Een fenomenaal intelligent overlever

Zij waren uit alle streken naar Rabat gekomen. Sommigen waren zelfs languit gaan liggen op de snelweg tussen Casablanca en Rabat om automobilisten te bewegen hun een lift te geven. Uiteindelijk waren twee miljoen Marokkanen gisteren in de hoofdstad samengestroomd om massaal te treuren over het verlies van hun vader: Hassan II, koning van Marokko, Redder, Leider der Gelovigen, Schaduw op Aarde van de Profeet. Zij huilden, baden God om vergiffenis voor zijn en hun eigen zonden, zwaaiden met Marokkaanse vlaggen en reciteerden Koranverzen.

Wie begin jaren zeventig voorspeld had dat Hassan II alle vorsten van Afrika en de Arabische wereld zou overleven en daarnaast nog eens alle macht in zijn land zou behouden, was voor gek verklaard. Hij was weliswaar een rechtstreekse afstammeling van de Profeet Mohammed en afkomstig uit een koninklijke dynastie die al sinds meer dan driehonderd jaar Marokko bestuurde. Maar absolute vorsten pasten niet in de moderne tijd, vond ieder die zich progressief noemde in die dagen van opstand en revolutie. De Franse premier Jospin kon – zo vertelde gisteren zijn vroegere collega-minister Jobert – zelfs niet de woorden `Uwe Majesteit` of `Sire' over zijn lippen krijgen. Hij sprak de koning aan met `Mijnheer Hassan II' als hij het woord tot hem richtte. Hassan zelf zei eens tegen zijn vriend koning Juan Carlos van Spanje: ,,Toen ik de troon besteeg, dachten de mensen dat ik het niet langer dan een half jaar zou uithouden.''

Zij die hem al hadden afgeschreven, hadden niet gerekend op Hassans fenomenale intelligentie, zijn onverwoestbaar zelfvertrouwen, zijn lust tot macht en zijn bereidheid om daarvoor werkelijk álle middelen in te zetten, zijn inzicht in machtsverhoudingen, zijn cynisme en zijn vermogen om gemaakte fouten te herstellen. Diverse malen overleefde hij aanslagen, georganiseerd door zijn naaste vertrouwelingen. Volgens Westers georiënteerde Marokkanen redde hij zich uit bijna hopeloze situaties door zijn koelbloedigheid, zijn snelle reactievermogen en zijn charisma. Volgens traditionele Marokkanen dankte hij zijn leven aan zijn baraka, de zegen die God aan speciaal door Hem uitverkorenen geeft.

In 1975 deed hij een gouden vondst: hij organiseerde de `Groene Mars`, waarin 350.000 ongewapende Marokkanen de grens van de Spaanse Sahara overstaken met alleen een Koran bij zich. Zij moesten laten zien dat deze Westelijke Sahara nooit Spanje had toebehoord, maar Marokko. De koning zou dit door de kolonialisten wederrechtelijk gestolen deel van het moederland weer in bezit nemen, wat de buitenwereld – en speciaal Algerije – er ook van zou zeggen. Het hele volk, inclusief alle progressieven, schaarde zich enthousiast achter deze nationale strijd, die Marokko honderden soldaten en vele tientallen miljarden zou kosten, maar de bedreigde monarchie nieuw leven inblies. Zo kon Hassan II de belichaming blijven van een land dat met één voet in de middeleeuwen en met de andere voet in de moderne tijd leeft.

In dat land liet hij overal de schitterendste paleizen bouwen, waar uitbundig feest werd gevierd, om in elke regio aan te tonen dat hij ook dáár heerser was. Voor de poort van die paleizen stonden, als de koning er was, de armen en zieken in de rij om geld en gunsten van Zijne Majesteits dienaren in ontvangst te nemen en hem daarvoor zeer dankbaar te zijn. Het geld kwam onder ondere uit de opbrengst van honderdduizenden hectaren van het vruchtbaarste, door hem in beslag genomen, akkerland, vaak door buitenlanders beheerd.

In datzelfde land zijn er gigantische krottenwijken, waar vele tienduizenden ongeletterde jongeren (meer dan 55 procent van de bevolking is analfabeet) zonder toekomst opeengepakt zitten. En er zijn overvolle universiteiten, waar de studenten na afloop van hun studie geen werk vinden omdat hun opleiding te slecht en de werkgelegenheid minimaal is. Zij willen alleen maar weg, weg, weg uit Marokko. Die jeugd, beïnvloed door buitenlandse televisiezenders, werd de laatste jaren steeds openlijker anti-Hassan.

Toch waren ook velen van hen diep onder de indruk van zijn plotselinge dood. Want de erudiete Hassan, die regelmatig zijn volk via de televisie toesprak, was een instituut geworden dat niet meer uit de samenleving was weg te denken. Zeventig procent van de Marokkanen hebben nooit een andere heerser gekend. Niet voor niets betuigen eens per jaar de machtsdragers én de politieke oppositie gezamenlijk hun aanhankelijkheid aan de koning: symbool van de soevereiniteit en de eenheid van Marokko. Te paard, later in zijn auto waar hij zijn stoel met één druk op de knop naar boven kon zetten, zodat iedereen hem goed kon zien, inspecteerde Hassan letterlijk zijn onderdanen.

Steeds meer van die onderdanen werden in de loop van zijn ruim 37-jarige regeerperiode mondige burgers. Zij zijn moslims, maar willen net zo leven en er net zo'n consumptiepatroon op nahouden als niet-islamitische Spanjaarden en Fransen. Vandaar dat dezelfde samenleving die vrouwen op straffe des doods dwingt zich zedig en volgens de gevestigde normen te gedragen, andere vrouwen in de grote steden toestaat soms ongetrouwd en in zonde met hun vriend samen te wonen, zonder dat dit enige ophef baart.

Marokko is, kortom, een zeer traditionele rangen-, standen- en klassenmaatschappij, maar ook een samenleving waar de moderne tijd heeft toegeslagen. Niettemin wist koning Hassan, zelf een traditionalist, deze veelkleurige samenleving bijeen te houden. Dat deed hij met behulp van een uitstekend georganiseerd net van verklikkers en geheime agenten. Maar ook door zich op te stellen als aloude Vader des Vaderlands en de Leraar van zijn onderdanen die als geen ander Gods wetten kon interpreteren. Als hij dat nodig achtte, gebruikte hij ,,onnodige wreedheid'', zoals de Franse president Mitterrand eens opmerkte, refererend aan de onmenselijke behandeling die 's konings opposanten en hun families ondergingen.

,,Onzin'', vertelde mij een Marokkaanse geschiedenisprofessor, één van de weinigen die niet met de gebruikelijke onderdanigheid en vleierijen over de vorst sprak. ,,De koning reageert veel humaner dan zijn voorgangers, die zonder uitzondering hun vijanden op gruwelijke wijze ter dood brachten. Hij moest wel tonen dat hij de baas was. Als hij dat niet had gedaan, hadden zijn onderdanen hem niet meer serieus genomen. Ik weet niet of Zijne Majesteit erg geliefd is. Maar ik weet heel zeker dat hij gerespecteerd wordt omdat hij laat zien een sterke koning te zijn.''

Anderhalf jaar geleden werden journalisten uit Afrika, de Arabische wereld en het Westen in Marokko uitgenodigd om daar de eerste vrije parlementsverkiezingen bij te wonen als sluitstuk van de `Hassaniaanse democratie`, die de koning op aandringen van zijn Westerse vrienden en geldschieters had geïntroduceerd. Met name de Algerijnse journalisten waren verbijsterd. Zij waren opgevoed in de wetenschap dat de monarchie van hun buurland een achterlijke instelling was en dat de Marokkanen een stel laffe schapen waren. Maar binnen de kortste keren sloeg hun minachting om in jaloezie. Een van hen fluisterde mij toe: ,,Ons land zou er beter aan toe zijn als wij een schurk van het kaliber Hassan als leider hadden gehad.''

Zij waren in een moslim-land, waar de koning de radicale islam met een minimum aan geweld in toom had gehouden, waar de intellectuelen niettemin opmerkelijk vrij discussieerden, en waar communisten al sinds vele jaren hun eigen krant en parlementsafgevaardigde hadden. In Marokko waren de ambachten niet, zoals in Algerije, kapot gemaakt door een slecht doordachte en vernietigende collectivisering en industrialisatie, die uiteindelijk bitter weinig hadden opgeleverd.

Hassan II combineerde in zijn persoon de feodale heerser, de religieuze leider en de moderne bestuurder die zeer goed op de hoogte was van hetgeen zich in zijn land afspeelde. Hij wist al enige jaren dat hij niet lang meer zou leven en dat zijn oudste zoon en opvolger het heel moeilijk zou krijgen met Dris Basri, de minister van Binnenlandse Zaken die hijzelf tot de sterke man van zijn bewind had gemaakt. Daar hij ook besefte dat de economie ingrijpende verbeteringen behoefde, veranderde hij van koers.

De vorst, die zijn onderdanen altijd wilde bewijzen dat alleen híj de bron was van al het goede in hun land, verkondigde een paar jaar geleden publiekelijk dat hij noch de overheid alles voor hen kon doen. Met deze revolutionaire aankondiging dat de koning niet langer alle verantwoordelijkheid op zich kon nemen voor Marokko's toekomst, maar dat de Marokkanen zélf over hun lot moesten beslissen, werd in feite een begin gemaakt met een aarzelende liberalisering en democratisering. ,,Maar wel in homeopathische doses'', zoals een Marokkaanse journalist opmerkte. Hassan liet bijna al zijn politieke gevangenen vrij die hun gevangenschap hadden overleefd. Hij stond meer politieke vrijheden toe. En hij gaf aan dat hij streefde naar een `politiek van wisseling van de wacht` – een tot dusver ongekend verschijnsel in de Arabische wereld.

Om te laten zien dat het hem ernst was, benoemde hij vorig jaar de socialistische leider Abderrahman Youssoufi tot premier van het land. Deze was decennia lang zijn politieke vijand geweest en daarvoor zelfs ter dood veroordeeld. Het valt te bezien of de 74-jarige, niet meer erg frisse Youssoufi de hoognodige vernieuwingen kan doorvoeren tegen de zin van zo veel van 's konings vrienden en gunstelingen. Maar één ding staat wél vast: de nieuwe koning Mohammed VI zal onmogelijk de besluiten van zijn overleden vader terug kunnen draaien. Omdat Marokko anders te gronde gaat.