Maanverkenner neergestort

De Amerikaanse maanverkenner Lunar Propector is zaterdag neergestort bij de zuidpool van de maan. Doel van de geplande inslag was te zoeken naar tekenen van water. Zeker twintig telescopen hebben de zuidpool van de maan rond het moment van de inslag, 11.52 uur onze tijd, in de gaten gehouden. Volgens de NASA zijn er geen tekenen van een explosiepluim gezien. Astronomen zoeken nu in hun metingen naar mogelijke - veel zwakkere - tekenen van waterdamp, maar dat onderzoek kan nog dagen tot weken duren.

Lunar Prospector heeft sinds januari 1998 vanuit een baan rond de polen van de maan onze buurwereld bestudeerd. De meest spectaculaire ontdekking was die van ijs (in de vorm van kristallen) in de bodem van kraters aan de polen die permanent in de schaduw liggen. De aanwijzingen daarvoor waren echter indirect en dus discutabel. Daarom wilde de NASA op de dag dat het Lunar Surveyorproject sowieso zou worden beëindigd een explosie op de maan veroorzaken, om zo naar directe tekenen van ijs (zoals waterdamp of een ontledingsproduct daarvan) te kunnen zoeken.

Zaterdag werd Lunar Prospector boven de achterkant van de maan via een voorgeprogrammeerde kamikazevlucht met een snelheid van 1700 meter per seconde naar het maanoppervlak gestuurd. Doel was de 60 kilometer grote krater Mawson, die vanaf de aarde net aan de rand van de zuidpool van de maan is te zien. De maansonde moet zijn neergestort, omdat men bij een wederverschijning boven de voorzijde van de maan ook weer zijn radiosignaal had moeten horen en dat was niet het geval.

Volgens de NASA heeft men geen redenen om er aan te twijfelen dat de maansonde een ander traject dan het geplande heeft gevolgd en zouden zijn restanten - inclusief de capsule met de as van de Amerikaanse maanonderzoeker Eugene Shoemaker - zich in de krater Mawson moeten bevinden. Maar honderd procent zekerheid is er niet. Als er niet alsnog sporen van een inslag worden gevonden, zal er altijd onzekerheid rond de laatste missie blijven bestaan.