De brug van Belalanda

Voor de regering van een ontwikkelingsland is het niet altijd eenvoudig een groot hulpproject in te passen in de werkelijkheid. Dat dit onverwachte bijeffecten kan hebben bleek begin dit jaar toen de regering van Madagascar het rendement van een dijkverzwaringsproject probeerde te vergroten, en daarmee grote risico's nam. Een leerzame vertelling.

Het begon allemaal met een oude legende.

Volgens de Madagascarese natuurreligie is onder een oude woudreus aan de benedenloop van de rivier Fiherenana, in zuidwest Madagascar, een meisje levend begraven. Haar kleine lichaam en wat zaadjes liggen verscholen in een stenen kookpot. De rivier zou vroeger vanaf die boom, vlakbij het dorp Miary via een andere, zuidelijker route naar zee hebben gestroomd waar hij elk jaar tientallen hectaren rijstvelden vernietigde. De toenmalige koning had er schoon genoeg van en vroeg een medicijnman om de loop van de rivier te veranderen. Die begroef de kookpot, met het meisje en een zaadje van alle gewassen die de koning langs de nieuwe loop wilde verbouwen. Een jaar later koos de rivier vanaf de boom een noordelijker route naar zee. Daarop werd de boom heilig verklaard en kreeg hij de naam Fihamy, ofwel `het kostuum voor het feest'. De rivier noemt men sindsdien Fiherenana, ofwel `ommekeer'.

Omdat de koning had vergeten om aan de medicijnman ook een zaadje rijst te geven mocht dit in Madagascar meest gewaardeerde gewas, niet langs de nieuwe bedding worden verbouwd. Tot op de dag van vandaag wordt deze fady (religieus verbod) door de bevolking in ere gehouden want zij is bang om de woede van de rivier op te wekken. Rond Fihamy staat tegenwoordig een halfhoge muur en nog steeds wordt hem regelmatig een offer gebracht of komt iemand zijn hulp vragen. Daarbij houdt men zich weer aan de fady's die binnen de ommuring gelden, zoals het verbod om daar de liefde te bedrijven of je behoeften te doen.

De inspanningen van de lokale bevolking sindsdien zijn echter niet voldoende om de toorn van de rivier af te wenden. De Franse overheersers (1895-1960) zagen zich gedwongen om dijken aan te leggen en deze steeds weer te repareren en te verstevigen. Ook de Magascarese regeringen gaan zo voort, maar voor hen beperken de problemen zich niet tot de Fiherenana.

De moeilijkheden rond het dijkverzwaringsproject ontstonden toen het rond de laatste jaarwisseling begon te regenen. Het drie maanden durende regenseizoen was nog maar net begonnen en in het stroomgebied van de Fiherenana kwam het water met bakken naar beneden. Overal tussen de hutjes van golfplaten en palmbladeren zochten roodbruin gekleurde stroompjes ijlings hun weg naar de rivier. Dat gaat elk jaar sneller, want de tropische bossen die op de hellingen het water vasthouden worden steeds verder gekapt en nu is er tussen Miary en de monding van de rivier bijna geen boom meer te bekennen.

Vlak bij zee is de rivierbedding een uitgestrekte vlakte van ruim een kilometer breed. Daar wordt ze gekruist door een lange slingerende brug, die op hoge palen meters boven de bedding uittorent. Deze `brug van Belalanda' is door een meer dan honderd meter lange landtong verbonden met de zuiddijk. De weg die over brug en landtong loopt verbindt de havenstad Toliara met het in het noorden gelegen luxe vakantieoord Ifaty en de tweehonderd kilometer verderop gelegen steden Bevoay en Morombe. Officieel is dit de Route Nationale 9 (RN9), maar voorbij het ruim twintig kilometer verderop gelegen Ifaty is ze nog nauwelijks begaanbaar.

Ook in de eerste week van januari van dit jaar doen de tropische buien hun naam eer aan. De Fiherenana, in het droge seizoen slechts een smal stroompje in het honderden meters brede rivierbed, zwelt. Binnen een paar dagen vult een kolkende watermassa de hele bedding en likt het water aan de randen van de dijken. De zuiddijk tussen Miary en de brug van Belalanda kan de druk nauwelijks aan. Op drie plaatsen worden er enorme stukken uitgereten. Toch houdt de dijk stand en blijft Toliara, de vierde stad van het land, gespaard. De RN9 heeft minder geluk. Tachtig strekkende meters van de landtong worden door de razende Fiherenana meegesleurd. De brug blijft wel intact, maar reikt nu hulpeloos in het niets.

Een paar dagen later buigen Samuël Rasolofondrainibe en Joseph (volledige naam) zich In de catacomben van de regionale directie van Publieke Werken in Toliara over de kopie van een enorme kaart waarop de schade aan de dijk en landtong met potlood staat ingetekend. De gezichten van de chefs van de technische dienst en de afdeling studies staan zorgelijk. Toliara is weliswaar aan een ramp ontkomen maar, als het in de komende maanden weer zo hard gaat regenen zal de zuiddijk onherroepelijk breken. Aangezien de zuidoever dichtbevolkt is zou dat een nationale ramp betekenen.

De mannen houden de kaart, al wijzend, beter onder het licht. Daar ligt een oude dijk. Ze overleggen. Die dijk is een meter hoog en ligt dichter bij de stad. Hij is al jaren niet onderhouden en, door nieuwe wegen, waarschijnlijk incompleet. Toch hopen ze dat deze dijk bij een doorbraak de stad nog enigszins zal beschermen. Even wordt er overlegd of een herhaling van 1959 en 1978, toen de dijk bij Miary brak, valt uit te sluiten. Het water stroomde toen achter de oude dijk langs, rechtstreeks naar het hart van de stad. Naderhand hebben ze dat deel hoger en sterker gemaakt. Dat zal wel houden, maar daar net voorbij, vlak bij Fihamy, de heilige boom, is nu al de helft van de zes meter brede en drie meter hoge dijk over tientallen meters verdwenen. Daardoor vermoedt de lokale bevolking dat er een fady is overtreden. Waarschijnlijk heeft iemand Fihamy onteerd, stiekem rijst verbouwd of iets anders vreselijks gedaan. Dat heeft de woede van de rivier gewekt en men denkt dat ze wil terugkeren naar haar oude zuidelijker bedding.

Joseph en Samuël realiseren zich dat Toliara in een hachelijke en wonderlijke positie verkeert. Over tien maanden, in oktober, zal de hele dijk dankzij elf miljoen dollar van het African Development Fund (ADF) verhoogd en verbreed worden. Maar tot dan is de armlastige Madagascarese staat verantwoordelijk voor het onderhoud en mag Publieke Werken niet zonder toestemming beginnen aan de reparatie, die inclusief de landtong ongeveer twee miljoen gulden kost. Zij hebben hun rapport `Schade veroorzaakt door de Fiherenana' en het verzoek om aan de reparatie te mogen beginnen dan ook direct verstuurd aan het hoofdkantoor en president Didier Ratsiraka.

De Madagascarese regering staat voor een groot dilemma. Die heeft niet zomaar geld beschikbaar, hoewel ze weet dat Toliara in gevaar verkeert. Bovendien wordt de dijk vanzelf, in oktober, door het ADF-project verstevigd. De regering neemt de tijd om zich grondig te beraden. Want elke actie heeft ook gevolgen voor politieke vrienden en de verkiezingen van volgend jaar.

De democratische republiek heeft geen geld doordat ze zich in de afgelopen jaren een enorme schuldenlast op de nek heeft gehaald. De geldstroom van leningen, investeringen en giften van Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO's) oefenen een magnetische aantrekkingskracht uit op de regering en de arme bevolking. De corruptie is enorm toegenomen en soms blijkt zelfs dat er na de administratieve afronding van een project ter plekke helemaal niets is veranderd. Volgens een medewerker van Publieke Werken is het maar goed dat het geld van het African Development Fund tot oktober achter slot en grendel blijft. Anders zou ook dat verdwijnen.

Terwijl de regering zich beraadt heeft het nieuws over de Fiherenana ook de landelijke media bereikt. Het dagblad Midi-Madagasikara bericht dat de dijk is bezweken en Ma-TV komt met heldere cijfers: er zijn 4.400 getroffenen en 552 daklozen, 121 woningen zijn vernietigd en 1.167 gebouwen ondergelopen. Didier Ratsiraka besluit om de `getroffen stad' op 11 januari te bezoeken en de in `nood verkerende bevolking' in elk geval zichtbaar te steunen. Hij neemt elf dozen medicamenten en tien ton rijst mee. Bovendien belooft hij dat 45.000 hectaren grond voor landbouw gereed zullen worden gemaakt.

Volgens de kranten heeft de gemeente `noodmaatregelen getroffen om de situatie het hoofd te bieden'. Maar niets blijkt minder waar. Het is op de gehavende dijk tussen Miary en de brug van Belalanda nog steeds opmerkelijk stil. Er is geen agent of soldaat te bekennen en de gaten liggen er nog net zo bij als voorheen. Het is inmiddels drie weken geleden dat Publieke Werken de president, tijdens zijn bezoek, ook persoonlijk om toestemming voor de reparatie heeft gevraagd. En nog steeds zitten Joseph en Samuël in hun kantoor te wachten op een reactie.

Bij de brug van Belalanda is inmiddels een kleurrijk schouwspel gaande. Het water is gezakt en onder de hoge stapelwolken boven de immens brede rivierbedding blaast de wind het zand over de platen. Op beide oevers zijn pleisterplaatsen ontstaan waar in kleurige doeken gehulde vrouwen limonade en gefrituurde bananen verkopen. Jongens met een ossenkar of uitgeholde boomstam vervoeren, tegen betaling, goederen en personen door het ondiepe water naar de overkant. Aan beide kanten en op het doodlopende einde van de brug staan taxi-brousses, trucks die zijn omgebouwd voor personenvervoer, te wachten. Vanaf de hoge brugrand klauteren passagiers over een provisorische trap naar beneden. De timmerman int per persoon 1.500 Madagascarese franken, ofwel twee kwartjes. Tussen de zandplaat onderaan de trap en de restanten van de landtong kabbelt een nieuwe zijarm van de Fiherenana. Daar waden passagiers en sjouwers met zware zakken en allerlei goederen op de schouders heen en weer. De lokale bevolking heeft zich aangepast aan de nieuwe situatie en doet er haar voordeel mee.

Van de medicamenten en tonnen rijst die president Ratsiraka begin januari meebracht, is bij de Toliarezen drie weken later haast niets aangekomen. Inmiddels is de bevolking, ook als er daadwerkelijk schade is, nauwelijks nog bereid mee te werken aan een schadeonderzoek. Ze zijn verontwaardigd omdat tegenwoordig zelfs méér dan de helft van de hulp achterblijft bij politieke vrienden van de regering. Die zijn geheel volgens traditie door de herverdeling van belangrijke posten, na de machtswisseling, op alle invloedrijke posities terechtgekomen, inclusief het hoofd van de publieke basisschool. Ook de opbrengst van de benzineaccijns, die speciaal bedoeld was voor de verbetering van de wegen, bleek onlangs in zijn geheel te zijn verdwenen.

Maar vroeg in de ochtend van maandag 2 februari, denderen toch zes grote vrachtwagens gevuld met zand en keien triomfantelijk de stad binnen. De mensen die zich langs de weg hebben opgesteld, zijn verrast. Zij staan te wachten op Pierrot Rajaonarivelo, de vice-premier van de republiek. Na de vrachtauto's volgen wel zestig dure gepoetste auto's waarin chique mensen zitten. De Toliarezen kijken bewonderend naar de mannen met grote gouden ringen en zonnebrillen. De vice-premier en het dagblad L'Express de Madagascar zijn niet op de hoogte van de lokale gewoonten en de krant schrijft dan ook dat bij Miary meer dan honderd hectaren rijstvelden vernietigd zijn. Daarom heeft de vice-premier voor hen medicamenten, 154 dozen zeep en zes ton rijst meegenomen. De vrachtwagens rijden naar de brug van Belalanda en blijven de hele dag luid toeterend dwars door de stad af en aan rijden. Volgens de krant leer je alleen in sombere tijden je echte vrienden kennen.

Twee weken later is de Fiherenana weer aanzienlijk gestegen en de dijk gaan afbrokkelen. Vooral bij de gehavende stukken vallen grote brokken in het water en doet de harde plons de omstanders opschrikken. Een kleine jongen, Solofo genaamd, vertelt dat de vrachtwagens van de vice-premier zich concentreren op het repareren van de landtong naar de brug en nog steeds niet in de buurt van de dijk zijn gesignaleerd. Er wordt gezegd dat de landtong over twee weken klaar is. Dan zal in elk geval het chique vakantieoord Ifaty weer goed bereikbaar zijn. Bovendien zal voor de lokale bevolking de reis per taxi-brousse naar het tweehonderd kilometer verderop gelegen stadje Bevoay een halve dag korter en dus weer gewoon drie dagen duren.

De Toliarezen dachten dat na de brug de dijk gerepareerd zou worden. Maar geheel tegen de verwachting in vertrokken de vrachtwagens van de vice-premier zodra de brug klaar was. De gaten in de dijk lagen er een maand voor het einde van het regenseizoen nog net zo gehavend bij als voorheen. Daar zorgt het geld van het African Development Fund in oktober wel voor. En als dat af is, zijn er weer verkiezingen.