Balans der culturen

De moderne norm dat ouders met hun kinderen moeten onderhandelen om tot gezamenlijke oplossingen te komen staat op gespannen voet met de gematigd autoritaire gezagsverhoudingen in veel gezinnen. Hoewel zowel ouders als kinderen in deze gezinnen meestal zeer tevreden zijn met de bestaande situatie brengt de `onderhandelingsnorm' de ouders regelmatig aan het twijfelen.

Dit is de stelling van de Leidse sociologe Kathleen Torrance. Enige tijd geleden promoveerde zij op dit onderwerp, met het boek Contemporary Childhood: parent-child relationships and child culture.

Zelf groeide zij als kind van Schotse ouders op in Nederland. Zo werd ze tijdens haar jeugd geconfronteerd met een sterk cultuurverschil. Terwijl bij haar thuis nog strenge regels golden, onderhandelden haar vrienden en vriendinnen volop met ouders die ze `Jan' of `Irene' noemden. En waar de één tijdens zo'n kindertijd aan het rebelleren slaat, wordt bij de ander de wetenschappelijke nieuwsgierigheid wakker. Torrance bestudeerde de afgelopen vier jaar in gezinnen met jonge pubers hoe de modernisering van de Nederlandse samenleving samengaat met veranderingen in ouder-kind-relaties en in kinderculturen.

Om te beginnen zocht ze de juiste termen om de veranderingen sedert de jaren vijftig te duiden. De individuele keuzemogelijkheden werden groter en de omgangsvormen werden steeds minder formeel. Dat werkte merkwaardig genoeg juist een toename van de behoefte aan privacy in de hand. Torrance: ``Dat de relaties informeler werden betekent niet dat ze van alle regels ontdaan zijn. Integendeel, waar het vroeger duidelijk was hoe je bij welke gelegenheid diende te handelen moeten mensen zich tegenwoordig zelf aan vaak onduidelijke grenzen houden. Daarvoor is een sterkere zelfbeheersing nodig, die weer maakt dat mensen meer behoefte aan privacy hebben.'' De smeerolie van die onduidelijke omgangsvormen is een voortdurend onderhandelingsproces, het kenmerk van moderne relaties.

Met deze ideeën in het achterhoofd interviewde Torrance achtendertig ouders en hun kind van ongeveer twaalf jaar oud. De ouder-kind relaties bleken, zoals verwacht, goed te onderscheiden in `onderhandelingsrelaties' en `autoritaire relaties'. Kenmerk van de onderhandelingsrelaties is volgens de betrokkenen dat er over `alles', waaronder emoties, gepraat kan worden. Er zijn geen taboe-onderwerpen. Aanwezige gevoelens worden, ook lichamelijk, geuit. In de autoritaire gezinnen ligt dit anders. Daarin zijn onderwerpen als seks, geld en drugs nog duidelijk taboe en is met name lichamelijk contact tussen vaders en zonen uitzonderlijk. Torrance: ``Het gaat hier om wat de mensen zelf vertelden, en we verwerkten ook wat we tijdens de interviews observeerden. Ik geloof dat het beeld de werkelijkheid zeker recht doet, en dat er bijvoorbeeld in de moderne onderhandelingsrelaties inderdaad geen taboes zijn.''

Torrance verdeelde de autoritaire relaties onder in gematigd en sterk autoritair. Ouders en kinderen in de gematigd autoritaire gezinnen, waar de ouders rekening houden met de individuele wensen van hun kroost, bleken uitermate tevreden met de situatie. Ware het niet dat de `onderhandelingsnorm' de ouders regelmatig deed twijfelen aan de juistheid van hun opvoedingsmethodes.

Ook de onderhandelingsrelaties kennen twee varianten, onderscheiden door de vraag in hoeverre de ouders hun macht ècht opgeven. Torrance: ``Een voorbeeld is een gezin waarin onderhandeld werd over de bedtijd. Om negen uur zeiden de ouders tegen de kinderen: `Omdat jullie niet zelf hebben kunnen beslissen dat je naar bed wil, moet je nu naar boven'.'' Ouders en kinderen uit de twee soorten onderhandelingsrelaties zijn in de regel zeer tevreden over de opvoeding. Het enige type gezinscultuur waar dit niet voor gold was het sterk autoritaire. Torrance: ``Hier hadden de ouders het idee, dat ze vergeleken met hun eigen ouders al zeer tolerant waren, terwijl de kinderen zich vaak verzetten tegen het in hun ogen veel te strenge regime.''

De streng autoritaire gezinnen zijn ook de enige waarbinnen de moderne kinderverworvenheden nog beknot worden. Het kind van nu heeft in de regel een eigen kamer, die het mag inrichten in een eigen stijl. Die stijl uit zich verder bij de aanschaf van kleding, speelgoed en boeken. Verder kiest dat kind de eigen hobby's en vrienden.

Toch bestaan er grofweg twee `kinderculturen', gescheiden door de buitenmuren van woning, sportzaal of clubhuis. Waar het minder moderne kind zich spontaan op straat met leeftijdsgenootjes mengt, brengt zijn moderne tegenpool de meeste tijd binnen door. Torrance: ``Die moderne groep bestaat grotendeels uit meisjes. Zij zijn actief in clubverband, en hun vriendinnen wonen vaak ver weg. Zo vereist hun sociale leven een hoge organisatiegraad, en veel reistijd. Maar het onderscheid tussen modern en traditioneel ligt hier minder duidelijk dan bij de opvoedingsrelaties. Zo heb je een groep skaters die wat hun `lifestile' betreft uiterst modern zijn, maar wel gewoon spontaan op straat gaan spelen. Verder zou je verwachten, dat kinderen uit gezinnen met onderhandelingsrelaties deel uitmaken van moderne kinderculturen. Dat was niet duidelijk het geval, wel waren de ouders van de `moderne` kinderen relatief welgesteld.''