Vrouwen en geld

De man als kostwinner wordt beschouwd als een uitstervend soort, het tweeverdienersgezin is in opmars: ook vrouwen zijn buitenshuis gaan werken en geld verdienen. Maar, aldus het omslagartikel van het meinummer van Opzij over Vrouwen & Geld, ze gaan niet erg bewust om met geld. De Amerikaanse schrijfster Colette Dowling, die bij veel vrouwen herkenning vond met haar Assepoestercomplex, wordt instemmend aangehaald met haar bevinding dat vrouwen niks doen om hun toekomst veilig te stellen. Ze sparen niet, ze investeren niet, ze geven vooral veel uit.

Dat vrouwen zelf hun eigen geld verdienen is een relatief nieuw verschijnsel, dus, aldus Dowling, ,,is het ook niet raar dat we lange tijd gewoon te opgewonden waren over het hebben van ons eigen geld, dat we er niet bij stilstonden hoe we er verstandig mee om moesten gaan''.

Dit is een ander beeld dan de zuinige huisvrouw met de hand op de knip die de uitgaven thuis bestierde, met verstand en beleid het huishouden dreef, van oude lappen nieuwe kleren maakte en van oud brood een eetbaar toetje (wentelteefjes, een vreselijke naam nu ik het weer hoor, geen woord voor een smakelijk nagerecht). En nooit iets voor zichzelf uitgaf. Die zuinigheid zullen de grootmoeders van nu nooit loslaten: zo zijn ze gevormd, en ze kijken met verbazing en soms lichte ontzetting naar het uitgavenpatroon van hun werkende dochters.

Deze generatie dochters heeft misschien wel een wat wonderlijke verhouding met geld: ze verdienen het, maar voelen toch vaak niet de kostwinnersverantwoordelijkheid zoals hun man die voelt. Het is alsof hun geld extra is. En vaak is dat ook zo: het is geld voor de vakanties, voor de caravan, voor nieuwe kleren en meubels, voor die extra dingen die het leven leuk maken, en slechts gedeeltelijk voor de huur, de energie, het eten, warmte & onderdak. (Dat laatste geldt natuurlijk niet voor al die alleenstaande moeders, die wel zelf de kost moeten verdienen voor het gezin, en die in al het gejuich over het tweeverdienersgezin vaak overgeslagen worden.)

Maar die soms goedverdienende vrouwen zijn onhandig met geld, aldus Opzij. Het is een verboden onderwerp, ze praten er niet graag over terwijl verder tal van intieme onderwerpen over tafel gaan; ze weten vaak niet eens hoeveel ze zelf verdienen, laat staan hun vriendinnen. `Wij scheppen niet graag op over ons inkomen', luidt de kop van het artikel, waarbij onwetendheid tot de deugd van bescheidenheid wordt verheven. Vrouwen laten zich met minder salaris afschepen dan hun mannelijke collega's, vervolgt het relaas. En: ze beleggen nauwelijks, het moderne teken van financiële onhandigheid. Ze zorgen verder slecht voor hun oude dag. Ze hebben kleine baantjes, met onderbrekingen wegens de zorg voor de kinderen, wat pensioenhiaten tot gevolg heeft. Ze zorgen, kortom, voor alles en iedereen, maar vinden kennelijk dat er in dit opzicht voor hen gezorgd moet worden.

Dit is natuurlijk ook lang zo geweest, en gewoonten en houdingen zijn taai. Het zuinig en zorgvuldig beheer van het geld dat de man binnenbracht – het traditionele patroon – is in tweeverdienersgezinnen als taak voor de vrouw aan het verdwijnen. Zij verdient nu haar eigen geld, en dat is iets anders dan het beheer over het huishoudgeld.

Patronen van beheer en besteding zijn klassegebonden, beschrijft Ali de Regt in Geld en Gezin (1993). In arbeidersgezinnen golden vrouwen als de financiële experts; mannen waren dan wel degenen die het geld verdienen, maar het beheer ervan kon hun beter niet worden toevertrouwd. In hogere klassen heeft zich een andere verdeling van expertise ontwikkeld: daar gelden de mannen als de beste financiële managers, die een handigheid met geldzaken hebben die hun vrouw mist en waarvoor zij ook niet de belangstelling heeft.

Ik denk dat dit aan het veranderen is, en minder zal gelden voor jongere vrouwen. Dezen hebben heel wat gescheiden moeders gezien die zonder veel alimentatie rond moeten komen. Ze zijn meer ingesteld op onafhankelijkheid en beseffen dat ze ook voor hun eigen geld moeten zorgen. Dat maakt hen wellicht meer money-wise, in staat tot een bedrevener houding dan hetzij zuinig beheer hetzij stevig uitgeven. Misschien worden zij wel de beleggers van de toekomst.