Sportieve ruimtevaart

Op een kaal, stenen veld slaan vier post-jeugdige mannen om de beurt heel hard tegen een keihard balletje. Ze gebruiken daarvoor een ovalen plankje met verticale spleetjes. Zij mikken op een zachtroze gesausde muur met een elegant gebogen fronton in het midden. Die staat aan één korte kant van de baan. Bij iedere afslag roept de betrokken speler: ,,Jo!''

Temidden van de torenhoge flatgebouwen in het weinig romantische dertiende arrondissement van Parijs, niet ver van de Place d'Italie, ligt een van de schaarse openbare `pelote basque' banen in de hoofdstad. Manex, Eric, José en Txomin komen iedere donderdagavond. Michel, die zijn rug heeft verrekt, vertelt langs de kant: ,,Wij doen het voor ons plezier. We zijn toevallig alle vijf Basken, maar daar hebben we het niet altijd over.''

Ook ongezegd, is het Franse Baskenland op die pelote-avonden in het betonnen deel van Parijs steeds aanwezig. Want daarginds in het land van herkomst staat in ieder dorp zo'n muur, als er geen zaal (trinquet) is waar met een linker- en achterwand een ingewikkelder variant wordt gespeeld. Niet alleen in Biarritz, Hossegor en Bayonne, ook in dorpen als Ainhoa en Sauveterre-de-Béarn worden de pala en de paletta gezwaaid.

Het is een van de eerste dingen die opvallen aan wie zich verdiept in deze voor tv-kijkers bijna geheime sport: er zijn zo veel namen voor de sport zelf, en het mephout heet ook steeds anders. In feite zijn er 22 varianten, al twisten mijn Baskische vrienden daar gemoedelijk over. Zijn het er geen 24? Ja, maar eigenlijk zijn er zeven hoofdsoorten.

Pelote is de verzamelnaam van een sport die volgens de overlevering al eeuwen in Spaans en Frans Baskenland is blijven hangen, maar er niet is uitgevonden. De Grieken, Romeinen en Galliërs hadden ieder hun eigen versie. Met de introductie van latex en later rubber in Europa konden verende balletjes worden gemaakt die het spel spannender maakten. Het vereist kracht, behendigheid en snelheid, want net als bij tennis en squash winnen zij die ellendig hard en gemeen plaatsen en de nare ballen van de tegenpartij dankzij rap voetenwerk weten te pareren.

Anders dan bij die twee sporten staan hier op het pelote-veld allerlei lijnen, die men gebruikt of negeert, al naar gelang van de moeilijkheidsgraad die men van te voren afspreekt. In het thuisland wordt de sport professioneel ook beoefend. De spelers zijn toonbeelden van manlijkheid, helden van het Baskisch levensgevoel. Want wat op het eerste gezicht op driedimensionaal ping-pong mag lijken, is in de handen van de beste spelers eerder sportieve ruimtevaart: hun balletjes worden met een snelheid van 200 kilometer per uur de lucht in gejaagd. Het is een ijzersterke jongen die daar een repliek op heeft.

Die snelheid wordt bereikt in de `grote handschoen'-variant (grand chistera). In plaats van een batje wordt dan gebruik gemaakt van een uniek soort prothese aan de slagarm. Aan die arm wordt een dakgoot van gevlochten wilgenteen met een hoek van bijna negentig graden bevestigd. De speler vangt daar de bal in op en geeft hem met een zwaaibeweging een enorme versnelling. Dat is de variant waar de beroepsspelers in Baskenland, Spanje en Zuid-Amerika zich vaak op toeleggen.

De meeste varianten worden met twee tegen twee man gespeeld. Uitzondering: `de grote handschoen' (3x3) en Le Rebot (5x5). La Main Nue is een oerversie die is wat de naam al suggereert: Met Blote Handen. Omdat de daarbij gebruikte leren bal bijna niet meegeeft, mag men wel beschermingspleisters op de slijtplekken van de handpalm plakken. Zwakke types wordt desondanks afgeraden deze variant ook maar te proberen.

Pelote met een bespannen racket heet xare. Verwant daarmee is de nu zeldzame variant die Jeu de Paume heet. In Parijs heet een beroemd tentoonstellingsgebouw in de Tuilerieën zo. Koning Karel V speelde het spel graag. In 1874 zou de Engelse majoor Wingfield het naar grasbanen hebben overgebracht met de regels die wij kennen als tennis. Het jeu de paume wordt in Frankrijk met een asymmetrisch racket en een vrij zachte bal gespeeld. De wanden van de overdekte baan zijn volgens de overlevering zwart geverfd, met een mengsel van koeienbloed, roet en urine, voor de goudgele glans.

De Nederlandse vertaling van jeu de paume is kaatsen, een sport die zijn verwantschap met pelote niet verdonkeremaant, en vroeger veel in Noord- en Zuid-Holland werd gespeeld, maar zich wat op Friesland heeft teruggetrokken. In Frankrijk wordt het, behalve in Parijs ook in Lille en Cannes gespeeld. Maar het blijft een Baskische aangelegenheid. Eric weet geen pelote-winkel in Parijs. ,,Wij nemen een voorraadje spullen mee als we toch in Baskenland zijn'', zegt hij met de glimlach van iemand die zijn nostalgie heeft omgezet in hard en ongevaarlijk slaan.

Dit is de achtste aflevering over opmerkelijke buitenlandse sporten.