Nagelaten werk

Willem Elsschot schreef niet alleen de romans Villa des Roses, Lijmen/Het been, Kaas en Het dwaallicht, maar ook de dichtregels: ,,Eet mosterd van Tierenteyn Ferdinand,/ veruit de bekwaamste fabrikant/ van ons beminde Belgenland.''

Als hij zich 's avonds op zijn werkkamer aan de schone letteren wijdde, had hij er al een dagtaak opzitten als directeur-eigenaar van het publiciteitsbureau A. de Ridder te Antwerpen. Hij stelde gedenkboeken samen, waarvoor bedrijven en instellingen zelf moesten betalen om beschreven te worden, hij verzorgde de advertentie-exploitatie van andermans uitgaven en hij was de anonieme auteur van advertentieteksten, zoals het jaarlijkse vers voor de Gentse mosterdfabrikant Ferdinand Tierenteyn.

Dit weekeinde werd de oprichting bekend van het Willem Elsschot Gezelschap, dat zich zal beijveren voor het bewaren en ontsluiten van het literaire en zakelijke archief van de bewonderde schrijver. Via advertenties hoopt dit genootschap, geheel in de geest van Elsschot, dit najaar aan de ledenwerving te beginnen. Er zijn al 130 leden, aldus vice-voorzitter Vic van de Reijt, maar dat moeten er veel meer worden. Elsschots nalatenschap berust goeddeels bij zijn drie kleinzonen, die recentelijk van plan waren deze schat naar de veiling te brengen. Per kort geding is dit voornemen verijdeld. Nu gaat het erom geldschieters te vinden voor de aankoop van het archief, om er vervolgens een veilig, openbaar onderdak voor te vinden. ,,Daarover zijn nu gesprekken gaande op het hoogste niveau,'' zegt Van de Reijt.

Behalve manuscripten, typoscripten en brieven liet Willem Elsschot (1882-1960) ook de correspondentie en administratie van zijn reclamebureau achter. Het was een eenmanszaak, die hij niet heeft verkocht. Alleen een paar van zijn opdrachtgevers, zoals de fameuze Snoeck's Almanak waarvoor Elsschot de advertentie-verkoop verzorgde, gingen over op zijn zoon Walter – en nadien op één van zijn kleinzoons, die tot op de dag van vandaag de advertentiepagina's van Snoeck's aan de man brengt. Maar het bureau werd opgeheven, en de papieren kwamen in Elsschots nalatenschap terecht.

De ontsluiting van dit materiaal zou onder meer veel nieuwe gegevens aan het licht kunnen brengen over de ware geschiedenis van de Revue Générale, die Elsschot als het Algemeen Wereldtijdschrift vereeuwigde in Lijmen/Het been. Wat in het boek een ongelooflijke oplichterstruc lijkt - artikelen schrijven over bedrijven voor een niet-bestaand tijdschrift, waarvan zo'n bedrijf dan de hele oplage moest opkopen – was in werkelijkheid een succesvol procédé. Later zei Elsschot zelfs, dat hij de ware praktijken nog flink had afgezwakt: ,,Want anders had niemand mij geloofd.'' De kenners zetten echter een vraagteken bij de walging waarvan de schrijver toen getuigde; weliswaar werkte hij slechts om den brode als reclameritselaar, maar uit andere bronnen blijkt dat hij ook met geestdrift kon broeden op nieuwe methoden om het bedrijfsleven een poot uit te draaien.

Wel staat vast dat hij in de roman Kaas (1933) een schril beeld opriep van het handelsmétier, dat grotendeels gebaseerd is op zijn eigen ervaringen. Met de moedeloos makende partij kazen die zo nodig verkocht moesten worden, bedoelde Elsschot ongetwijfeld ook zijn eigen handelswaar. Een nieuwe tv-versie van Kaas, door de cineast Orlow Seunke, is overigens op 24 oktober te zien bij de NPS, met de Vlaamse acteur Josse de Pauw in de hoofdrol.

,,Niet alleen walg ik van de reclame,'' zei Elsschot, ,,maar ook van de commercie in het algemeen. En ik heb Lijmen geschreven omdat ik er op een of andere manier van af moest komen.'' Twee hoofdrolspelers treden in dit boek op: de geslepen Boorman en de beduusde Laarmans die in dit suspecte vak nog een beginneling is. ,,Volgens mij was Elsschot zowel Laarmans als Boorman,'' zegt Vic van de Reijt.