De hak op de tak

De bomen aan de rand van het Amstel-park die hun takken over het fietspad naar de rivier strekken, worden gesnoeid. Als je bij snoeien denkt aan nagelknippen, dan kun je beter zeggen: die bomen worden geamputeerd. Alle takken die niet het park in wijzen worden bij de oksels afgezaagd. Op het fietspad staat een takvermalingsmachine.

De boomzager is bezig met een jongensdikke tak. Er staan beneden wat mensen te kijken en als ik omhoog kijk, stap ik ook van mijn fiets. Want de zager zit schrijlings op de tak die hij af moet zagen. In alle hoofden van de omhoogkijkers zoemen de hersenstromen heftig rond de begrippen tak, zagen, zitten, zelf. Natuurlijk is dat de eerste les op de boomzaagschool: zaag nooit aan een tak die de tak waar je op staat domineert. En de tweede les is: sta nooit op een tak die gedomineerd wordt door de tak die je zaagt.

Het lijkt of de zager een cartoon wil uitbeelden van een politicus die zijn eigen aanhang beledigt. Geen van ons zegt iets en geen van ons roept iets naar boven. De takvermaler is even uitgezet, met een vervaarlijke tak nog halfopgeschrokt in de bek. Dan zie ik hoe de zager met een touwtje geknoopt is aan de hoogste top van de boom. Als de tak die hij amputeert straks valt, zal de zager bungelen. Maar zo ver komt het niet. Hij heeft de tak half doorgezaagd, hoorde misschien al gekraak, komt overeind, grijpt zich vast aan een andere tak en zwiept zich daar op zoals ik een verhuizer eens uit mijn dakraam zag duiken met een katrol in de hand die hij om een hijsbalk sloeg. De durf van onze zeventiende-eeuwse scheepswant-zeezeilers is geërfd door onze verhuizers, raamschoonmakers en boomzagers, zoals de Indiaanse tarzans nu op de sparren en spanten van wolkenkrabbers in aanbouw wandelen.

Vanaf de hogere tak zaagt onze held nog even lijnrecht op zijn eerste snee, zodat de dikke tak het begeeft. Ik word niet achteruitgetrokken door de man van de takvermaler, want hij luistert door zijn walkman naar de radio. De tak treft me precies op mijn hoofd en ik duikel achterover in de takvermaler die de verstrooide bestuurder net weer had aangezet. Mijn laatste gedachte is: kunnen we uit een ethisch standpunt het vermalen van levende boomtakken eigenlijk wel toelaten? De eerste les van de toeschouwerschool: ga naar achteren als de boom of tak valt, was ik even vergeten.

Verbaasd kijken de boomsnoeiers later naar mijn lege fiets. Waar is die vent gebleven? Ik ben vermalen en gemengd met houtsplinters word ik verpakt tot een blokje voor de open haard. Maar mijn as zal niet worden uitgestrooid boven de Atlantische Oceaan, want ik was niet onvoorzichtig met mijn eigen vliegtuigje, maar bij een gemeentelijke bomenmachine.