`Slavernij wordt weggemoffeld'

In Den Haag is vanmiddag het boek Het verleden onder ogen, Herdenking aan de slavernij gepresenteerd. In Amsterdam wordt vanavond een stille tocht tegen de slavernij gehouden.

,,Het is een pijnlijke realiteit, maar het Nederlandse volk is zich nog altijd niet bewust dat het ooit betrokken is geweest bij de slavernij. Het zijn zwarte bladzijden in onze geschiedenis, die zijn weggemoffeld.''

De Antilliaanse taalkundige en schrijver Frank Martinus Arion zegt het vanuit zijn hotel in Den Haag. Hij is in de residentie voor de presentatie, vandaag, van de essaybundel Het verleden onder ogen aan minister Van Boxtel (Integratiebeleid) en aan PvdA-fractievoorzitter Melkert.

Arion is een van de schrijvers van het boek, waaraan verder Adriaan van Dis, Iwan Brawe, Hilary Beckles, Judith Belinfante en Carl Niehaus meewerkten. De bijdrage van Arion gaat in het bijzonder over de bewustwording in Nederland ten aanzien van de (in 1863 afgeschafte) slavernij. ,,Op Nederlandse scholen is nog onvoldoende onderricht over dat beladen onderwerp.''

Is die aandacht de laatste tien jaar niet verbeterd?

,,Dat is waar, maar dat gebeurt alleen door individuele, vooruitstrevende onderwijzers en leraren. Landelijk bestaat er nog een onderwaardering, de slavernij wordt bij de geschiedenisles weggestopt. Dat laatste draagt bij tot een verkeerd beeld van Antillianen en Surinamers.''

Hoe bedoelt u dat?

,,Nederlanders weten niet dat de overheid slavenbezitters bij de afschaffing van de slavernij pakweg 325 gulden per slaaf betaalden als schadeloosstelling. Sommige van die handelaren bezaten vijfhonderd slaven en vergaarden voor die tijd in één klap een vermogen. De slaven kregen geen cent. Ze ontvingen ook geen enkele hulp door middel van scholing. Dat was een zware achterstelling, die thans nog doorwerkt. De slaven zijn arm gebleven, in 150 jaar werk je zo'n achterstand niet weg.''

In de bundel heeft u ook kritiek op taaldeskundigen.

,,Neem nou het boek dat Betje Wolff in de achttiende eeuw schreef: de Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart. Iedere Nederlander kent het. Het handelt over rijke reders die hun boten over de wereldzeeën lieten varen. Wolff noemt allerlei reizen, maar gaat nooit in op de vrachten die worden vervoerd. Ze gebruikt vreemde woorden, die nooit met de Creoolse handelstalen in verband worden gebracht. Waarom hebben taalkundigen daar geen onderzoek naar gedaan? Dan hadden ze kunnen weten dat de heren reders slaven verhandelden.''

Zijn Nederlandse kinderliedjes ook niet vaak van Creoolse komaf?

,,Ja, maar niemand weet het. Laat ik er twee noemen. (zingend) Ienemienemutte, tien pond grutten, tien pond kaas, Ienemienemutte is de baas. Het tweede? Osewiesewose, wiesewalla, kristalla. Bijna niemand zoekt het verder uit.''

Waarover schrijven de andere medewerkers aan het boek?

,,Eveneens over de bewustwording, waarover ik sprak. Verder over de vorm die een monument voor de slavernij – dat komt er, heeft politiek Den Haag verzekerd – moet krijgen. Amsterdam zou zo'n monument willen financieren. Het kan een bouwwerk van steen zijn, maar ook een museum of een studie-instituut. Ik zou voor dat laatste het meeste voelen, zodat de mensen hier op een genuanceerde wijze over de slavernij en de gevolgen daarvan kunnen praten.''