Gouddelver Van den Hoogenband eindigt in stijl

Wie anders dan het goudhaantje van de Nederlandse zwemploeg voorzag de Europese kampioenschappen gisteren van een passend slot. Pieter van den Hoogenband, in zeven dagen uitgegroeid tot de gouddelver van Istanbul, voegde op het afsluitende onderdeel een zesde gouden medaille toe aan zijn reeds imposante verzameling. Als slotzwemmer van de 4x100 meter wisselslag-ploeg bezorgde hij de Nederlandse afvaardiging de dertiende medaille.

Het publiek in het Ataköy Olympic Pool Stadium veerde vol ontzag van de banken na het zoveelste kunststukje van The Dutch Dolphin. Vooral zijn split – de officieuze tijd over 100 meter in estafetteverband (dus met vliegende start) – wekte alom bewondering. Een verbluffende en nooit eerder vertoonde 47,20 op de vrije slag perste Van den Hoogenband uit zijn vermoeide lijf. ,,Da's niet normaal meer'', stamelde hij naderhand. ,,Heb ik dat echt gezwommen? Dat kan bijna niet.''

Toch was het zo. Van den Hoogenband, vorige week in de 4x100 vrij al goed voor 47,31, nam over van vlinderspecialist Stefan Aartsen. Nederland, met verder Klaas-Erik Zwering (rugslag) en Marcel Wouda (schoolslag), bezette op dat moment de vierde plaats. Opnieuw ging Van den Hoogenband als een tornado door het water. Binnen een mum van tijd boog hij de achterstand om in een voorsprong en degradeerde hij zijn concurrenten, onder wie olympisch kampioen Alexander Popov, tot figuranten.

Met zijn zes gouden medailles trad Van den Hoogenband in de voetsporen van twee Duitse zwemfenomenen, Michael Gross en Franziska van Almsick. Gross, `De Albatros', won in 1985 bij de EK in Sofia eveneens zes onderdelen, Van Almsick deed acht jaar later hetzelfde bij de EK in Sheffield. Geconfronteerd met die namen toverde Van den Hoogenband gisteren een grijns op zijn gezicht. ,,Geen slechte zwemmers, dacht ik zo.''

Van den Hoogenband had zijn goudvoorraad kunnen uitbreiden tot zeven – en daarmee definitief kunnen toetreden tot de zwemgroten der aarde – als de 4x200-ploeg zaterdag niet zo jammerlijk had gefaald. Startzwemmer Martijn Zuijdweg maakte zaterdag op het startblok een onverhoedse beweging, die voor alles en iedereen zichtbaar was. Diskwalificatie was het gevolg, al volgde die pas na lang overleg aan de jurytafel.

Van den Hoogenband toonde mededogen met Zuijdweg. ,,Het had mij ook kunnen gebeuren.'' Daarmee was niets te veel gezegd. Twee jaar geleden nog, bij de EK in Sevilla, veroorzaakte hij een valse start op de 50 meter vrije slag. Op min of meer op dezelfde manier als Zuijdweg zaterdag.

Gisteren hield Van den Hoogenband zijn zenuwen in bedwang bij de start van de individuele 50 vrij, al schoot hij opnieuw als laatste in het water. Het deerde hem niet. In een lange ziedende sprint klopte hij zijn twee grootste rivalen, titelverdediger Popov (derde) en de Italiaan Lorenzo Vismara (tweede). Zijn clubgenoot Mark Veens moest na een teleurstellend verlopen toernooi genoegen nemen met de vijfde plaats.

Starten en keren zijn nog altijd niet van Van den Hoogenbands sterkste wapens, maar anders dan voorheen kan hij tegenwoordig leven met die gedachte. Zoveel snelheid en souplesse schuilen in zijn tengere lijf dat hij niemand hoeft te vrezen. ,,Ik kan de hele wereld aan'', zei hij gisteren en niemand die hem durfde tegen te spreken. ,,Jammer dat het toernooi is afgelopen.''

Het is nauwelijks voor te stellen, maar Van den Hoogenband verklaarde gisteren nog veel progressie te kunnen maken in de aanloop naar de Olympische Spelen in Sydney. ,,Ik ben pas 21, dus heb vast nog wel wat mooie jaren in het verschiet liggen.'' Eenzelfde mening verkondigde zijn trainer, Jacco Verhaeren. ,,Pieter kan nog veel harder.''

Ook Inge de Bruijn kende gisteren een beroerde start op de 50 vrij. Maar net als Van den Hoogenband raakte ook zij niet van de wijs. Als vanouds sloeg ze het water van zich af, om na 24,99 seconden als eerste aan te tikken. Voor de 25-jarige Nederlandse, zaterdag in de halve finales nog goed voor een Europees record (24,84), betekende het haar derde medaille. Eerder sloeg ze toe op de 100 vlinder (,,Mijn mooiste zege'') en won ze zilver op de 100 vrij.

Ontevreden was De Bruijn gisteren vooral met haar tijd, die haaks stond op de waanzinnige snelheid die ze in de ochtenduren had laten zien. Om de spieren wat los te gooien trok de pupil van Verhaeren een sprint over 25 meter. Bij het aantikken wees de stopwatch 9,9 seconden aan. ,,Bijna een mannentijd'', bekende De Bruijn enigszins beschaamd.

Marcel Wouda werd gisteren verscheurd door gemengde gevoelens. Goed, hij had goud gewonnen met de 4x100 wisselestafette, maar kort daarvoor had hij een gevoelige nederlaag moeten incasseren. Op de 400 wisselslag, het zwaarste onderdeel bij de mannen, kwam hij in een slordige race niet verder dan de derde plaats. ,,Zwaar kloten'', vond Wouda, woensdag nog winnaar van de 200 wissel. ,,Zo'n week vreet energie. Zelfs al die successen gaan je niet in de koude kleren zitten.''

Wouda kwam vooral inhoud te kort, of `duurvermogen' zoals zwemmers zeggen. Een moordend lang seizoen ,,met misschien wel te veel piekmomenten'' brak hem naar eigen zeggen op. Reikhalzend keek hij gisteren dan ook uit naar zijn vakantie, die hij (,,Ik durf het bijna niet te zeggen'') met zijn Engelse vriendin op de Malediven gaat doorbrengen.

Met een aangepast trainingsprogramma hoopt de 27-jarige kopman komend seizoen zijn duurvermogen te vergroten met het oog op de Spelen in Sydney. Niettemin sloot de zwempionier niet uit dat hij binnenkort een keuze zal moeten maken: óf de 200 óf de 400 meter wisselslag. Beide nummers combineren lijkt niet langer haalbaar. Wouda is vrijwel de enige die beide afstanden in zijn programma opneemt.

Maar tot al te sombere gedachten weigerde Wouda zich te laten verleiden. Hoop putte hij uit sterke optredens op de korte nummers, zoals gisteren in de estafette. ,,Mijn tijden op de lange afstanden zijn misschien wat minder, maar wat zeuren we eigenlijk na zo'n prachtige week. Wat Pieter heeft gedaan is magistraal. Fantastisch voor het Nederlandse zwemmen.''