La lengua del corazón

Ik zit helemaal alleen in Spanje. Ik kan niet tegen helemaal alleen. Ik zit op een handdoekje op het strand. Ik heb mijn kleren aan. Ik hou niet van mijn eigen bloot in het openbaar. Ik ben de enige die hier aangekleed is.

Het is een grof zandstrand. Door mijn wollen sokken voel ik de dikke korrels. Mijn beide hoge winterschoenen kijken me half onder het zand ietwat verwonderd aan. Ik staar zo ontspannen mogelijk strak voor me uit, want er zijn twee Duitse topless meisjes naast me komen liggen. Die kinderen hebben nog niet veel zon gehad en in deze hitte van zo'n dertig graden zullen die binnen een uur toch gauw een derde- of misschien zelfs een vierdegraadsverbrandinkje oplopen. Al ben ik vader van twee volledig geslachtsrijpe zonen èn had ik dus gemakkelijk hun grootvader kunnen zijn, ik ben te laf om hen te waarschuwen.

Mijn gezicht heb ik ingesmeerd met zonnebrandolie die ik een jaar of acht geleden op Schiermonnikoog heb aangeschaft. Olie bederft toch niet? Of wel. Ik heb mijn bril vergeten en kan de uiterste gebruiksdatum niet lezen. Zal ik die meisjes naast me vragen of ze... Verrek, daar gaat een lachende hond er met mijn linkerschoen vandoor. Ja hoor, de zee in. Zeg hé, dat gaat zo maar niet. Zijn eigenaar heeft dolle pret, de meisjes met de kleine tietjes juichen als ze zien hoe hun bolle buurman zonder zijn broek op te stropen, met zijn sokken aan de branding trotseert. Hier met mijn schoen. Zijn baas heeft hem te pakken en kwakt hem met een boog in de richting van mijn handdoek. Geen verontschuldiging. Nederlander.

Ik kan nog niet weg van deze duivelsplek. Ik moet toch tenminste mijn broek laten drogen. Mijn sokken wring ik uit. Wat een geklieder. De zonnebrandolie loopt in mijn ogen. Wrijven met mijn natte handen vol zand.

Als ik daar nog een tijdje heb doorgebracht en met mijn strohoed op in de verte mijn moeder zie aankomen, die al meer dan veertig jaar dood is en nog nooit de zee heeft gezien, vind ik dat mijn verblijf hier aan het strand een al te hoog Dood-in-Venetië-gehalte heeft bereikt. Weg hier.

Ik ga terug naar mijn dorpje in de bergen. Ik zeg niet waar het ligt, want dan gaat iedereen er naar toe omdat het er zo mooi en hartelijk is. Daar ben ik ook niet eenzaam of alleen. De eerste nacht die ik er doorbracht werd ik wakker en dacht dat ik in mijn ouderlijk huis was. Dus...

Ik groet er iedereen en iedereen groet mij. Er is maar één bakker en er is maar één slager. Er is een postkantoor dat open is van twee tot drie. De mevrouw stempelt de post in de voorkamer waar een hummeltje rondloopt dat Carla heet. Er is ook maar één café waar ik mijn kroegvrienden heb. Waar ik twee keer per dag eet. Een lekkere Spaanse pot met veel bonen en vlees. Met worst en geitenvlees of schaap. Lammetje? Altijd mals en sappig. Droge, harde kaas toe of crema catalana of gewoon flan met een korstje gesmolten suiker. Ook ben ik gek op kweeperen, aardbeien met ordinair vanille-ijs met slagroom en een lekkere scheut mierzoete likeur. Bijvoorbeeld calisay als je niet kunt wachten tot die je bij je kleintje koffie in een halfvol geschonken cognacglas wordt aangereikt.

Ik ben een eenvoudige boerenman die van eenvoudig eten houdt, maar het moet allemaal wel lekker zijn en vooral met liefde klaargemaakt. Veel en voedzaam. Mensen die de hele dag aan de lijn doen worden niet oud en sterven dun.

Je zou me hier moeten zien soppen met mijn verse, knapperige brood in een bord calles a la madrileña (pens). Geloof maar niet dat ik voor criadillas de toro, (stierenkloten) opzij ga. De cabritos (geitjes) lopen hier in de bergen vrolijk blatend rond om vervolgens regelrecht te belanden in de pan van Dolores en dan zo spoedig mogelijk bruin gebraden op mijn bord. O zo. Elk mensen heeft het recht om van zijn liefde voor het dier op zijn eigen manier te getuigen.

Wat hou ik van Spanje. Wat hou ik van Spaanse mensen. Waar zijn ze hartelijker en gastvrijer? Die keiharde kraakstemmen boven het geluid van de eeuwig schetterende televisie. Drie Spaanse vrouwen bij elkaar en je hebt een oproer. Kokkin Dolores is misschien wel 200 pond en toch rank en sierlijk. Ze is een instituut. Met grote, warme lippen waarmee ze me begroet door me links en rechts op mijn wangen te zoenen.

Ik spreek amper Spaans maar zij zegt dat ze me maar wat goed kan verstaan omdat ik de taal van het hart spreek: la lengua del corazón. Waarom springen de tranen in haar ogen en rent ze terug naar de keuken? Heb ik iets verkeerds gezegd?

Paco de ober spreekt wat Frans en Engels en vertelt dat Dolores was getrouwd en met haar man in een caravan woonde. Die man kon niet tegen wonen in een huis. Hij kon niet tegen vastigheid. Dan kreeg hij het benauwd, dan ging hij drinken en zwerven en was weken spoorloos.

Dolores was juist gek op een eigen huis. Een huis met bijvoorbeeld een bad voor na al dat gekook in het café. Met een terras met wat planten en bloemen om te verzorgen als je geen kinderen had, want daar moest die man helemáál niets van weten. Ze hing aan de caravan bloempotten en bloembakken. Ze liet er een klein huisje naast metselen met een bad er in. Dat was nog een heel gedoe met de waterleiding en de vergunning en de geiser met de gasfles. Maar ze kreeg het allemaal voor elkaar. Ze had zelfs een tuintje rond de caravan aangelegd, dat ze kon laten besproeien met een sproeier die elektrisch heen en weer zwaaide en geen bloemetje oversloeg.

Toen ze op een avond naar de caravan ging na het werken in het café, was die weg. De bloembakken lagen tegen de grond. Het tuintje was door een auto platgereden. Alleen haar badhuisje stond er nog, maar de waterleiding was losgetrokken en ook de mooie, dure sproeier deed het niet meer. Ze had de nacht in haar badhuisje doorgebracht, maar om daarin te wonen ging natuurlijk niet als je al zo dik van jezelf was.

Hij had haar een brief geschreven. Hij was gaan zwerven met de caravan. Zijn caravan zat bij haar te vast. Omdat hij niet tegen vastigheid kon was hij weggegaan, niet om haar, hij hield juist veel van haar, daarom moest hij weg. Hij moest luisteren naar de taal van zijn hart. Dat zei zij immers zelf altijd? La lengua del corazón. Of niet soms?