Bijsluiter voor beleggers

De brievenbus wordt overstroomd door aanbiedingen van financiële producten. Maar de risico's staan er lang niet altijd bij. Minister Zalm (Financiën) eist duidelijkheid. ,,Wie echt zekerheid wil koopt natuurlijk mijn obligaties.''

Banken, verzekeraars, beleggings- en effecteninstellingen krijgen strenge eisen opgelegd voor voorlichting over de financiële producten die zij aanbieden. De consument die bijvoorbeeld een complexe levensverzekering koopt of een beleggingshypotheek afsluit, krijgt voortaan uitgebreide informatie over de risico's, garantieregelingen, rendementen en kosten.

Dit staat in de nota ,,Informatieverstrekking aan de consument van financiële diensten'', die minister Zalm (Financiën) vanmiddag heeft gestuurd aan de Tweede Kamer. ,,Het gaat erom dat de consument een duidelijk verband krijgt te zien tussen risico en rendement. Wie een hoger rendement wil, kan aandelen kopen met het risico dat die dalen. Wie die risico's niet wil, zet zijn geld op een spaarrekening'', zegt Zalm in een mondelinge toelichting: ,,Wie echt zekerheid wil koopt natuurlijk mijn obligaties.'' Particulieren zijn de laatste jaren massaal gaan beleggen, getuige ook de indrukwekkende koersstijgingen op de aandelenbeurs. Brievenbussen worden overspoeld met folders over allerhande beleggingsfondsen en verzekeringen, al dan niet met forse belastingaftrekken en geleend geld. De Consumentenbond constateerde vorig jaar in een onderzoek dat de consumenten het spoor bijster kunnen raken door de complexiteit van de financiële producten. ,,Ik heb voor mijn nota meer samengewerkt met de Consumentenbond dan met de bedrijfstakken. Dat is een aardige compensatie voor 40 jaar verwaarlozing van de bond'', zegt Zalm. Een onderzoek door het ministerie van Financiën in de nota bevestigt dat de informatie van de financiële instellingen vaak tekort schiet en veelal van product tot product afwijkt.

Wat Zalm betreft worden de voorlichtingseisen van de verschillende financiële instellingen op dezelfde leest geschoeid. Dat wordt ook een van de taken van gisteren officieel opgerichte Raad van Financiële Toezichthouders, waarin de Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank (DNB) en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) samenwerken. De nieuwe voorlichtingseisen moeten de transparantie van de financiële producten vergroten en daarmee de concurrentie, zodat consu- menten beter kunnen vergelijken.

,,Voor de aanschaf van wasmachines hebben we geen speciale regels, maar bij financiële producten gaat het vaak om grote bedragen en om de lange termijn. Dat vergt een extra verantwoordelijkheid van de overheid'', zegt Zalm. ,,We hebben niet gekozen voor een materieel verbod van bepaalde producten, want de de burger moet uiteindelijk zelf beslissen of die bereid is een bepaald risico te nemen. Ik wil er alleen voor zorgen dat de burger goede informatie krijgt. Dat past bij de mondige burger, die zelf verantwoordelijkheid draagt.''

Advertenties voor allerlei beleggingsproducten worden tegenwoordig al dikwijls voorzien van de toevoeging dat ,,resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst'', met het doel het gunstige rendement dat wordt getoond enigszins te relativeren.

Is deze informatie voldoende? ,,Nee, dat is niet voldoende'', vindt Zalm. ,,In ieder geval komen er voorschriften voor de beleggingsperiode die getoond moet worden, om de rendementen goed te kunnen vergelijken. Wat er daarnaast moet gebeuren, laat ik liever over aan de sector zelf.''

Zalm heeft ervoor gekozen om weliswaar algemene richtlijnen te geven voor de informatie, maar daarnaast de precieze invulling ervan over te laten aan de financiële instellingen zelf. Dankzij deze zelfregulering hoeft Zalm zich niet bezig te houden met details. Zelfregulering was in het verleden op de beurs zo weinig succesvol die deze inmiddels zeer is beperkt. ,,Het is waar dat we bij de beurs de grootste bevoegdheden hebben ondergebracht bij de publieke toezichthouder. De bevoegdheden heb ik in dit geval ook centraal gehouden, maar dat betekent niet dat ik ze hoef te gebruiken'', meent Zalm. ,,Het is is een mooie taak voor de nieuwe Raad van Financiële Toezichthouders om te kijken of het goed gebeurt.''

Niet alle beleggingsproducten vallen onder de nieuwe informatieregels, zoals bijvoorbeeld de beleggingen in teakhout-plantages die van tijd worden aangeboden. ,,De reikwijdte van de regels heeft ons enige tijd beziggehouden, maar je kunt niet alles ondervangen. Met de piramide-spelen hebben we een ad hoc-wetgeving gemaakt. Aan de rand gebeuren altijd dingen, waar je moeilijk greep op krijgt. Consumenten kunnen wel zien dat de aanbieders van bepaalde producten niet onder een van de toezichthouders vallen, dus als zij daarmee in zee gaan is dat uiteindelijk de eigen keuze van de consument'', vindt Zalm. De nieuwe belastingwetgeving, waarbij niet langer onderscheid wordt gemaakt tussen onbelaste koerswinsten en belaste dividend- en rente-opbrengsten zal het voor de consument ook overzichtelijker maken. ,,Zo'n rentegroeifonds waarover je alleen vennootschapsbelasting betaalt (35 procent) in plaats van 60 procent inkomstenbelasting wordt straks nog nauwelijks aantrekkelijk'', verwacht Zalm. ,,Dus straks komen er minder producten om de belasting te ontwijken met een verzekeringssausje zijn overgoten. Het zal dan weer gaan om een echt rendement op echte beleggingen.''