Vrije busbaan in vijf dagen

HAARLEM DREIGT te stikken in zijn schoonheid. Het centrum, 19de-eeuwse villawijken, Grote Markt, het Spaarne: allemaal prachtig, maar het verkeer loopt er vast. Het Centraal Station, beroemd om zijn bouwtechniek en Jugendstil, is een beruchte hindernis voor noord-zuid verkeer. Daarvóór ligt het Stationsplein. Naast voetgangers, fietsers en auto's ariveren en vertrekken er 21 buslijnen die ieder uur twee tot zes keer hun reizigers uit stad en regio op de haltes afzetten of aan boord nemen. De toegang tot de stad moet daar vooral verbeteren.

Er is een ontwerp voor een oplossing, maar die zou pas in 2008 klaar zijn. Het gemeentebestuur wilde het gedeelte dat de stad ontlast al 2002 klaar hebben, mede met het oog op de Floriade die in dat jaar in de Haarlemmermeer wordt georganiseerd. De eerste tijdswinst is dit voorjaar geboekt in de ontwerpfase. Virtual reality was het hulpmiddel.

Technici, architecten, bouwers en installateurs uit industrie, aannemerij, ingenieursbureaus, TNO en Rijkswaterstaat trokken zich terug in een duinhotel en maakten binnen vijf werkdagen een ontwerp. De schetsen werden op beeldschermen beoordeeld op sterke en zwakke punten. Er konden varianten worden doorgerekend. On-line verbindingen naar pc's in de achterban elders in het land vergemakkelijkte het commentaar en kritiek van specialisten. Men werkte onderling en gelijktijdig samen vanuit een gezamenlijk belang, deelde verlies en winst en ontdekte dat de beste oplossing voor de een onwerkbaar voor de ander kon zijn.

Het uiteindelijk verkozen tracé is een 1.700 meter lange, grotendeels ondergrondse vrije busbaan die geschikt is voor de aanleg van light rail. Hij begint in Haarlem-noord aan de Schoterweg, duikt onder de oude verdedigingsbolwerken en bereikt een bus- en tramstation in een halfoverdekte kuip bij het Centraal Station. Vervolgens gaat het onder de Nieuwe Gracht naar de Nassaulaan en stijgt dan steil, met vier procent, naar het maaiveld. De kosten bedragen 350 miljoen gulden en de jaarlijkse lasten 23 miljoen gulden. Bij ruim 341.000 jaarlijkse busbewegingen is dat circa 63 gulden per rit. Het gesloten deel van de tunnel wordt aangelegd volgens de wanden-dakmethode, vlak onder het maaiveld zodat vluchttrappen kort kunnen blijven.

Het project is een voorbeeld van collaborative engineering, waarbij verschillende bedrijven samen in korte tijd tot een product, of een productontwerp, komen. De Amerikaanse industrie maakt er al gebruik van om snel een product op de markt te zetten. Zo ontwikkelde Ford onlangs in dertig maanden een nieuwe Lincoln mèt marketing en productielijnen erbij.

Voor het ontwerp in Haarlem werd ook van deze aanpak gebruikgemaakt. InstalCOB, waarin de installatiebedrijven Stork Infra, GTI, Imtech Projects en Croon/Wolter & Dros samenwerken, had voor het Centrum voor Ondergronds Bouwen (COB) deze methode aangepast en een mooie naam gegeven: Asset Management Ondergrondse Installaties-Collaborative Engeneering AMOI-CE.