Onvergetelijke Faust met ideale bezetting

In veelzijdigheid, spektakelpotentieel en kwetsbaarheid biedt La damnation de Faust van Hector Berlioz een dirigent dankbaar materiaal. Berlioz bestrijkt in zijn `légende dramatique' muzikaal alle stemmingsnuances tussen serene onschuld en rauwe blasfemie, benut instrumenten tot aan ideomatische grenzen die maar zelden worden bereikt en bezit bovendien een meesterhand voor het vinden van een muzikaal antwoord op een tekstueel probleem. Een waardig werk dus om te fungeren als sluitstuk van de Carte Blanche-serie, waaraan Bernard Haitink dit seizoen voor het Concertgebouw invulling gaf.

In verhouding tot Goethe gaat Berlioz in zijn Faustvertelling merkwaardig kort door de bocht. Hij spitst het verhaal toe op Fausts duurbetaalde herdersuurtje met het jonge volksmeisje Gretchen, en verrijkte zijn opera met een Hongaarse mars, waarvan de benadering een redelijk betrouwbare voorspelling doet van de visie van een dirigent op de gehele Damnation. Dirigent Valery Gergjev deed de Hongaarse poestas vorig seizoen ontvlammen door de aanhakerige aanstekelijkheid uit te vergroten, Bernard Haitink zocht gisteravond zijn heil in de kracht van afwisseling in sfeer en tempi. Het resultaat bleek evenzeer effectvol en, inderdaad, exemplarisch voor de drie delen van de legende die zouden volgen.

Zoals de uitvoering van Mahlers Vierde Symfonie, die Haitink vorige maand in het Concertgebouw uitvoerde met de Berliner Philharmoniker, klonk als het afgewogen product van een decennia lange ervaring, zo bleek ook de visie waarin hij het Radio Filharmonisch Orkest voorging in La damnation de Faust over de volle breedte van de partituur secuur gestructureerd en gepolijst. Haitink bereikt zijn effecten niet door het benadrukken van effectvolle passages, maar in de opbouw van het werk als zodanig en bereikte daardoor in, bij voorbeeld, het dartele menuet der dwaallichtjes een ongehoorde helderheid.

Ook in de vocale bezetting kende deze Damnation geen zwakke schakels. Sopraan Charlotte Margiono gaf vocaal gestalte aan een Marguerite van vlees en bloed, vol schrijnend aards verlangen in de aria `D'amour l'ardente', Faust werd vocaal vlekkeloos en met theatrale invoelendheid gezongen door tenor Vinson Cole. Onvergetelijk was echter vooral bariton Thomas Quasthoff als een glijerige en uiterst malicieuse Méphistophélès, volstrekt overtuigend in zowel de verleidelijke als de wrede trekjes van het personage. Naast zijn `Lied van de vlo' stelde slechts de invulling die Jaco Huijpen gaf aan het `Lied van Brander' in draagkracht en gevoel voor theater enigszins teleur.

De bezetting van deze Damnation de Faust leek ideaal en was dat ook. Slechts in de invulling van Fausts hellevaart en de drinkebroedersfuga in het tweede bedrijf had Haitink de teugels bij het vooral in de houtblazers voortreffelijke Radio Filharmonisch Orkest iets meer kunnen laten vieren ten bate van een meer onbekommerde klank. Maar met controle en beheersing realiseerde Haitink met deze La Damnation de Faust ook een onvergetelijke afsluiting van zijn Carte Blanche-serie.

Concert: La damnation de Faust van H. Berlioz door het Radio Filharmonisch Orkest/Groot Omroepkoor o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. Charlotte Margiono (Marguerite), Vinson Cole (Faust), Thomas Quasthoff (Méphistophélès), Jaco Huijpen (Brander). Gehoord: 29/6, Concertgebouw Amsterdam. Herh: 30/6, aldaar.