De Stem Martin Ros

Een radioprogramma presenteren is een kunst als alle andere. Er zijn regels waar een mens zich aan zou moeten houden, maar wie van die regels afwijkt valt pas echt op. Zoals Martin Ros die elke zaterdagochtend ergens tussen tien en elf een kwartier lang boeken aanprijst in de Tros Nieuwsshow.

Martin Ros is de man met de slechtste ademhalingstechniek van Hilversum, misschien zelfs van heel Nederland. Hij praat gewoon door als de lucht in zijn longen al lang op lijkt, zodat de laatste woorden van zijn zinnen altijd piepend hijgerig tevoorschijn komen. En er zijn altijd méér laatste woorden in een typische Martin Ros-zin dan je denkt.

Dat komt doordat Ros' zinnen steeds weer langer blijken dan iedereen, vermoedelijk Ros incluis, van te voren denkt, omdat hij vindt dat alle mogelijk relevante, plotseling opkomende belangrijkheden dringend ook nog in die ene zin moeten worden vermeld, desnoods of misschien zelfs bij voorkeur in bijzinnen in bijzinnen in bijzinnen.

Ros geeft geen adempauze uit handen – hij heeft maar een kwartiertje en als hij even niet oplet praat iemand anders wellicht zijn tijd vol. Zijn ultieme streven lijkt de techniek van jazztrompettist Dizzy Gillespie, die ademhaalde door zijn neus terwijl hij eerder ingeademde lucht door mond en trompet weer de wereld instuurde, maar Ros heeft zichzelf nog niet genoeg tijd gegund om zich een dergelijk hoogstandje eigen te maken.

Voor alles heeft Martin Ros namelijk een belangrijke boodschap: hij is enthousiast over boeken. Dat moet overkomen en daar doet Martin Ros alles voor.

Op televisie zag je hem in Ik heb al een Boek soms zo wild met zijn armen zwaaien dat je, thuis op de bank, mee wegdook met collega-presentator Aad van den Heuvel. Op de radio kan Ros zijn lichaam niet inzetten en moet hij het dus doen met zijn stem – en alles wat er verder nog uit zijn mond komt. Martin Ros is hoorbaar briesend, sproeiend, kwijlend enthousiast en beklemtoont ieder tweede woord alsof het het belangrijkste is dat die dag wordt uitgesproken.

Sommige luisteraars zetten de radio uit zodra ze hem horen. ,,Als het een aangeboren spraakgebrek was zou ik het niet erg vinden,` zegt een luisteraar. ,,Maar hij doet zo geforceerd zijn best om blij over te komen. Het is gewoon een kunstje.'' Anderen roemen juist Ros' bevlogenheid, zetten de radio harder en manen hun gezinsleden tot stilte. Als Martin Ros te horen is gebeurt er tenminste even iets op de radio, denken zij.

Volgens mensen die hem kennen, is Martin Ros oprecht bevlogen. Maar aan de andere kant mompelt hij soms, voordat hij aan de beurt is in de Nieuwsshow, wel eens twee à drie woorden mee in het gesprek dat presentatoren Mieke van der Wey en Peter de Bie met een studiogast voeren. Onherkenbaar. Wie ís die man, denkt de nietsvermoedende luisteraar. Een simpele telling van het aantal aanwezigen in de studio leidt dan tot de conclusie dat Martin Ros ook een gewone, menselijke stem moet hebben. Voor thuis, misschien.

Maar of Ros' enthousiasme authentiek is of niet, doet er uiteindelijk niet toe. Want luisteren naar Martin Ros is eigenlijk als luisteren naar een opera waarvan je het verhaal niet vooraf hebt gelezen: de inhoud ervan ontgaat je volkomen. Niet omdat Ros onverstaanbaar zou praten; integendeel, hij articuleert zich suf. Maar het enige dat beklijft is zijn stijl, zijn intonatie, zijn maniertje, oprecht of geveinsd. En dat hij enthousiast is over boeken.

Toen ik klein was, dacht ik dat Aart Staartjes Een Stem was, omdat zo vaak op de aftiteling van kinderprogramma's stond: ,,Stemmen: Aart Staartjes.'' Later werd me uitgelegd dat er geen mensen bestonden die alleen maar stem waren. Maar nu weet ik beter.

Martin Ros is een Stem.