Nederlandse gedoogzone op Long Island

Jeanne van Heeswijk maakte van haat tijdelijke atelierruimte in het New-Yorkse kunstcomplex P.S. 1 een hotelkamer van Hotel New York in Rotterdam. Er was hulp van advocaten nodig om dit te realiseren ,,We noemen het een 24-uurs-installatie'', zegt Van Heeswijk.

De klok aan de muur van de hotelkamer geeft de plaatselijke tijd in Rotterdam aan. Het servies en het badmatje dragen het logo van het trendy Hotel New York op de Kop van Zuid. Toch bieden de hoge vensters geen uitzicht op de Maas of de Erasmusbrug, maar op de East River en de Empire State Building. De gele taxi's en de zwarte geblindeerde limousines die beneden op straat rond het gebouw razen bevestigen dat dit New York is, Long Island City om precies te zijn.

Mijn gastvrouw is de Nederlandse kunstenaar Jeanne van Heeswijk (1965). Zij verblijft sinds september 1998 met een beurs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst in het New-Yorkse kunstcomplex P.S.1 en liet haar atelier verbouwen tot hotelkamer. Ze geeft me een stapel schone witte handdoeken en legt uit hoe het alarmsysteem werkt. Onder geen beding mag ik na zes uur 's avonds de trap rechts van de kamer gebruiken, die rechtstreeks naar het museum beneden leidt. Een dik stuk tapijt bij de deur maskeert het gat dat de Amerikaanse kunstenaar Gordon Matta-Clark hier ooit in de vloer sloeg en waardoor je voor de verbouwing direct de tentoonstellingsruimte in kon gluren.

Van Heeswijk doopte de kamer om tot Willem de Kooning Room, genoemd naar de beroemde schilder die Rotterdam verliet en als verstekeling aan boord van de Holland-Amerika Lijn naar New York emigreerde. Het gebouw en de locatie van P.S.1, een voormalige school aan de rand van een industrieterrein, deden haar onmiddellijk denken aan het pand van Hotel New York in Rotterdam. Dat daar vroeger het hoofdkantoor van de Holland-Amerika Lijn gevestigd was, leek haast te mooi om waar te zijn. ,,Terwijl ik hier uit het raam naar het fraaie uitzicht keek, moest ik denken aan de vele duizenden mensen die per boot van Rotterdam naar New York getransporteerd werden'', vertelt Van Heeswijk. ,,Net als de immigranten die op Ellis Island aankwamen, had ik het gevoel dat ik nog net niet in New York was. Je kunt vanuit deze kamer Manhattan zien liggen, maar je moet eerst nog een stuk water overbruggen om er te komen.''

Al snel besefte de kunstenares dat ze eigenlijk helemaal geen behoefte had aan een atelier. ,,Mijn projecten zijn plaatsgebonden en vinden meestal plaats in de stad. Ze zijn gebaseerd op het idee dat je je thuisvoelt in een stad. Ik ben niet het soort kunstenaar dat je gemakkelijk op een vliegtuig kunt zetten en iets kunt laten doen in New York, Londen of Parijs omdat je daar bent uitgenodigd. Mijn werk heeft een thuisbasis nodig. Dit project fungeert als een brug tussen mijn leven in Rotterdam en mijn verblijf in New York. Bovendien heb ik deze beurs gekregen op basis van het werk dat ik de afgelopen vijf jaar heb gemaakt, projecten die allemaal in samenwerking met anderen zijn gerealiseerd. Zo kwam ik op het idee om mijn beurs en mijn werkruimte te delen met de mensen met wie ik in het verleden heb samengewerkt. Wat ik nodig had, was geen atelier maar een logeerkamer.''

Van Heeswijk schreef vervolgens een brief aan de eigenaren van Hotel New York waarin zij vertelde over haar plannen om een culturele Holland-Amerika Lijn op te zetten. De vraag aan de hotelbazen was of zij haar atelier als een dependance van hun firma wilden adopteren. Dorine de Vos, een van de hoteleigenaren, was onmiddellijk enthousiast en kwam naar New York om de studio in te richten als hotelkamer. Net als in het Rotterdamse Hotel New York werd het interieur vormgegeven in een mengeling van oude en nieuwe stijlen. De stijlvolle meubels werden tweedehands gekocht, de bedden en gordijnen in opdracht gemaakt. Van Heeswijk draagt zorg voor de dagelijkse gang van zaken. Ze komt regelmatig even langs om de wc te schrobben en de lakens te verversen, want er moet zo goed mogelijk aan de strenge eisen van het viersterrenhotel worden voldaan.

De directie van P.S.1 was minder blij met de plannen van de Rotterdamse kunstenaar. Van Heeswijk: ,,Op zichzelf was dat wel begrijpelijk, omdat een museum nu eenmaal geen hotel is en je daar officieel niet 's nachts mag verblijven. Zij begrepen mijn wensen wel, maar zeiden dat het juridisch gezien onmogelijk was om ze te realiseren. Dus probeerde ik tussen de regels door te laveren. In het contract stond bijvoorbeeld dat je als kunstenaar 24 uur per dag toegang tot je atelier hebt en dat je je sleutel mag geven aan iemand met wie je samenwerkt. Met behulp van advocaten kwam ik tot de omschrijving `24-uurs installatie'. Het was de eerste keer in mijn carrière dat mijn werk het labeltje `kunstwerk' nodig had, iets wat ik doorgaans juist probeer te vermijden.''

De projecten van Jeanne van Heeswijk spelen zich meestal af buiten de officiële kunstinstituten, in de openbare ruimte of als onderdeel van het alledaagse leven. Haar kunst dient vaak een sociaal-maatschappelijk doel. Ze stelde haar Rotterdamse woning open voor discussie-avonden, organiseerde met de groep Nestwork tijdens Manifesta I een hiphop-feest in Museum Boijmans Van Beuningen en verzorgde een gedeelte van de inrichting van een nieuw gemeentehuis in Oud-Beijerland. Van Heeswijk: ,,Voor mij heeft kunst alles te maken met het leven zelf. Kunst gaat over de communicatie tussen mensen en kan overal plaatsvinden. Ik probeer met mijn werk mensen met elkaar in contact te brengen.''

,,P.S.1 had in het begin het idee dat ik het instituut wilde opblazen. Ik zei dat als ik dat zou willen, ik wel een bom in het museum had geplaatst. Ik ben er niet op uit om schandalen te veroorzaken of mensen op stang te jagen. Ik wil alleen de grenzen van het museum oprekken door onder de huid te gaan zitten en zachtjes te duwen. Als vreemdeling ben ik daar misschien wel beter toe in staat dan een insider. Tot nu toe is het project illegaal geweest. Het is een soort gedoogzone en dat is eigenlijk wel weer heel Nederlands.''

In Hotel New York zijn het de gasten die in de schijnwerpers staan, zelf opereert Van Heeswijk op de achtergrond. Nederlandse kunstenaars kunnen de hotelkamer reserveren voor een verblijf van maximaal drie weken en de ruimte gebruiken als werkvertrek of tentoonstellingsplek. Op zondagmiddagen wordt er open huis gehouden en kunnen de gasten hun werk presenteren aan het museumpubliek. Zo kon de Newyorkse kunstwereld de afgelopen maanden kennismaken met een bonte stoet van Nederlandse kunstenaars, acteurs, dansers en curatoren. Lydia Schouten vertoonde haar nieuwste videofilm in de hotelkamer, Susan Kozel hield er een dansvoorstelling en Madeleine Berkhemer organiseerde een modeshow en een muziekperformance met deejays. ,,Daar kwamen honderden mensen op af'', vertelt Van Heeswijk. ,,Na dat optreden had de kamer een complete renovatie nodig. Het kostte ons twee dagen om de graffiti weer van de ramen en de kamer op orde te krijgen.''

De kamer is inmiddels als een permanente installatie aangekocht door P.S.1. Hij zal dus in de huidige staat blijven bestaan en in de toekomst gaan dienen als gastenverblijf voor buitenlandse bezoekers. Op de vraag of ze de kamer dan nog wel als haar eigen werk kan beschouwen, reageert van Heeswijk: ,,Tot nu toe hoefde ik mij over dat soort zaken geen zorgen te maken, omdat mijn werk nauwelijks verkoopbaar was. Al mijn projecten zijn bekend onder de titel van het werk en niet onder mijn eigen naam. Ook op de plattegrond van het museum staat deze kamer aangeduid als Hotel New York en niet als een installatie van Jeanne Van Heeswijk. Wat mij betreft is het project in de huidige vorm voorbij als mijn verblijf er hier opzit. Normaal gesproken blijf ik altijd zorg dragen over mijn voorgaande projecten, maar dat vormt een steeds groter probleem. Hoe langer ik werk, hoe meer tijd die zorg mij gaat kosten. Het is net een familie die alsmaar blijft groeien.''

Jeanne Van Heeswijk verblijft nog t/m 30 augustus 1999 in New York. Hotel New York P.S.1 is doorgaans op zondagmiddag van 16-18u te bezoeken op 22-25 Jackson Avenue, Long Island City, New York. Informatie: tel/fax 01 212 5323748.