Als de computer wakker wordt

Het leven van de Britse wiskundige en computerpionier Alan Turing heeft allle ingrediënten van een spannend boek. Al voor de Tweede Wereldoorlog hield Turing (1912-1954) zich aan de universiteiten van Cambridge en Princeton bezig met kunstmatige intelligentie en slimme computers. Op 26-jarige leeftijd werd de briljante Cambridge fellow, die ook een verdienstelijk hardloper was, door de Britse geheime dienst gerecruteerd om de codes van de nazi's te kraken. Turing leverde in de jaren 1939-1945 zowel een belangrijke bijdrage aan de overwinning van de geallieerden als ook aan de computerkunde.

Na de oorlog werkte Turing nog een paar jaar door op het gebied van de artificiële intelligentie (AI) en de architectuur van computers in een project dat het `Elektronisch Brein' heet. Hij voorspelde dat computers binnen afzienbare tijd slimmer zouden zijn dan mensen. Naast zijn wetenschappelijke werk adviseerde Turing de Britse inlichtingendienst en de Amerikaanse National Security Agency over versleutelingstechnieken. In 1952 werd hij gearresteerd wegens een liefdesrelatie met een andere man (homoseksualiteit was in Groot-Brittannië tot 1968 verboden). Omdat Turing instemde met chemische castratie, zag de rechter af van een gevangenisstraf. In 1954 pleegde Turing zelfmoord, vlak voor zijn 42e verjaardag.

Tegenwoordig is Turing, over wie inmiddels tientallen boeken zijn verschenen, voor veel AI-specialisten nog steeds een inspiratiebron. Zijn overtuiging dat computers binnen enkele decennia de mensheid wat intelligentie betreft zullen overtreffen, wordt bijvoorbeeld gedeeld door de Amerikaanse wetenschapper en uitvinder Ray Kurzweil. Computers zíjn zelfs al slimmer dan mensen op bepaalde gebieden (schaken, bommenwerpen, beurshandel), betoogt Kurzweil in zijn tweede boek over kunstmatige intelligentie The Age of Spiritual Machines. Kurzweil (51) heeft negen eredoctoraten, is vele malen onderscheiden door prestigieuze universiteiten als het Massachussets Institute of Technology en Carnegie Mellon en heeft enkele belangrijke uitvindingen op computergebied op zijn naam staan zoals spraakherkenningssoftware, de scanner en een leesmachine voor blinden die spraak omzet in getypte tekst.

The Age of Spiritual Machines is een fascinerend. In sneltreinvaart rent Kurzweil door de geschiedenis van de artificiële intelligentie. In hetzelfde tempo presenteert hij zijn toekomstvisie. In het jaar 2019 zullen computers net zo slim zijn als mensen en kunnen ze zelfstandig lezen en de wereldliteratuur begrijpen, voorspelt Kurzweil. We leven dan in een wereld waar computers alomtegenwoordig zijn in de vorm van vertaaltelefoons, virtuele omgevingen voor seks, en minibeeldschermpjes in brillen waarop we de krant lezen. Sommige computers hebben een lichaam en zijn niet van mensen te onderscheiden.

Deze ontwikkeling is volgens Kurzweil onvermijdelijk. Technologische vernieuwing gaat steeds sneller. In de eerste twee decennia van deze eeuw is al evenveel technologie uitgevonden als in de hele negentiende eeuw. Sinds de jaren tachtig vindt om de paar jaar een belangrijke transformatie plaats. De Wet van Moore, volgens welke de consument elke twee jaar twee keer zoveel computergeheugen en processorsnelheid kan kopen voor dezelfde prijs, wordt al ingehaald door nieuwe technieken zoals optisch geheugen en kwantumcomputers die de huidige PC's vele malen zullen overtreffen.

Alan Turing speelt in Kurzweils boek een belangrijke rol. De twaalf hoofdstukken van The Age of Spiritual Machines zijn gelardeerd met dialogen, vaak erg humoristisch, over intelligentie, filosofie en het dagelijks leven. De gesprekken tussen de auteur en een (aanvankelijk) naamloze onbekende blijken een soort Turing-test te zijn. Om intelligentie in computers te meten, bedacht Turing in 1950 een imitatiespel waarbij een ondervrager een mens en een machine vragen zou stellen. Computers die niet als zodanig worden herkend, kunnen als menselijk worden beschouwd. Pas aan het eind van Kurzweils boek blijkt dat zijn gesprekpartner een intelligente computer is met tal van menselijke eigenschappen zoals gevoel.

Niemand weet of Kurzweil gelijk krijgt. Zijn voorspellingen klinken erg science fiction-achtig. Dat doet op zichzelf niets af aan het waarschijnlijkheidsgehalte. Immers, wie vier jaar geleden had voorspeld dat in 1999 179 miljoen mensen op Internet aangesloten zouden zijn en dat vijf miljoen Nederlanders een mobiele telefoon zouden hebben, zou misschien ook voor gek verklaard zijn. Anderzijds, er is binnen de huidige computerwetenschap nog geen enkele aanwijzing dat computers werkelijk zelfstandig kunnen of zullen gaan denken. Er zijn wel experimenten met chips die uit DNA-moleculen bestaan, maar het enige resultaat is dat er meer en sneller gerekend kan worden.

Wat gebeurt er als computers intelligenter worden dan mensen? Niet veel bijzonders, volgens Kurzweil, die voorspelt dat in 2029 een computer van 1.000 dollar de hersencapaciteit van tien mensen zal hebben. Computers zullen langzamerhand een bewustzijn ontwikkelen en eigen rechten krijgen, en tegen het jaar 3000 zijn mensen en machines één geworden.

Of de fusie van mensen en computers echt zo onproblematisch zal zijn als de uitvinder voorspelt, hebben we volgens Kurzweil zelf in de hand. De komende decennia zijn het vooral de mensen die bepalen hoe de technologie eruit ziet. Laten we voor de zekerheid nu aardig zijn voor de computers, dan zijn ze het misschien straks ook voor ons.

Ray Kurzweil:The Age of Spiritual Machines. When Computers Exceed Human Intelligence. Viking, 388 blz. ƒ54,- (geb.)