terwijl Schumacher thuis in Zwitserland in de ziektewet zit, steelt de tot nummer één bij Ferrari gepromoveerde Irvine de show. Hij won vorige week in Oostenrijk de eerste Schumi-loze Grand Prix, gisteren werd hij op het circuit van Hockenheim als eerste afgevlagd. De Noord-Ier doet dezer dagen meer dan ooit zijn bijnamen Fast Eddie en Steady Eddy eer aan.

De liefde voor de autosport heeft Irvine meegekregen van zijn vader, die met zijn vrouw nog regelmatig de races van zijn zoon bezoekt. Ook gisteren deelden ze in de feestvreugde. Als achttienjarige jongen emigreerde deze Edmund Irvine in 1959 naar Canada. Zijn grote held was de Britse coureur Stirling Moss, die hij twee jaar later in de buurt van Toronto een race zag winnen. In 1962 ging Edmund Irvine terug naar Ierland, waar hij trouwde met Kathleen McGowan.

Ze kregen twee kinderen, de nu 35-jarige Sonia – de fysiotherapeute van de coureur – en de anderhalf jaar jongere Eddie. Vader wilde zijn zoon Stirling Moss Irvine noemen. Op last van moeder werd het Edmund, een naam die ook terug te vinden is op de race-auto's waarin Eddie in zijn eerste jaren als autocoureur rondreed.

Om naamsverwarring te voorkomen, wordt de vader van de coureur Ed genoemd, diens zoon Eddie. Pa begon met racen nadat hij uit Canada was teruggekomen, in een Lotus 18 Formule Junior, met een van zijn broers als monteur. Pa verdiende zijn brood in een kousenfabriek en begon voor zichzelf, door beschadigde auto's op te knappen. Voor Eddie werd de garage van zijn vader later een mooi alternatief voor een studie. Elke cent die hij verdiende, werd op initiatief van zijn vader geïnvesteerd in zijn race-carrière. Zijn loopbaan begon waar de comeback van zijn vader eindigde.

In 1981 wilde Edmund Irvine de draad weer oppakken, maar in zijn eerste race vloog hij uit de bocht. De oude Irvine besloot zijn rentree te beperken tot één race.

Als zestienjarige stapte Eddie in de Crossle 32F van zijn vader. Op het circuit van Kirkistown reed hij zijn eerste rondjes, in maart 1983 zijn eerste race. Anderhalf jaar later vertoonde Irvine zijn rijkunsten voor het eerst in het buitenland, in Zandvoort. ,,Eddie werd elfde, ik vijfde'', grinnikt Allard Kalff, coureur en Formule I-verslaggever bij RTL. Irvine droeg in Zandvoort voor het eerst raceschoenen. Anderhalf jaar lang was hij met gewone sportschoenen in zijn bolides gestapt.

In oktober 1993 debuteerde Irvine in de Formule I, bij Jordan, in Suzuka in de GP van Japan. De nieuweling werd daar zesde na een tumultueuze race, waar hij het aan de stok kreeg met winnaar Ayrton Senna. Na afloop noemde Senna, al bij leven een legende, het groentje Irvine een idioot. Hij deelde de Ier zelfs een klap uit. Vanaf dat moment wist iedereen wie Eddie Irvine was. ,,Jij bent geen autocoureur, jij bent een idioot'', brieste drievoudig wereldkampioen Senna.

Zes jaar na het incident met Senna is Irvine de belangrijkste kandidaat voor de wereldtitel. Hij heeft een voorsprong van acht punten op regerend wereldkampioen Mika Hakkinen en rijdt voor een team dat de zaken beter voor elkaar heeft dan McLaren-Mercedes, dat nog steeds over de snelste wagens beschikt. Na zijn zege in Oostenrijk hadden veel insiders hun twijfels over Irvine als de mogelijke wereldkampioen. Na gisteren zingen de critici een toontje lager.

Dat geldt ook voor regerend wereldkampioen Hakkinen, die al voor het begin van het seizoen blufte dat hij de titelstrijd sneller zal beslissen dan vorig jaar, toen in de laatste race de beslissing viel. ,,Ook al is Schumacher er niet, ik zal toch hard voor de wereldtitel moeten werken'', zei de Fin vlak voor de race in Hockenheim.

Irvine heeft zijn voorwaarden gesteld om bij Ferrari te blijven. Dit seizoen kon hij al elders aan de slag, maar Irvine besloot nog een jaar te blijven. ,,Ik zou er nu natuurlijk doodziek van zijn geweest als ik dat niet had gedaan.'' Nu wenst hij onder meer een verdubbeling van zijn salaris en de toezegging dat hij achter Schumacher niet langer de tweede viool hoeft te spelen. ,,Iedere autocoureur wordt door de Formule I gebruikt, als een pion op een schaakbord en hij is de enige die de Formule I gebruikt'', zegt Jan Lammers, die Irvine leerde kennen bij Formule 3-races in Macao en in de Japanse Formule 3000 waar ze samen reden. ,,Eddie sluit geen compromissen. Hij weet gewoon wat hij wil en that's it.''

De naam van Irvine wordt in deze periode van het jaar – silly season in racejargon – ook in verband gebracht met de teams van Stewart en Jordan. Een Ierse coureur bij een Ierse renstal, dat is waar de raceliefhebbers in Ierland van dromen. ,,Jordan en ik beleven onze mooiste jaren'', zegt Irvine met Ierse trots. ,,Niet slecht, een coureur en een team uit een land met vijf miljoen inwoners. Pretty amazing.''

Aan zijn horizon gloort de wereldtitel. ,,Ik ga nu voor de titel. Ik moest tot voor kort Michael steunen, de rollen zijn nu veranderd. Ik heb geen idee wanneer Michael terugkomt. Ik probeer elke race het beste haalbare resultaat te bereiken en voordat Michael is hersteld is het zaak ervoor te zorgen dat ik de enige ben in het team die de wereldtitel kan winnen.''

Lammers: ,,Ik denk dat hij vorig jaar iets meer last had van Schumacher. De indrukwekkende prestaties van Schumacher werkten een beetje intimiderend op hem. Aan het einde van vorig seizoen werd de kloof kleiner. Begin dit jaar gooide hij het juk van zich af.'' In maart won Irvine in Melbourne de openingsrace van het seizoen. ,,Stel dat Eddie Ferrari wereldkampioen maakt'', zegt Lammers. ,,Dat zou voor Schumacher een hard gelag zijn. Maar het zou perfect in het leven van Irvine passen. Het overkomt hem. `Ik snap er ook niks van', zal hij zeggen, `nou ben ik wereldkampioen'.''

In zijn jacht op de wereldtitel toont Irvine weinig compassie met Schumacher, maar hij weet uit ervaring hoe de Duitser zich voelt. Irvine brak een been toen hij vijftien jaar was, bij het rolschaatsen.