`Poker spelen' om gevangenen

Nederlandse gevangenen in Marokko hopen snel te worden vrijgelaten, nu de nieuwe koning amnestie verleent. Vaak na eenzame jaren. Als laatste hindernis geldt een forse boete.

,,Een beetje poker spelen'' hoort bij de Marokkaanse samenleving, zegt Frans Lemmers. Hij is hoofd van de Unit Buitenland van de Reclassering. In die functie houdt hij contact met Nederlanders in het buitenland. Door de willekeur en het ,,black box''-systeem van Justitie in Marokko is het voor Lemmers ,,nog ondoorgrondelijk'' hoeveel Nederlanders dezer dagen precies naar huis zullen komen. Lemmers houdt het vooralsnog op ,,ongeveer 20''. In totaal zitten 84 Nederlanders in een Marokkaanse cel.

Nadat zijn vader Hasan II ruim een week geleden overleed, kondigde de nieuwe Marokkaanse koning Mohamed VI amnestie af: Bijna 8.000 gevangenen worden vrijgelaten; 38.000 krijgen strafvermindering. Het is in Marokko gebruikelijk dat gevangenen amnestie krijgen bij een troonopvolging. Maar het is voor het eerst dat zoveel gevangen tegelijkertijd worden vrijgelaten.

De amnestie geldt voor zieken, gehandicapten, zwangere vrouwen, gevangenen met goed gedrag en leden van islamitische oppositiebewegingen. Én voor buitenlanders die in Marokko zijn veroordeeld wegens drugsdelicten. Dat geldt voor het merendeel van de Nederlanders in Marokkaanse gevangenschap. Zaterdag kwamen de eerste drie Nederlanders vrij.

Eén van hen, Ronald Ligterink uit Terneuzen, kwam gisterenmiddag op Schiphol aan. Bijna drie jaar zat hij in Marokko vast. En van de Nederlandse ambassade, klaagde hij kort na aankomst, kreeg hij in die tijd bitter weinig steun.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst dit verwijt ,,met klem'' van de hand. ,,In Marokko hebben wij voor ruim 80 Nederlandse gedetineerden een meevoelende ambassadestaf. Zij proberen hun aandacht zo rechtvaardig mogelijk te verdelen. Maar men vergelijkt zichzelf altijd met personen die beter af zijn. Nooit met degenen die het slechter getroffen hebben.''

Dominee J. Spoor van de Stichting Eprafas, die gedetineerden in het buitenland pastorale hulp verleent, komt twee keer per jaar in Marokko. De laatste keer was in februari. Volgens Spoor zijn de inspanningen van Buitenlandse Zaken ook in Marokko ,,enigszins verbeterd'', sinds de affaire-Van Dam vorig jaar ophef veroorzaakte in Nederland. Spoor beijverde zich voor de vrijlating van Van Dam, die onder erbarmelijke omstandigheden in een Indiase cel zat, daar ernstig ziek was geworden en naar eigen zeggen genegeerd werd door de Nederlandse ambassade. Na deze zaak kreeg Buitenlandse Zaken twee miljoen gulden extra voor betere hulp aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland.

Op de Nederlandse ambassade in Rabat is inmiddels een vrouw aangesteld die de Nederlandse gevangenen bezoekt en bij hen ,,een goede pers'' krijgt, zegt Spoor. ,,Maar met onze voorstellingen voor de verbetering van de opvang van Nederlandse gedetineerden heeft Buitenlandse Zaken niets gedaan. Wij dringen aan op professionalisering; het ministerie kiest voor de inzet van vrijwilligers ter plekke.''

De Unit Buitenland van de Reclassering kreeg na de zaak-Van Dam 600.000 gulden extra. Daarmee hoopt de unit het aantal vrijwilligers dat overal ter wereld Nederlanders in detentie opzoekt, te kunnen uitbreiden. De Unit coördineert deze hulpverlening. In totaal zitten circa 1.800 personen in buitenlandse gevangenissen. Voor hen heeft de Unit Buitenland nu slechts de beschikking over zo'n 135 vrijwilligers. In 2001 moeten dat er 250 zijn.

Slechts twee vrijwilligers heeft de Unit in Marokko: de een is de echtgenote van de Nederlandse consul, de ander een gepensioneerde Nederlandse advocaat. Zij tweeën kunnen onmogelijk alle Nederlandse gevangenen met grote regelmaat opzoeken. Een aantal Marokkaanse gevangenissen waar zij verblijven ligt bovendien op afgelegen plaatsen, ver van de hoofdstad.

Met name de gevangenis in Tanger staat beroerd bekend, zegt dominee Spoor. ,,Er is permanent lawaai en agressie. Er zijn geen bedden en het is er overvol. De gevangenen slapen als sardientjes op de grond. Per persoon hebben ze ongeveer één vierkante meter ruimte.'' In Casablanca en Rabat is de situatie volgens Spoor beduidend beter. Daar zijn bedden, en wie geld uit Nederland ontvangt kan voedsel kopen bij een kruidenier die in de gevangenis langskomt om boodschappenlijstjes op te halen.

De drugsdelinquenten die nu op een spoedige terugkeer naar Nederland hopen, rest nog een forse hindernis. In Marokko is drugssmokkel niet alleen een strafrechtelijk, maar ook een fiscaal vergrijp. Daarvoor kan strafvermeerdering worden opgelegd en bovendien moet de gevangene voor het verlaten van Marokko een boete betalen wegens het niet betalen van belasting over de `drugsinvoer'. Die kan, bij een stevig drugstransport, variëren van ,,enkele duizenden guldens tot een ton'', zegt Frans Lemmers van de Unit Buitenland. Hier begint volgens hem het ,,poker spelen'': ,,We moeten gaan onderhandelen. We hopen dat de Marokkaanse overheid een gedetineerde bijvoorbeeld voor `slechts' tienduizend gulden laat gaan, in plaats van voor een ton. Want celstraf kost ook geld en drugssmokkelaars hebben over het algemeen geen financiële ruimte. Vaak is dat de reden waaróm ze smokkelden.''

    • Margriet Oostveen
    • Yasha Lange