Een reus zonder gezag

Heel lang is hij, maar allerminst ontzagwekkend lang. Hij is geen man waar je tegenop kijkt. Eén centimeter langer dan twee meter is niet voldoende voor Toon Gerbrands om gezag af te dwingen bij de lange mannen van het Nederlands volleybalteam. De langste volleybalbondscoach aller tijden mist mogelijk iets om volleyballers voor hem door het vuur te laten gaan. Maar wat? Niemand die volleybal lief is gaan hebben, weet het.

Een `non-nonsense' trainer, noemt Gerbrands zichzelf. Een wat? Nou ja, een trainer die duidelijk wil zijn tegen zijn spelers. Openheid, eerlijkheid en passie verlangt hij. Van zichzelf, van zijn spelers, van iedereen die zich met topvolleybal bemoeit. Een conflictmodel creëren om mensen boven zichzelf te doen uitstijgen, wenst hij niet. Dat kan hij ook niet. Hij is niet als zijn voorgangers Selinger en Alberda, die op weg naar de top geen oorlog vermeden.

De jonge veertiger Gerbrands ziet heil in beschaafde topsport. Beestachtige mensen zijn er genoeg in de wereld. Waarom niet gewoon strijden voor de overwinning, zonder verbaal geweld of andere psychologisch onderbouwde prikkels ter verbetering van de teamgeest? Hij ziet meer in visie, creativiteit en intelligentie. Jongens die alleen hard slaan, emotioneel zijn en over grenzen gaan, hoeven van hem niet mee te doen. Humor op zijn tijd ter verlaging van de druk, Laurel & Hardy ter verhoging van de ontspanning. Dat is beter.

Hij zoekt een systeem bij de mensen en niet zoals menig voetbalcoach de mensen bij een systeem. Wat beter is, is nog niet afdoende onderzocht door gedragswetenschappers. Nu na de Europese titel van 1997 de successen als coach wel heel lang uitblijven, zijn omstanders geneigd van Gerbrands de omgekeerde benadering te eisen. Met meer nostalgie dan realisme wordt verwezen naar de gouden periode. Naar de manier waarop Alberda zeldzame talenten als Zwerver, Blangé, Van der Meulen, Held, Van de Goor en Posthuma tot een hechte ploeg smeedde en olympisch kampioen werd. Maar wat eens was, komt niet meer.

Atlanta '96 is al lang geleden. Of zo'n periode terugkomt, is nog maar de vraag. Misschien gebeurt dat wel nooit meer en verdwijnt volleybal in Nederland weer in de la van gezapige sporten. Je leest dat een volleybalbestuurder de huidige generatie verwijt te slap te zijn, er niet voor te gaan en meer van die wereldvreemde kreten. De jongens die nu spelen – en nauwelijks beter kunnen – worden op kortzichtige wijze vergeleken met de spelers van toen, met die `beesten'. Blijken die spelers niet beestachtig te zijn, of domweg geen talent te hebben, dan is het de schuld van de coach. Die soms wel strenge, maar te aardige Fries.

Aandoenlijk beweegt Gerbrands door de ruïne van het oude paleis. Als een goedaardige man, die niet meer weet wat te doen om het Nederlandse volleybal terug aan de wereldtop te brengen. Eerst liet hij spelers van de oude generatie vallen, alsof hij gezag wilde tonen. Toen bleek hij toch weer bereid oude mannen terug te halen. En dan ten einde raad: hardop zeggen in Turkije van Turkije te gaan verliezen, om tijdens het Europese kampioenschap de sterkste landen in de poule te kunnen ontlopen. Zo dom, zo lachwekkend, zo onsportief.

Waarom verliest een man zijn gezicht om het gezicht van het volleybal te redden? Waarom niet eerlijk en duidelijk zeggen dat de dagen van glorie voorbij zijn? Mag dat niet? Mag hij de waarheid niet zeggen? De waarheid die zegt dat zelfs Selinger, Alberda en mogelijk de meest ontzagwekkende Gerbrands die men zich kan wensen, het Nederlands volleybal niet volgend jaar naar een olympische medaille kan loodsen. Volleybal bestaat gewoon even niet meer.