Onconventioneel

Overmorgen had paus Johannes Paulus II in Jerevan moeten aankomen voor een bezoek aan Armenië. Het werd echter afgezegd wegens de ernstige ziekte van Karekin I, catholicos (hoofd) van de onafhankelijke Armeense Apostolische Kerk. Even nog overwoog de paus een privé-bezoek aan de stervende Armeense kerkleider te brengen, maar toen hij zelf ziek werd ging ook dat niet door. Gisteren stierf Karekin I in zijn residentie in Etsjmiadzin, de stad waar in het jaar 301 de Armeense kerk werd gesticht en Armenië de eerste christelijke natie ter wereld werd.

Karekin werd catholicos (de 131ste sinds 301) in 1995. Een warme, open en onconventionele man, die bezoekers met enthousiasme een privé-rondleiding gaf langs de oude kunstschatten van de Armeense kerk in zijn paleis en die men in Etsjmiadzin, dat `Jeruzalem van de Armeniërs', in zijn trainingspak kon zien joggen, een kleine, grijze man met een witte baard. De toenadering tot de katholieke en de orthodoxe kerk was in de vier jaar van zijn leiderschap een centraal thema. Met zowel de paus als het hoofd van de russisch-orthodoxe kerk, Aleksej, onderhield Karekin nauwe banden.

Karekin werd in 1932 in Syrië geboren als Nesjan Sarkissian. Hij studeerde in Beiroet en Oxford, werkte voor Armeense diaspora-gemeenschappen in de VS, Iran en India en werd in 1973 catholicos in Beiroet, het patriarchaat van de Armeniërs in Libanon, Syrië en Cyprus dat zich in de loop van eeuwen onafhankelijk van dat in Etsjmiadzin heeft ontwikkeld. Onder de Armeniërs van Libanon was hij zeer populair, mede omdat hij besloot niet te vluchten ten tijde van de Libanese burgeroorlog. In 1995 werd hij de hoogste geestelijke leider van de Armeniërs.

De verkiezing van een man met grote internationale ervaring werd gezien als een historische kans de Armeense gelovigen, verspreid als ze wonen over de hele wereld, te verenigen en daarnaast toenadering te zoeken tot de katholieke en de orthodoxe kerk. Die toenadering kwam er, die vereniging niet – daarvoor kreeg Karekin te weinig tijd. Bovendien had hij zijn handen vol aan nieuwe taken in eigen huis: na de onafhankelijkheid van 1991 zakte Armenië weg in een zware economische crisis, die leidde tot een enorme verpaupering. De oorlog om Nagorny Karabach verergerde die situatie nog. De situatie van de kerk werd verder bedreigd door de intrede van de coca-colacultuur met zijn nieuwe verlokkingen.

Maar die situatie bood ook kansen: de Sovjet-onderdrukking was voorbij, en er was vrijheid voor in de plaats gekomen, maar niets anders – niets positiefs in elk geval. In die omstandigheden kon de kerk, de enige authentiek-Armeense instantie, als wegwijzer in een nieuwe chaos fungeren, als identificatiepunt. ,,De kerk houdt de Armeniërs al 1700 jaar bijeen'', zei Karekin vorig jaar tegen deze krant. ,,Neem de Armeniërs hun kerk af en ze houden op Armeniërs te zijn. In de 17de eeuw werden de 200.000 Armeniërs in Polen gedwongen katholiek te worden. Nu zijn er overal in de wereld Armeense gemeenschappen, alleen in Polen niet.''

De eliminering van de Sovjet-erfenis was het moeilijkst. ,,We moeten de restanten van het communisme uit de geest van de mensen bannen en hun weer geestelijke en morele waarden bijbrengen. De kennis over de kerk is vernietigd. De mensen kennen onze heiligen van vroeger niet meer. Het communisme heeft getracht de band tussen de kerk en de Armeense identiteit te breken. Maar de geest van de kerk heeft het communisme nooit vernietigd.'' Waarna Karekin de verslaggever langs die kunstschatten rondleidde, de gouden miskelken van eeuwen her, duizend jaar oude boeken en zelfs een stukje van de ark van Noach. ,,Niemand heeft de Armeniërs er onder gekregen. Je kunt ons onze Bijbel afpakken. Je kunt ons tot zwijgen brengen. Maar zoals wij zeggen: als de Armeniërs zwijgen, spreken de stenen.''