`Na 50 jaar zijn we geen stap verder gekomen'

Pakistan wil vrede, zeggen de Pakistanen. Maar hun smeekbede vindt geen gehoor in het buitenland. `De wereld kijkt de andere kant op'.

Terwijl de grote bazaar van Rawalpindi wegsmelt onder de middagzon, bespreekt een groepje mannen de koppen van een lokale krant die de lezers de laatste gewelddadigheden van het Indiase leger tegen de islamitische bevolking van Kashmir toeschreewen: `Bloedvergieten langs bestandslijn' en `India steekt huizen inwoners Kashmir in brand'. En vlak daaronder: `Pakistaans leger klaar voor elke uitdaging'.

De mannen zijn het met elkaar eens. ,,Kijk naar wat India met onze moslimbroeders in het bezette Kashmir doet. Daarom wil Pakistan Kashmir bevrijden'', zegt Shahid Ali, stoffenverkoper in Rawalpindi, de garnizoensstad waar het Pakistaanse leger zijn hoofdkwartier heeft. ,,De Verenigde Naties en de Indiase regering hebben 50 jaar geleden al gezegd dat de bevolking van Kashmir zelf mag beslissen over haar toekomst. India vermoordt hen, maar de wereld kijkt de andere kant op.''

Over straat wandelt een groepje kinderen. Twee hebben een T-shirtje aan waarop Nuclear Pakistan staat geschreven. Een ander draagt een badge waarop een nucleaire paddestoel staat afgebeeld. De hebbedingetjes zijn uitgedeeld door de Pakistaanse regering, die eind vorige maand de eerste verjaardag vierde van de nucleaire status. De kernproeven zullen Pakistan behoeden voor oorlog, menen veel Pakistanen. ,,Niemand kan ons meer verslaan'', zegt Shahid.

Sinds de Indiase luchtaanvallen op de islamitische militanten in het noorden van Kashmir ruim een maand geleden begonnen, wordt op de markten van Rawalpindi, op de pleinen van Islamabad en in de steegjes van Lahore over weinig anders meer gesproken dan over Kashmir – en over de mogelijkheid van een totale oorlog.

,,Wij willen vrede'', zegt kolonel Soulat Raza van het Pakistaanse leger in zijn kantoortje op een kazerne even buiten het centrum van Rawalpindi. ,,Maar India bedreigt Pakistan. Als India oorlog wil, zijn wij er klaar voor'', zegt hij. Raza wil er niets van weten dat de opstandelingen in de bergen van Kashmir Pakistaanse soldaten zijn of huurlingen onder controle van het Pakistaanse leger. ,,Het zijn vrijheidsstrijders uit Kashmir. De opstand van de bevolking in het bezette Kashmir duurt al 10 jaar, de mensen willen vrij zijn'', zegt de kolonel. ,,Als iemand iets steelt, wil je dat terug. India houdt Kashmir illegaal bezet. Pakistan strijdt voor een rechtvaardige zaak.''

Maar niet alle Pakistanen vinden dat het Indiase deel van Kashmir bij Pakistan moet worden ingelijfd. ,,Na 50 jaar vechten zijn we geen stap vooruitgekomen'', zegt een restauranthouder die anoniem wil blijven. ,,De enige oplossing is dat Kashmir onafhankelijk wordt, zodat India en Pakistan geen van beide gezichtsverlies leiden en de bevolking van Kashmir krijgt wat haar toekomt. Het probleem is dat de Pakistaanse regering binnen 24 uur zal vallen als ze met dat voorstel zou komen. Premier Sharif zou worden vermoord door de mannen met de lange baarden, de fundamentalistische moslimpartijen. Vorig jaar wilde Sharif geen kernproeven houden toen India dat had gedaan, maar de druk werd te groot.'' Het wachten is, zegt hij, op een groep wijze mannen die ooit in India en Pakistan zullen opstaan. ,,Hopelijk duurt dat niet te lang.''

Tussen de dagelijkse verhalen over het `oorlogszuchtige India' klinkt in de Pakistaanse media steeds harder de roep om een ingreep van de internationale gemeenschap, voordat de gevechten om de bergtoppen in Kashmir ontaarden in een totale oorlog tussen India en Pakistan. Maar tot nu toe zijn de Westerse leiders ,,te zeer bezig met twee miljoen Kosovaren om wat tijd uit te trekken voor het lot van één miljard mensen in Zuid-Azië'', zo schreef politiek commentator Anwar Ahmed in het dagblad The News. ,,Of anders is het een bewuste keuze om hen hun eigen boontjes te laten doppen, omdat ze de armoede van miljoenen negeerden in hun streven naar nucleaire onsterfelijkheid.''

Die aandacht vanuit het Westen voor de oplaaiende strijd in Kashmir is er overigens wel degelijk, getuige de oproepen van VN-secretaris-generaal Kofi Anan en de telefoongesprekken van president Clinton met de premiers van beide landen, maar het zint de Pakistanen allerminst dat de rest van de wereld in dat huidige conflict blijkt te hebben gekozen voor de positie van India, dat Pakistan er van beschuldigt een aantal bergtoppen te hebben `bezet' in het Indiase deel van Kashmir, en daarmee de facto de bestandslijn heeft overschreden. Zowel de Verenigde Staten, de Europese Unie, als Rusland hebben Pakistan inmiddels opgeroepen de `infiltranten' terug te trekken naar het Pakistaanse deel van Kashmir. Zelfs Pakistans oude bondgenoot China liet koeltjes weten dat India en Pakistan hun geschil om Kashmir `vreedzaam' moeten oplossen. ,,Het Westen keert zich tegen Pakistan, omdat het geen moslims wil steunen'', zegt Tariq, een student die enkele jaren geleden uit Indiaas Kashmir is gevlucht naar Pakistan.

Hoezeer Pakistan op zoek is naar internationale steun, blijkt uit het feit dat in alle delen van de wereld diplomatieke missies erop uit zijn gestuurd om het Pakistaanse standpunt te verkondigen; tegelijkertijd brengt de in het nauw gedreven premier Nawaz Sharif zelf op dit moment een bezoek aan Peking – wat voor de Pakistanen blijkbaar van groter belang is dan zijn aanwezigheid in Islamabad, hoewel het land in de grootste crisis verkeert sinds 1971, toen Oost-Pakistan, het huidige Bangladesh, met behulp van India werd losgeweekt van West-Pakistan.