I'm cool!

De uitvinding van de airconditioning heeft ons leven ingrijpend veranderd. De fabrieken en bioscopen gingen voor, pas veel later volgde het woonhuis. Op warme dagen gaan we niet meer naar buiten om af te koelen, maar naar binnen.

Haar jurk. Haar oogopslag. Haar houding – de ene heup vooruit, de andere schouder achterover. Alles straalt de boodschap uit: kijk naar mij, ik heb airco, I'm cool. Het gestroomlijnde apparaat in het raam, moeten wij begrijpen, is net zo mooi... nu ja, bijna even mooi als zijzelf.

Toen deze reclamefoto in de jaren vijftig werd gemaakt, was airco een symbool voor alles wat nieuw en modern was. Wat als een luxe begon, werd gedemocratiseerd tot een gemak en ontwikkelde zich vervolgens tot een primaire levensbehoefte. (Al slaat dat gemak soms om in een bezoeking, vooral in Amerika waar de binnentemperatuur vaak arctisch aandoet). Niet alleen in Amerika, maar in de hele geïndustrialiseerde wereld heeft de uitvinding van de airco een enorme impact gehad op de manier waarop mensen leven, werken, bouwen, zich vermaken, zelfs politiek bedrijven. Wat betreft de verreikende invloed van een tamelijk eenvoudige uitvinding is airco te vergelijken met een andere verworvenheid die we inmiddels net zo vanzelfsprekend vinden: de lift. In 1970 stelde de New York Times airco op één lijn met het vliegtuig en de televisie als factor bij de homogenisering van Amerika: ,,Klimaatverschillen vervagen, afstand verdwijnt, populaire smaak wordt uniform. De regio's vervagen. De verstedelijkte natie schrijdt voort.''

Met de tentoonstelling `Stay Cool!' laat het National Building Museum in Washington DC nu zien hoe deze uivinding zich heeft ontwikkeld tot een onopgemerkt maar onmisbaar fenomeen. Conservator Chrysanthe Broikos, die samen met gastconservator Donald Albrecht de tentoonstelling samenstelde: ,,Het gaat in de tentoonstelling niet zo zeer om de technologie alswel om wat de technologie teweeg heeft gebracht. Glazen wolkenkrabbers, disco's, winkelcentra, stofvrije ruimtes voor de productie van computerchips, zelfs ruimtevaartcapsules: veel van de bouwwerken en producten waar we ons mee omringen, zouden zonder de uitvinding van de airconditioning niet bestaan. Zonder de geklimatiseerde ruimtes voor computers zou zelfs onze hele economie in gevaar komen.''

Broikos onderstreept dat airconditioning, een term die uit 1906 dateert, meer inhoudt dan koeling alleen. Het is in feite een verzamelbegrip voor de zuivering en de distributie van lucht en het beheersen van de temperatuur en de vochtigheid. Die laatste functie was de eerste toepassing: eind vorige eeuw zochten fabrikanten een manier om in hun fabriekshallen de lucht óf vochtiger te maken – bijvoorbeeld om het knappen van de draadjes tegen te gaan bij het spinnen van garen – of juist droger, bijvoorbeeld bij het draaien van sigaren of het drogen van pasta.

In het boek Air-conditioning America. Engineers and the Controlled Environment, 1900-1960 beschrijft historica Gail Cooper een paar hilarische kinderziektes. In 1916 leverde het bedrijf CEC apparatuur die de macaroni van pastamaker Bellanca sneller en gelijkmatiger zou laten drogen, zonder hinder van de grillen van het weer. Van oudsher was het drogen van pasta een delicaat werkje: als het te snel ging barstte de pasta, als het te langzaam ging beschimmelde hij. De fabrikant had er ervaren en dus relatief duur personeel voor nodig.

Bij CEC's eerste poging glibberde tienduizend pond halfvochtige macaroni van de droogrekken op de grond, bij de tweede poging ook. Na twee jaar werkte de installatie nog steeds niet naar behoren, en het kwam zelfs tot een rechtszaak. De ontluikende technologie kon het – voorlopig nog – niet opnemen tegen de complexiteit van natuurlijke materialen. Maar op den duur zou de komst van airco niet alleen de producten, maar ook de arbeidsverhoudingen beïnvloeden: de ambachtelijke expertise van de geschoolde arbeider dreigde overbodig te worden, en daarmee hijzelf ook.

Sterrenhemel

Trots omschreven de vroegste ingenieurs begin deze eeuw hun vondst als manmade weather. Het eerste grote gebouw dat ervan werd voorzien was de beurs aan de Wall Street in 1902, en de New-Yorkse miljonairs Vanderbilt, Carnegie en Astor lieten hun stadspaleizen ermee uitrusten. In 1911 installeerde het beroemde New-Yorkse theater Folies Bergères een vroege vorm van airco, in 1917 volgde volgens Gail Cooper het New Empire Theater in Alabama, in het warme, vochtige zuiden. ,,Via de theaters en bioscopen komt het grote publiek in de jaren twintig voor het eerst in aanraking met airconditioning'', vertelt conservator Broikos. ,,De exploitanten ontdekten dat ze dan 'szomers door konden draaien. Sterker nog, mensen trokken juist naar de koele zalen om de hitte te ontvluchten.'' Op de gevels en de reclameborden verschenen slogans als `Arctic Breezes' en `Siberian Zephyrs' en toepasselijke schilderingen van ijspegels, ijsbergen, vorst en sneeuw.

Het (film)theater werd steeds meer een eigen fantasiewereld, een naar binnen gekeerde doos. Deze ontwikkeling beleefde zijn hoogtepunt in de zogenoemdeatmospheric theaters, waar de illusie werd geschapen dat je in de open lucht zat, in – bijvoorbeeld – een ommuurde stad, onder een hemel vol (elektrische) sterren en bewegende wolken. Niet zo heel anders dus dan de zonsop- en zonsondergangen in het nieuwe winkelcentrum bij Caesar's Palace in Las Vegas.

Het patroon van eeuwen was omgekeerd: als het warm was ging je niet meer naar buiten om af te koelen, maar juist naar binnen.

In de jaren dertig deed airco zijn intreden in andere openbare plekken als kantoren en warenhuizen. De zieners in deze vakwereld begrepen dat dit nog maar het begin was. Willis Carrier, een van de belangrijkste ingenieurs op dit gebied, voorspelde in 1931 dat ,,de grootste markt van allemaal uiteraard de woning zal zijn''. Al in 1932 kwam het eerste verplaatsbare apparaat voor thuis op de markt, maar gezien de gretigheid waarmee de koelte in openbare gebouwen werd opgezocht, duurde het verrassend lang voordat de Amerikaanse consument airco beschouwde als iets wat hij thuis ook moest hebben. Eerst moesten de machines kleiner, veiliger en goedkoper worden.

Verkoeling binnen zoeken in plaats van buiten: de effecten waren talloos. Het was niet meer nodig om het gezin 'szomers de stad uit te sturen terwijl pa doorwerkte. Exit de summer bachelor. Was het zompige Washington DC, gebouwd waar zich vroeger een moeras bevond, al eeuwen van half juni tot september uitgestorven, nu kon het politieke bedrijf gewoon doorgaan. ,,Sinds de komst van airconditioning en de Tweede Wereldoorlog, ongeveer tegelijkertijd, blijft het Congres maar zitten en houden de presidenten niet op kattenkwaad uit te halen'', aldus schrijver en criticaster Gore Vidal in The New York Review of Books in 1982. Dankzij airco zwol een migratiegolf aan naar de ècht warme delen van het land. Verlieten in de jaren vijftig nog drie miljoen mensen vochtige staten als Alabama, Georgia en Tennessee in het zuidoosten, in de jaren tachtig verhuisden er net zo veel daar naartoe. En in de droge woestijnstaten in het zuidwesten – Arizona, New Mexico - zijn na de oorlog onafzienbare woonwijken met bijbehorende luchtgekoelde winkelcentra ontstaan voor miljoenen nieuwe bewoners, veelal bejaarden, die naar de `Sunbelt' trekken.

Ook in de architectuur bracht deze technologie een revolutie teweeg: nu er geen ramen open hoefden kon de wolkenkrabber een strakke, gesloten glazen doos worden, een sleek moderne verschijning. Het glanzende spiegelpaleis vol windowless offices was geboren. Was deze moderne architectuur ontstaan dankzij de mogelijkheden van de techniek, zij werd er op hetzelfde moment ook afhankelijk van.

Schuifpuien

Amerika's eigen wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog gaf de aanzet tot de inburgering van airconditioning in het particuliere woonhuis. Daarmee veranderde het huis definitief van uiterlijk. De mode was nu het zogeheten indoor-outdoor living, met grote oppervlaktes glas en schuifpuien. Broikos laat een aantal reclames zien uit die tijd, bijvoorbeeld van fabrikant Lennox: `Simply spring all year round' is de leus, of `For the millions, not just for the millionaires'. ,,De aannemers en projectontwikkelaars presenteerden engineered air als een essentieel onderdeel van het moderne wonen. Je kon door het glas contact met de natuur behouden – merkwaardig, als je bedenkt dat de beheersing van de lucht de ultieme controle over de natuur symboliseert – en het was gezonder omdat de lucht in huis schoner was. Op een van de reclames zie je bijvoorbeeld een hagelwit hoogpolig tapijt: een duidelijke boodschap aan de huisvrouw.''

Met ingebouwde airco waren er geen brede dakranden meer nodig, geen dikke muren, hoge plafonds of bovenlichten die een briesje konden vangen – en met die besparing kon het klimaatbeheersingssysteem budgettair neutraal worden ingebouwd, een voordeel dat vele jonge gezinnen die na de oorlog werden gesticht, aansprak. Maar net als de kantoorgebouwen waren ze volstrekt afhankelijk van de technologie. In haar boek citeert Gail Cooper ene Burck, die in 1953 opmerkte dat ,,today's small house with its sealed picture windows and low roof is a tv-equipped hotbox that both demands and lends itself economically to a cooling system''. Het gemak had zichzelf letterlijk onmisbaar gemaakt. Midden jaren zestig konden de elektriciteitsbedrijven de vraag nauwelijks meer aan. Broikos haalt statistieken te voorschijn waaruit blijkt dat in 1997 47 procent van de huizen in de VS een ingebouwd aircosysteem hebben en 26 procent verplaatsbare apparatuur.

Het lijdt geen twijfel dat de komst van airco het openbare leven diepgaand heeft veranderd, dat wil zeggen: teruggedrongen. Neem alleen al het instituut van de front porch ofwel veranda, de enige plek waar de zomeravonden te harden waren. Gezinsleden en buren raakten met elkaar in gesprek, er was – eveneens informeel – sociale controle op straat. In de Amerikaanse stedenbouw is midden jaren tachtig een stroming ontstaan, New Urbanism geheten, die een terugkeer naar de stijl en sfeer van het dorp bepleit, waarbij huizen hun front porch terug moeten krijgen. Nu rij je van je ge-airconditioned huis in je ge-airconditioned auto naar je ge-airconditioned kantoor of winkelcentrum. Hooguit tijdens de wandeling in de parkeergarage tussen auto en geruisloze schuifdeur van je bestemming voel je misschien wat voor weer het is. En zodra die schuifdeur achter je dichtsuist moet je je trui weer aantrekken.

Stay Cool!, t/m 2 jan. in het National Building Museum, Washington DC (www.nbm.org). `Air-conditioning America. Engineers and the Controlled Environment, 1900-1960' door Gail Cooper, Johns Hopkins University Press, 1998, $35.

Glazen wolkenkrabbers, winkelcentra, ruimtevaartcapsules: zonder airconditioning zouden ze niet bestaan