Commissaris Bolkestein moet zijn borst natmaken

Eurocommissaris Frits Bolkestein zal op zware tegenstand stuiten bij het doorvoeren van een belastingharmonisatie in de EU. Lodewijk de Waal meent dat Bolkestein alleen resultaat kan boeken als hij dezelfde vasthoudendheid toont als zijn voorganger.

Als het Europese parlement het goedvindt wordt Frits Bolkestein Commissaris Interne-Marktbeleid en Financiële Diensten. Weinig posten in de Europese Commissie bevatten zoveel uitdagingen voor de komende tijd als deze. Neem alleen al het onderdeel belastingharmonisatie. Bolkestein kan hier meteen aan de slag, want de belastingconcurrentie is in volle gang. Enkele weken geleden kondigde de Duitse regering aan het tarief voor de vennootschapsbelasting te verlagen van 40 naar 25 procent. Dit plan kwam niet uit de lucht vallen. Al langer was bekend dat de Ieren hun tarief zouden verlagen naar het dumpniveau van 12,5 procent. Andere landen roeren zich ook. Staatssecretaris van Financiën Vermeend, altijd in touw om Nederland fiscaal aantrekkelijk te houden, kondigde meteen maatregelen aan om de strijd niet te verliezen.

Bij nadere beschouwing blijken zulke tarievenverlagingen onderdeel uit te maken van een Europese trend van verschuiving van belasting van kapitaal naar arbeid. Tussen 1981 en 1995 is in de EU de gemiddelde belasting op kapitaal gedaald van 45 procent naar 35 procent. De lasten op arbeid hebben zich intussen heel anders ontwikkeld: ze zijn gestegen van 35 procent naar 42 procent. Dit is in tegenspraak met wat politici voortdurend met de mond belijden.

In Nederland verliep de ontwikkeling iets anders. De daling van de lasten op kapitaal heeft zich hier wel voorgedaan, maar heeft, door een mengsel van beleid en een gunstige economische ontwikkeling, niet geleid tot een stijging van de tarieven op arbeid. Wat niet wegneemt dat met een andere verdeling van lasten de lastendruk op arbeid nog lager had kunnen zijn.

Belastingpolitiek is inmiddels uit het beleid van de EU niet meer weg te denken. De btw is voor een deel geharmoniseerd. Er is een gedragscode totstandgekomen om uitwassen van belastingcompetitie tussen de lidstaten tegen te gaan. Momenteel wordt een voorstel behandeld voor een richtlijn die het moeilijker zal maken om spaargeld voor de fiscus te verstoppen in het buitenland. Allemaal belangrijke initiatieven waarmee de huidige commissaris Monti zijn uitstekende reputatie heeft verdiend.

Bolkestein moet hierop voortborduren. In de eerste plaats moet hij ervoor zorgen dat grensoverschrijdende arbeid en handel binnen de EU zonder fiscale belemmeringen kunnen worden uitgevoerd. Ten tweede mogen de belastinginkomsten van de lidstaten niet onder druk komen te staan door competitie. Voorts moet de rechtvaardigheid in het belastingstelsel gehandhaafd blijven of verbeterd worden. Dat betekent onder meer dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Ten vierde dient het belastingbeleid de werkgelegenheid te bevorderen. En ten slotte moeten gebruik van grondstoffen en vervuiling van het milieu zwaarder belast worden.

De eerste doelstelling lijkt simpel en had eigenlijk allang geregeld moeten zijn. In 1992 is de interne markt totstandgekomen. In het kader daarvan is geprobeerd de btw te harmoniseren. Dat proces heeft wel wat opgeleverd maar is ergens halverwege hopeloos blijven steken. Dubbele heffingen of moeizame terugvorderingen zijn nog steeds aan de orde van de dag. Een verdere harmonisatie van de btw hoort dan ook thuis op het prioriteitenlijstje van de nieuwe commissaris. Ook grensarbeiders hebben last van het gebrek aan coördinatie, bijvoorbeeld omdat ze dubbel belasting betalen voor sommige diensten of omdat ze in het ene land sociale premies betalen en in het andere land belastingen. Tot op heden heeft de EU nog niets gedaan om deze problemen aan te pakken.

De tweede doelstelling houdt in dat een tax race to the bottom moet worden voorkomen. Ongebreidelde competitie brengt noodzakelijke overheidsuitgaven (gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid) in gevaar. De Europese regeringsleiders hebben vorig jaar verklaard dat `eerlijke belastingconcurrentie' wel mogelijk moet blijven. Wat dat is en waar precies de grens ligt, werd er niet bij gezegd. Zo kunnen we nog lang bezig blijven, en het gevaar van aantasting van essentiële voorzieningen is niet denkbeeldig. Lastenverlichting dient bovendien niet alleen ten goede te komen aan de vennootschapsbelasting en andere lasten op kapitaal. Ook de lasten op arbeid moeten erin kunnen meedelen. Op den duur zijn door de EU vast te stellen minimumtarieven in de vennootschapsbelasting dan ook onvermijdelijk.

Dat brengt mij op het derde en vierde punt. Belastingconcurrentie leidt er in algemene zin toe dat mobiele productiefactoren ontzien worden ten koste van minder mobiele productiefactoren. Kapitaal is mobieler dan arbeid. Een miljard euro kan met één druk op de knop van Finland naar Spanje worden gestuurd. Terwijl een werknemer al vastloopt in de bureaucratie als hij vanuit Nederland in België wil gaan werken. Een verschuiving van fiscale lasten in de richting van werknemers is het gevolg. De eerder vermelde cijfers geven aan dat deze vrees niet ongegrond is. Dit blijkt ook uit het feit dat de meerderheid van de Europese landen moeilijk doet over het invoeren van een laag btw-tarief voor arbeidsintensieve dienstverlening, zoals schoenmakers en fietsreparatie. Als het om de kleintjes gaat lijkt het opeens niet meer belangrijk om met belastingtarieven te stunten. Behalve werknemers zullen de zelfstandigen en het midden- en kleinbedrijf uiteindelijk opdraaien voor de kortingen die de grote bedrijven in hun zak steken. Ook voor de werkgelegenheid heeft deze ontwikkeling schadelijke gevolgen. Kapitaal wordt goedkoper en arbeid blijft duur.

Wat het vijfde punt betreft: voor introductie van een speciale heffing op energieverbruik lijkt langzamerhand de steun te groeien. Minister Zalm bepleit dit al een tijdje bij zijn Europese collega's. Inmiddels lijken ook België en Zweden in deze richting te denken. Dat is natuurlijk nog maar een begin. Krachtige steun van de Europese Commissie is onmisbaar om hier iets van te maken.

Op het boodschappenlijstje van Bolkestein horen de volgende onderwerpen absoluut thuis:

Onverkorte realisatie van de reeds gedane voorstellen van voorganger Monti (gedragscode tegen schadelijke belastingcompetitie; belasten van spaargeld in het buitenland);

Oplossing van de fiscale problemen bij grensoverschrijdende arbeid en handel;

Invoering op EU-niveau van een minimumtarief in de vennootschapsbelasting;

Wegschuiven van de fiscale last op arbeid, in elk geval door introductie van een verlaagd btw-tarief op arbeidsintensieve producten en diensten en mogelijk ook door middel van maxima in de inkomstenbelasting op arbeid;

Verschuiving van belastingdruk van arbeid naar vervuiling van het milieu, bij voorrang door middel van een regulerende energieheffing.

Commissaris Bolkestein kan zijn borst natmaken. Tegenstand zal er meer dan genoeg zijn vanuit de lidstaten. Maar hij kan resultaat boeken als hij dezelfde vasthoudendheid aan de dag legt als zijn voorganger. De lijsttrekker van GroenLinks in het Europees Parlement, Joost Lagendijk, kenmerkte de benoeming van Bolkestein als het aanstellen van een vegetariër in een slagerij. Laten we hopen dat het meevalt, nu Bolkestein ook heeft verklaard dat zijn euroscepsis alleen voor binnenlands gebruik was. Want een vegetariër in een slagerij is vervelend voor de vegetariër – voor de slagerij is het een regelrechte ramp.

Lodewijk de Waal is voorzitter van de FNV.