Nederland is weer een zwemnatie

Met dertien medailles eindigde de Nederlandse zwemploeg op de tweede plaats in het klassement bij de Europese kampioen- schappen in Istanbul.

Een zwemnatie gloeit van trots.

Reddeloos verloren leek het Nederlandse zwemmen toen in het najaar van 1992 de balans werd opgemaakt na de Olympische Spelen in Barcelona. Met een miniploeg van negen zwemmers, de kleinste afvaardiging die Nederland ooit uitzond, kwam het reisgezelschap van bondscoach Ton van Klooster niet verder dan twee finaleplaatsen. Cynici wisten het toen zeker: dieper kon de eens zo gevreesde zwemnatie niet zinken.

Zeven jaar na het echec in het olympische bassin aan de voet van de Montjuich gloeit Nederland weer van trots. Dertien medailles, waaronder liefst negen gouden, won de nationale ploeg afgelopen week bij de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) in Turkije, goed voor een tweede plaats in het medailleklassement. Hoewel nog altijd op eerbiedwaardige afstand van Duitsland, dat in Istanbul 22 zwemmedailles won, spreekt Nederland weer een woordje mee in het water. Slechts één zwemmer, rugslagspecialiste Nienke Valen, slaagde er na een valse start niet in de finale te bereiken.

Pieter van den Hoogenband (zes keer goud) en Inge de Bruijn (twee keer goud, één keer zilver) vertolkten een hoofrol in het Ataköy Olympic Pool Stadium. Beiden draaiden hun hand niet om voor een toptijd meer of minder. Veertien nationale records, waaronder vier Europese records, sneuvelden afgelopen week in Istanbul, met name door toedoen van Van den Hoogenband en De Bruijn. Het zijn tijden, net als die van Marcel Wouda, Kirsten Vlieghuis en Johan Kenkhuis, waar Nederland volgend jaar mee voor de dag kan komen bij de Olympische Spelen in Sydney.

Ad Roskam kon zijn geluk niet op in Istanbul. De bondscoördinator van de Nederlandse zwembond (KNZB) is een van de architecten van het succes. Samen met de toenmalige bondscoach René Dekker schreef hij in 1993 een beleidsplan waarin resoluut werd gebroken met het verstikkende amateurisme. Kernpunten waren onder meer een grotere verantwoordelijkheid voor de clubtrainers, strengere eisen aan de zwemmers en een nieuwe rol voor de bond. Voortaan zou de KNZB optreden als bewaker van de professionele instelling.

In die sfeer konden clubs als AZ&PC, DWK en vooral PSV gedijen. Het nieuwe bondsbeleid wierp bij de Olympische Spelen in Atlanta ('96) al zijn vruchten af. Sindsdien werd de heilzame werking van de nieuwe aanpak twee keer bevestigd, eerst bij de EK'97 (Sevilla), later bij de WK'98 (Perth). In Istanbul, de laatste serieuze test op weg naar Sydney, vonden Roskam en de zijnen het gelijk andermaal aan hun zijde.

Hoopgevend was, naast het optreden van Van den Hoogenband en de zijnen, de entree van een aantal tieners als Ilse Kikkert (18) en Klaas-Erik Zwering (18). Ogenschijnlijk moeiteloos maakten zij de overstap naar de senioren. Met name Chantal Groot, zestien jaren jong pas en afkomstig uit Amsterdam, maakte indruk met haar bronzen medaille op de 50 meter vlinderslag. Helaas voor haar en voor Nederland is dat geen olympisch nummer.

Maar tevreden is bondscoach Stefaan Obreno nog niet. Over zijn toppers, de groep Van den Hoogenband, heeft de Belg geen klagen. ,,Die zwemmen de pannen van het dak, die redden zich wel.'' Maar zorgen maakt hij zich over de groep die daarachter zit, zwemmers als Carla Geurts, Benno Kuipers, Stefan Aartsen en, zij het in mindere mate, Mark Veens en Joris Keizer.

Ondanks de (bijna) ideale voorbereiding (Obreno: ,,Het ontbrak ons aan niets, dus daar kan het niet aan gelegen hebben'') voldeed geen van allen aan de verwachtingen.

Obreno: ,,Die groep zit in de grijze zone. Zij hebben zich nauwelijks verbeterd en dat baart mij zorgen. Zeker omdat we begin vorig seizoen met iedereen alle trainingsprogramma's hebben doorgenomen. Vier toppers die goed zwemmen is niet genoeg. De basis moet breder. Dat kan, want er is talent genoeg.''

Volgende maand gaat Obreno, sinds vorig jaar in dienst als opvolger van Dekker, met de betrokkenen en hun trainers om de tafel zitten. Gisteren nam hij alvast een voorschot op het najaarsoverleg. ,,Ik wil meer inzage in de programma's. Ze hebben hun krediet nog niet verspeeld. Maar kennelijk moet ik er meer met de neus bovenop zitten dan tot dusverre het geval is geweest.''

Voor flierefluiters is geen plaats meer in de Nederlandse ploeg. Roskam sloot zich gisteren aan bij de kritiek van Obreno. ,,Niet iedereen is een Pieter van den Hoogenband, maar het minste wat we mogen vragen op zo'n groot toernooi is een persoonlijk record. Zwemmen is min of meer hun vak. Dan mag je dat van ze eisen.''

Aartsen en Kuipers ontpopten zich gisteren als de sfeermakers van de nationale ploeg. Alle leden van de begeleidingsstaf, inclusief Roskam en Obreno, werden na afloop in het zwembad gegooid door het olijke duo. Vraag is of beiden volgende maand ook nog zo uitgelaten zijn als zij tegenover Roskam en Obreno zitten en mogelijk te horen krijgen dat voor hen geen plaats meer is in de kernploeg.

Het onderhoud met Van den Hoogenband zal aanzienlijk minder tijd in beslag nemen. Na Istanpool'99 is de 21-jarige Brabander volgend jaar de te kloppen man in Sydney. ,,Pieter heeft druk nodig om te kunnen presteren'', verzekerde zijn vader, Cees-Rein van den Hoogenband. Dat is een hele geruststelling voor de Nederlandse zwemploeg.