Reizen door de kale vlakte

Niet alle gedragingen en handelingen zijn zo gemakkelijk in te delen in goed en kwaad. Van sommige ligt het er een beetje aan hoe ze beschreven worden (`kundig boekhouden' of `belasting ontduiken'), tegen andere wordt in de loop van jaren anders aan gekeken (abortus, euthanasie), sommige blijven zich in schemergebieden afspelen, zoals allerlei vormen van afzijdigheid, onthouding, laksheid, niet-willen-weten.

Mensensmokkel leek zich nooit in enigerlei schemergebied te bevinden. Het is nogal duidelijk dat iemand die mensen die in nood, soms zelfs in levensgevaar verkeren, ook nog van hun laatste geld berooft, zich ver verwijderd heeft van wat `goed' genoemd kan worden.

We hebben ze de afgelopen maanden weer kunnen lezen, de verhalen van de smokkelaars die zich in Albaanse havensteden tegen woekerprijzen bereid tonen de motor van hun speedbootje aan te zetten om toch al berooide vluchtelingen uit Joegoslavië naar de Italiaanse overkant te varen. Zonder garanties uiteraard, want dat hoort bij het beroep. No cure, toch veel pay.

Iedereen kent ook de verhalen van smokkelaars die wel incasseerden maar vervolgens geen diensten leverden of die prijzen vroegen die zo hoog waren dat de hele familie krom moest liggen om de ontsnapping van één te betalen, hoewel allen gevaar liepen, en zeker als die ene plotseling verdwenen zou zijn. Een duidelijke zaak.

Maar de Somaliër die onlangs in Trouw geïnterviewd werd, dacht er anders over. Hij had vreselijk veel geld betaald voor zijn ontsnapping aan een land dat hem bedreigde, zeker. Hij had nog meer geld betaald om ook zijn vrouw en dochter weg te kunnen laten gaan, in totaal zevenentwintigduizend gulden, en nu had hij niets meer, geen land, geen geld, geen werk, geen papieren. Maar hij had zijn leven nog. `Dat is toch waar voor je geld' zei hij.

Er zit voor sommige mensen niets anders op, als ze in een land wonen waar de buitenlandse ambassades onbemand geraakt zijn, waar de grenzen gesloten zijn en een misdadige overheid of een terroristische organisatie de macht in handen heeft. Wie helpt ze als de mensensmokkelaars ze niet helpen?

Laten we even uitgaan van bonafide smokkelaars. Is hun handelwijze wel respectabel als er geen geld voor wordt gevraagd? Een tikje onrealistisch is dat wel. Ook mensensmokkelaars moeten leven. Bovendien kost het veel tijd om alles te organiseren, daar is kennis van zaken voor nodig en de hele onderneming is bovendien ook voor de smokkelaars zelden gevaarloos. De Somaliër was met behulp van valse paspoorten, schoonmaakkarretjes en her en der opduikende en weer verdwijnende mensen van vliegveld naar vliegveld getransporteerd, tot hij ineens op Schiphol bleek te staan. Het leek niet onredelijk om voor al die inspanning en organisatie geld te vragen. Zit het misdadige er dan in dat ze véél geld vragen, van mensen bovendien wier lot min of meer in hun handen ligt? Het is inderdaad een akelig idee, de patserige smokkelaar in zijn dure auto die een heerlijk leven heeft dankzij de ellende van anderen. Maar zonder hem was de gesmokkelde wellicht dood. Het is in de wereld niet ongebruikelijk dat mensen zich laten betalen voor hun gespecialiseerde hulp. De smokkelaar wordt weerzinwekkender en slechter naarmate zijn inspanning geringer is en de verhouding tussen zijn moeite en zijn prijs schever komt te liggen.

In de onlangs vertaalde verhalenbundel Het ware leven van de Zweedse schrijver Göran Tunström staat een adembenemend verhaal, verteld door een oude Israeliër. Hij vertelt hoe hij en zijn broer als kleine jongens uit de Sovjet Unie naar Jeruzalem gekomen zijn. Hun moeder had een smokkelaar betaald om de jongens naar een plaats in Perzië te voeren. De jongens ontmoeten de smokkelaar in een plaats zo'n twintig kilometer van de grens. Hij spreekt slecht Russisch, hij ziet er gevaarlijk uit, en zijn kameraden, bij wie hij het vallen van de nacht afwacht om te kunnen vertrekken, maken alles niet geruststellender. Toch heeft de jongen vertrouwen. ,,Het deed mij niets dat de mensen rond het vuur hoofdschuddend hun blikken op ons wierpen, het gaf niets – dat kan ik nu, na zoveel tijd, wel zeggen – dat ze gebaren maakten bij hun keel. Ik begreep heus wel, ook al waren de woorden onbekend, dat ze Mahmud probeerden over te halen ons in de steek te laten, dat er minder gevaarlijke manieren waren om aan geld te komen. Waar komt die wil tot liefde vandaan? Van God? Maar wat is God dan? Een uiterst klein maar verterend vlammetje in ons? De energie zelve? Ik hou er niet van over die dingen te speculeren, maar toch.''

De smokkelaar brengt ze over de grens, letterlijk tussen de kogels door. Hij draagt de kleinste jongen lange einden op zijn rug. Hij zwoegt met ze door de steppen tot aan de afgesproken plaats waar de oudste jongen een gecodeerd telegram stuurt, drie dagen daarna komt het geld binnen en de smokkelaar verdwijnt. Dat is alles.

Niet helemaal alles. De gesmokkelde man heeft aan die tocht nog iets anders overgehouden dan alleen zijn leven: een wereldbeeld. Door die tocht is hij gaan denken dat de wereld zó is als dat traject tussen de Russische grens en de Perzische stad. ,,Zó is het ware leven. Een dor land. Een ezelspad tussen rotsblokken. Hier en daar een paar dunne grassprieten die sidderen in de wind. Hemel en horizon, bergtoppen. Grote afstanden tussen de waterputten. Een ezel op weg naar een afgelegen dorp. (-) Al het andere dat ik heb gezien, dat waren uitzonderingen: de bronnen waaruit ik heb gedronken in de schaduw van tamarisken. Steden die ik heb bezocht, verlicht door elektriciteit. Zachte bedden met lakens en dekens. Mooi gedekte tafels.

Uitzonderingen.''

De Somaliër werd niet door één man vervoerd, zijn reis was van tevoren gepland, de afstand die hij af moest leggen door niemandsland liep niet door een streng leeg land onder een grote hemel. Hij ging door een land van hallen met linoleum, stewardessenstemmen, schoonmaakmiddelen, uniformen.

Natuurlijk moet mensensmokkel niet aangemoedigd worden en zou het beter zijn als alles via officiële kanalen ging, maar die zijn er zo vaak niet. En de officiële kanalen zijn trouwens ook vaak de terugsturende kanalen, de alle hoop de bodem inslaande kanalen, de vleesgeworden nachtmerries van degenen die zich hebben uitgeleverd aan de hoop verkopende geleiders. Een inra-rood foto van een volgeladen vrachtauto, waar je ineens tussen de vracht de warme lichamen van bange mensen ziet, die geeft geen blije trots in op de doeltreffendheid van de douane, al zou dat natuurlijk moeten. Degenen die gepakt worden zijn niet de smokkelaars, maar bijna altijd de gesmokkelden, de reizigers door de kale vlakte van de ware wereld.