Joodse tegoeden 1

Met instemming las ik het artikel van Hans Knoop (7 juli), met geërgerde verbazing dat van Ronny Naftaniel (8 juli). Met welk recht spreekt deze namens mijn in Sobibor vergaste vader, zijn familieleden, vrienden en kennissen? Wat weet hij van hen, hun gedachten, levensopvatting? Misschien heb ik iets meer recht namens hen te spreken.

Zij waren allen halachische joden, maar niet religieus en geen zionisten. Zij waren zogeheten geassimileerde joden, die hun heil in het socialisme zochten. Welke bestemming zouden zij aan de joodse tegoeden hebben gegeven? Wellicht niet aan socialistische doelen, want ik betwijfel of zij zich nog thuis zouden hebben gevoeld bij de opvolgers van hun SDAP. Veel meer voor de hand liggend is een `sociale' bestemming: hulp aan mensen die, net als zij, zonder enige redelijke reden worden vervolgd. En dan zou het - denk ik - in hun ogen onbelangrijk zijn geweest of deze mensen joden of moslims zijn, christenen of boeddhisten, Europeanen of Aziaten. Gezien de grote waarde die de joden door de eeuwen heen aan lernen hebben gehecht, is het verder niet ondenkbaar dat zij (een deel van) het geld hadden willen besteden aan onderwijs voor kinderen van vervolgden. Dat laatste zou ik in elk geval een zinnige bestemming vinden en ik ontzeg welke joodse organisatie dan ook het recht namens mij te spreken, net zoals mijn vader dat naar mijn mening zou hebben gedaan.